recensie In Bachs tijd waren de scheidingen tussen de toetsinstrumenten veel minder stringent dan tegenwoordig. Afhankelijk van de situatie speelde men bijvoorbeeld een preludium of een fuga op orgel, klavecimbel of (doorgaans thuis) op clavichord. Dat neemt niet weg dat sommige composities beter klinken en gemakkelijker uitvoerbaar zijn op een van deze drie barokke toetsinstrumenten. Bachs Goldberg-variaties lijken toch vooral voor het klavecimbel gedacht en worden om die reden zelden of nooit op orgel gespeeld. Dat het de moeite is dit grote werk desondanks op een daartoe geschikt orgel te spelen, demonstreert organist Abram Bezuijen op de cd J.S. BACH GOLDBERG VARIATIONS (VLVC 0598).
Dit werk, met de talrijke zeer rappe, polyfone variaties, is niet gediend met een uitvoering op een groot orgel in een kathedraal. Dan zou alles door elkaar gaan lopen. Bezuijen maakte een goede keus door middelgroot orgel te nemen in een kerk met niet al te veel nagalm: het Schnitger-orgel in de Georgskirche te Weener (Duitsland). Een aantrekkelijk klinkend, helder instrument dat door Bezuijen plastisch en virtuoos wordt bespeeld in een veelheid aan registraties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.