recensie Amy Tan, 'De Honderd Geheime Zintuigen'. Uitgeverij Bert Bakker. Vertaling: Peter Abelsen. 351 blz. ¿ 39,90; 'The Hundred Secret Senses'. Uitgever Flamingo, importeur Nilsson & Lamm. ¿ 34,90
Het begon allemaal in 1992 toen ze een fax ontving waarin haar gevraagd werd om met een stel bekende schrijvers - onder wie horror-auteur Stephen King - deel uit te maken van een op te richten popgroep en tijdens de Amerikaanse Boekenbeurs een benefietoptreden voor een of ander goed doel te verzorgen. Wat bedoeld was als een eenmalige happening bleek zo'n succes bij het trendgevoelige Amerikaanse publiek dat het gezelschap veertig-plussers dat zich de artiestennaam 'The Rock Bottom Remainders' had aangemeten, besloot een complete tournee te gaan maken.
Amy Tan wist aanvankelijk niet wat haar overkwam: “Ik zag er nogal tegenop. Mijn ouders hadden me vrij strak opgevoed: geen jongens, geen pizza, geen rock and roll. Het grootste probleem was dat ik eigenlijk helemaal niet kon zingen. Na de nodige repetities begon het toch ergens op te lijken en durfde ik het aan om met al die andere mafkezen het podium op te stappen en 'These Boots Are Made For Walking' te brengen. Om mijn act wat geloofwaardiger te maken had ik mijn pumps verwisseld voor een paar flitsende heuplaarzen en in een SM-winkel een zwarte leren pet met klep en een honderiem gekocht. Een pruik van lang zwart krullend haar en een zonnebril deden de rest. De show is wel aardig, maar je zou ons echt niet op cd moeten horen en het goede doel is natuurlijk een prachtig excuus voor zo'n puberale inhaalmanoeuvre! Het heeft me in ieder geval wel een hoop geleerd. Vroeger vond ik het altijd moeilijk om lezingen voor een publiek te houden: ik had het gevoel dat ik mezelf op een bepaalde manier stond te verkopen. Nu kan ik veel makkelijker dat onderscheid maken tussen de privé-persoon en de performer.”
Na 'The Joy Luck Club' (1989) verscheen in 1991 'The Kitchen God's Wife'. Haar meest recente boek 'The Hundred Secret Senses' is zojuist vrijwel gelijktijdig in de Engelse en de Nederlandse editie verschenen. Het zijn boeken waarin de problematiek van het tweede generatie conflict onder Chinees-Amerikaanse immigranten centraal staat. Het sterkst blijkt dat uit Tans beschrijving van de moeizame moeder-dochter relatie, wat haar de reputatie heeft bezorgd dat zij typisch een 'schrijfster voor vrouwen' is. Dat soort etiketten kan haar gestolen worden: “Ik vind dat denigrerend tegenover mannen, alsof die niet geïnteresseerd zouden kunnen zijn in verhalen waarin vrouwen de hoofdrol spelen en alsof sensitiviteit een exclusief vrouwelijke eigenschap zou zijn!” Niettemin hebben ze hogere, geevolueerde hersenfuncties. Mannenhersenen zijn primitiever. “Ach”, zegt ze verontschuldigend. “Op de dag dat ik dat schreef had ik net in de krant een artikel over neurologie gelezen waarin dat beweerd werd. Het leek me wel aardig om dat in het verhaal te verwerken. Als een vrouw zoiets schrijft krijgt het al gauw de lading van een politieke uitspraak, terwijl het ironisch bedoeld is. Dat er verschillen zijn, staat voor mij overigens buiten kijf.”
Door haar Chinees-Amerikaanse afkomst wordt Amy Tan steevast geassocieerd met wat in de Verenigde Staten wordt aangeduid als 'etnische' literatuur. Het is een kwalificatie die volgens Tan haar oorsprong vindt in de jaren zeventig. “Op de verplichte boekenlijsten stonden in die tijd overwegend auteurs die allang overleden waren. Om het onderwijs wat beter aan te laten sluiten bij de actualiteit, werden er werkgroepen uit de grond gestampt die dat hiaat moesten opvullen. Uit die periode dateren de vrouwenstudies en de ethnische studies. De goede bedoelingen die daaraan ten grondslag lagen kregen wat minder goede gevolgen; het leidde tot een soort territoriumdrift en daarmee tot een vertekening van wat representatief was voor Amerikaanse fictie.”
“De gevolgen daarvan zie je ook in de literaire kritiek: vaak wordt mijn werk gerecenseerd door critici die ook een Chinees-Amerikaanse achtergrond hebben en mijn boeken op de eerste plaats beoordelen als politieke romans. Dan krijg je uitspraken als: 'dat boek is niet representatief voor wat Chinese mensen denken!' Maar dat is mijn bedoeling ook helemaal niet. Mijn romans vertegenwoordigen alleen maar mijn eigen verbeelding, en verder niet. Ik ben geen spreekbuis voor een bepaalde bevolkingsgroep.”
“Aanvankelijk maakte ik me niet zo druk om dat soort ideeën, totdat steeds meer studenten me vroegen: 'Ziet u het niet als uw verantwoordelijkheid om eens positieve rolmodellen voor Chinese mannen te creëren?' Ik vind dat lezers niet betutteld moeten worden en dat het absoluut niet de taak van literatuur is om het kromme recht te buigen. Die misverstanden worden trouwens ook in de hand gewerkt door de jongste generatie van redacteuren van literaire uitgeverijen. Die houden er soms nogal achterhaalde opvattingen op na over wat literatuur eigenlijk is. Een van hen zei laatst tegen me: 'Ik heb zo genoten van uw laatste boek, wat kunnen we leren van uw volgende?' Ik vroeg: 'Hoezo?' 'Nou', zei hij. 'Je steekt er zoveel uit op over de Chinese cultuur.' Dat soort mensen beslist dan over welk boek aangekocht en gepubliceerd gaat worden!”
'Het is tegenwoordig hip om bij een minderheid te horen', zegt een personage uit 'De Honderd Geheime Zintuigen'. Het lijkt Tans afdoende commentaar op een trend die zich ontegenzeglijk aftekent in de moderne Amerikaanse letteren. Romans als 'Wooden Fishsongs' van Ruthanne Lum mcCunn, 'Native speaker' van Chang Rae Lee en 'A feather on the breath of God' van Sigrid Nunez geven een gedifferentieerd beeld van verschillende subculturen binnen de Amerikaanse samenleving. Amy Tan vindt het wel een interessante ontwikkeling: “Ik wil me graag sterk maken om een nieuwe stem te introduceren en daarbij denk ik heus niet exclusief aan schrijvers van Aziatisch-Amerikaanse afkomst. Ik denk wel dat die een extra duwtje in de rug nodig hebben: nu zijn ze nog bang om met mij vergeleken te worden of om tegelijkertijd met mij met een nieuw boek op de markt te komen. Dat gaat vanzelf wel over als er maar voldoende 'etnische' schrijvers een kans hebben gekregen en er voldoende nieuwe geluiden uit die hoek zijn gekomen, zodat ze inzien dat ze allemaal uniek en anders zijn. Die kwetsbaarheid kan ik goed begrijpen, want in het begin was ik ook erg gevoelig voor een mogelijk verborgen agenda: accepteren ze je boek omdat ze het echt goed vinden, of omdat het interessant is uit marketingoverwegingen?”
'De Honderd Geheime Zintuigen' markeert een nieuwe fase in het werk van Amy Tan. Haar soepele, lichtvoetige stijl is gebleven, maar inhoudelijk waagt zij zich aan een krachttoer waar de nodige risico's aan kleven. Het verhaal draait om het Chinees-Amerikaanse meisje Olivia dat na de dood van haar vader opgezadeld wordt met een halfzus uit China die twaalf jaar ouder is dan zij. Deze Kwan beschikt over 'yin-ogen', dat wil zeggen dat zij een levendig contact met de geestenwereld onderhoudt. De ontwikkeling van de relatie tussen de westerse Olivia en de aandoenlijke Kwan, die omschreven wordt als 'een krachtcentrale van krap anderhalve meter, een miniatuurolifant in de porseleinkast' vormt de ruggegraat van het verhaal. De uitwerking van het plot met zijn geestverschijningen, reïncarnaties en het in elkaar overvloeien van ruimte en tijd, vergt heel wat van het inlevingsvermogen van de nuchtere lezer. De reis die Olivia met haar zus en haar ex-man naar China maakt, loopt uit op een initiatie-rite. Een bezoek aan het geboortedorp van Kwan maakt Olivia ontvankelijk voor de kracht van de 'honderd zintuigen' waar haar zus het zo vaak over heeft: een combinatie van herinneren, horen, zien en voelen. Een herontdekking van een intuïtie die haar terugvoert naar de wortels van haar bestaan.
De indrukwekkende beschrijving van het idyllische boerendorp blijkt geïnspireerd door een bezoek dat Amy Tan enkele jaren geleden aan China bracht: “Ik moest erheen voor filmopnames van 'The Joy Luck Club', waar ik het script voor verzorgde. Tussen de bedrijven door hadden we een dag vrij. Met een paar acteurs en een plaatselijke chauffeur gingen we een ritje in de omgeving maken. Via allerlei zigzag-weggetjes kwamen we plotseling bij net zo'n paradijselijk dorpje als ik beschreven heb. Het was echt een magische plek die me een eigenaardig gevoel gaf, dat ik alleen maar kan omschrijven als een mengeling van verwondering en angst. Ik voelde me als het ware getransformeerd door die ervaring. Het confronteerde me met de wezenlijke vraag waar het boek om draait: bestaat er zoiets als toeval, noodlot, of hangt alles in het leven met elkaar samen?”
“In de roman is Kwan degene die de rationele Olivia inwijdt in de complexe en soms angstaanjagende wereld van het bovennatuurlijke. Je kunt natuurlijk zeggen dat in een roman alles nu eenmaal mogelijk is, en dat de meest onwaarschijnlijke gebeurtenissen met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Maar ik heb met opzet het stiksel dat normaal zorgvuldig weggewerkt wordt, zichtbaar willen maken. In het echte leven hebben zoveel mensen daar ook geen oog voor, terwijl die verbindingsdraden er wel degelijk zijn.”
“Persoonlijk ben ik veel meer open gaan staan voor de mogelijkheid dat alles kan gebeuren zonder dat er sprake is van 'stom toeval'. In een bepaalde periode van mijn leven heb ik heel sterk dat soort ervaringen gehad. Een goede vriend van me kreeg op een gegeven moment akelig heldere dromen waarin hij zag dat hij vermoord zou worden. Hij vertelde me alle details en ik beschouwde het als een morbide grap. Kort daarop werd hij zijn zijn flat gewurgd, exact zoals hij voorspeld had. Ik kreeg dat bericht tijdens een feestje met vrienden. Plotseling stond ik op en zei: 'Ik weet wie hem vermoord hebben, ze heten Robert en John.' Ik weet werkelijk niet hoe ik daarbij kwam, het leek of die namen zo uit mijn mond rolden. Negen dagen later pakte de politie de daders in hun kraag. Ze bleken inderdaad zo te heten. Daarna kreeg ik een serie dromen waarin het leek of mijn overleden vriend tot mij sprak. Die dromen hebben mijn leven dramatisch veranderd en me meer geholpen dan ik in honderd jaar psychoanalyse zou hebben kunnen leren. Ik heb het gevoel dat er in mijn hele leven hulp is geweest. Het is een mysterie voor me en ik wil het ook niet kunnen uitleggen, maar ik ben er dankbaar voor. Daar gaat dit boek over: het accepteren van onvoorwaardelijke liefde, de wetenschap dat de waarheid niet feitelijk of logisch is, dat de echte waarheid gelegen is in de hoop die alle weerstanden kan overwinnen. Ik wist van tevoren dat dit mijn meest controversiële boek zou worden vanwege de bovennatuurlijke elementen. Toch is dit het boek dat mij het meest aan het hart ligt: ik vond dat ik het moest schrijven om de scepsis achter mij te laten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.