*

 

John Donne, tweetalige editie van de gedichten Minnares en minnaar zijn als de benen van een passer

CHARLES FORCEVILLE − 10/03/94, 00:00

recensie John Donne, 'Gedichten', keuze uit zijn poezie, samengesteld door Odin Dekkers, uitg. Ambo (Tweetalige Editie), 230 blz. - f 44,50.

De tweetalige editie waarin Odin Dekkers een keuze uit John Donne's werk presenteert kan daarbij een stimulans zijn. In de korte, heldere schets die Dekkers van diens leven geeft, komt Donne (1572-1631) naar voren als avontuurlijk en ambitieus, als iemand die dorst naar kennis en inzicht, maar ook een rokkenjager. Na een rechtenstudie en deelname aan twee buitenlandse expedities gooit Donne net op het moment dat hij in de gunst staat bij invloedrijke personen zijn eigen glazen in door tegen de zin van haar vader te trouwen met de 16-jarige Anne More. Door deze faux pas (gememoreerd in het puntige 'John Donne, Anne Donne, Undone') loopt zijn carriere gevaar. Mede daarom stapt de Rooms-Katholieke Donne over naar de Anglicaanse kerk. Hij verwerft de graad van doctor in de godgeleerdheid en wordt uiteindelijk zelfs deken van de St. Paul's kathedraal.

De veelzijdigheid en tegenstrijdigheid die Donne's leven kenmerken gelden ook zijn poezie. Vooral het feit dat hij zowel liefdesverzen als religieuze gedichten schreef - waarschijnlijk nog deels in dezelfde periode ook - maakt hem tot een intrigerend poeet. Maar ook binnen deze beide genres varieert de toon enorm. De liefdespoezie is afwisselend cynisch, ongeremd erotisch, en ontroerend.

Donne had lak aan de Petrarkische dichtconventies die voorschreven dat de minnaar zijn geliefde eerbiedig en complimenteus diende te benaderen, haar op een voetstuk moest zetten, en vooral niet aan erotisch genot mocht refereren. In Donne's gedichten tracht de minnaar de geliefde onverhuld het bed in te praten, en hij introduceert daartoe een nieuw soort beeldspraken. Het zijn deze 'conceits', vaak ontleend aan de theologie en de filosofie, die Donne de titel van 'Metaphysical poet' opleverden.

Maar zoals Dekkers opmerkt, die naam dekt de lading slechts gedeeltelijk, want Donne vond zijn 'conceits' ook elders - bij voorbeeld in de cartografie, de astronomie, het recht, en andere wetenschappen. De beroemdste vergelijking is die waarin een minnaar die op reis gaat tegen zijn achterblijvende minnares betoogt, dat zij evenzeer met elkaar verbonden zijn als de benen van een passer: haar standvastigheid bepaalt het patroon van zijn reis; hoe verder weg hij trekt, des te meer neigt hij naar haar toe; en uiteindelijk zullen zij weer bij elkaar komen ('A valediction: forbidding mourning'). In 'The flea' verwijt de spreker een zedige beminde haar preutsheid: ze zijn immers zojuist door dezelfde vlo gebeten, en in dat beestje is hun bloed eigenlijk al verenigd. De vlo is 'our marriage bed, our marriage temple' geworden, en er is volgens de spreker dus geen enkele reden om de seksuele eenwording langer uit te stellen - alleen dit keer zonder tussenkomst van de vlo.

Maar in andere gedichten voert bitterheid de boventoon. In 'The apparition' dreigt de versmade minnaar de vrouw die hij begeert het leven zuur te maken, door als geest te komen spoken als ze met een ander in bed ligt. En in 'The indifferent' stelt de minnaar, geheel tegen het Petrarkisme in, slechts een eis aan mogelijke minnaressen: dat ze hem niet trouw zullen zijn.

Ondanks de verschillen in toon en emotie, zit er in de liefdespoezie een constante: de sprekers in Donne's gedichten (het blijft natuurlijk de vraag in hoeverre die samenvallen met Donne zelf) blaken van zelfvertrouwen. Of ze vrouwen nu het hof maken, troosten, bedreigen, of uitschelden, ze twijfelen er geen seconde aan met hun overrompelende verbale vuurwerk de situatie naar hun hand te kunnen zetten.

In de religieuze gedichten is de aangesprokene niet de vrouw, maar God, of de dood, en de spreker weet dat hij het hier ondanks zijn slimme redeneringen niet op eigen kracht redt. Om zijn zwakheid - het onvermogen zich af te keren van aards genot en wereldlijk bezit - en zijn angst voor de dood te overwinnen, heeft hij Gods hulp nodig. Hij bespot de dood en voorspelt dat de dood zelf zal sterven; hij smeekt God zijn ijzeren hart als een magneet aan te trekken; hij bidt God zelfs hem aan te randen opdat hij rein en kuis zal zijn. Hoewel Donne in deze religieuze gedichten dus vaak niet minder uitdagend is dan in de liefdespoezie, wekt hij vooral in de 'Holy sonnets' de indruk zichzelf bijna wanhopig moed in te praten. De opgenomen hymnen zijn daarnaast soberder, en meditatiever van toon.

Naast inleidende stukken over Donne's leven, zijn metafysische poezie en de reputatie van zijn verzen door de eeuwen heen, levert Dekkers bij elk gedicht enkele pagina's commentaar. Hij maakt gebruik van de inzichten van eminente Donne-critici, geeft telkens een samenvatting van een gedicht en noemt relevante achtergrondfeiten die menig modern lezer niet paraat heeft. Verder laat hij zien hoe de vorm de inhoud ondersteunt, en stipt soms interpretatieverschillen aan. De commentaren zijn enthousiasmerend, prettig geschreven, en doen precies wat ze moeten doen: de lezer helpen met meer begrip Donne's gedichten te lezen.

Ten slotte: van alle gedichten zijn een of meer vertalingen opgenomen, varierend van die van Donne's tijdgenoot Constantijn Huygens tot die van twintigste eeuwse vertalers als Jan Eijkelboom, Gabriel Smit en W. Jonker. Het is alleen jammer dat aan die vertalingen nauwelijks aandacht besteed wordt. Ze staan er, ze kunnen de lezer helpen bij het lezen van de originelen - maar een goede vertaling resulteert toch zeker ook in een nieuw gedicht dat zelf aandacht verdient? Bovendien had onderlinge vergelijking van de vertalingen interessante gezichtspunten kunnen opleveren. Maar wellicht achtte de samensteller zich niet competent genoeg om de vertalingen te evalueren. Het zij hem vergeven. Met de voorliggende uitgave is een van de beste dichters uit de Engelse literatuur plotseling een stuk toegankelijker gemaakt voor een Nederlands publiek.

mailIcon print |