*

 

Wijn met een bijsmaak voor ritselaar dokter Jim

ALDERT SCHIPPER − 27/01/95, 00:00

recensie H. M. Dupuis e. a. (red.): Wat zou u doen? - medisch-ethische casuïstiek met commentaren. Bohm Stafleu Van Loghum; 264 blz. - ¿ 55.

In alle ziekenhuizen zijn daarvoor al medisch-ethische commissies die het werk van de medici toetsen. Aan alle medische faculteiten zijn ethici verbonden. In Leiden en Rotterdam werken de ethici mevrouw dr. H. M.Dupuis en mevrouw dr. I .D. de Beaufort als hoogleraar. Zij doen prominent mee in hun vak en eveneens in 'Wat zou u doen?', een boek met bijna veertig gevallen waarin medische ethiek een rol speelt.

Elk geval wordt van kanttekeningen voorzien door twee ethisch geschoolde commentatoren, van wie de eerste arts is en de tweede jurist, psycholoog of iemand die gewoon het hart op de goede plaats heeft. Mevrouw dr. E. Borst-Eilers, de huidige minister van volksgezondheid, schrijft als arts. Zij geeft commentaar op de casus waarin een arts, 'dokter Jim', de moeder van een invloedrijke collega laat voorgaan op de wachtlijst voor heupoperaties.

Mevrouw Borst keurt dit uiteraard af. Er is een ethisch beginsel, inhoudend dat patiënten voor zover zij medisch gezien gelijk zijn, ook gelijk behandeld moeten worden. Misschien typerend voor mevrouw Borst is dat zij naast de principiële afwijzing meteen ook haar praktische oordeel geeft: de dokter in kwestie “behoort nu tot de artsen in het ziekenhuis 'met wie wel wat valt te ritselen'. Hij kan niet meer terug naar het veilige land waar de collega's met de rechte ruggen wonen. Hij zal in de toekomst nog vaak niet-urgente knie-, heup-, rug- en elleboogoperaties moeten verrichten bij familieleden van collega's, ten nadele van minder bevoorrechte patiënten. Zijn wijnkelder zal zich vullen, maar of die wijn hem altijd even goed zal smaken is de vraag, want dokter Jim is in zijn hart een fatsoenlijke jongen.”

De ethicus die zijn visie geeft op hetzelfde geval, maakt een hele omweg, maar komt tenslotte toch wel bij hetzelfde standpunt uit. Zo gaat het meestal: doorgaans zijn de commentatoren het met elkaar eens.

Dat is niet het geval met Dupuis en De Beaufort. Het bewijst maar weer eens dat er niet één ethiek bestaat. Zij geven commentaar op de kwestie van een 33-jarige advocate die geen man aan haar lijf wil, maar wel een kind wil hebben. Ze meldt zich voor kunstmatige inseminatie met donorzaad. Zij denkt een goede moeder te kunnen zijn en verwacht dat het kind niet zonder mannen zal opgroeien, want ze heeft met haar broer 'een hele goede verstandhouding'.

Heleen Dupuis trekt meteen al in twijfel of KID wel in het medisch circuit thuishoort. Maar ja, KID zonder dat er een dokter aan te pas komt, is uiterst zeldzaam, zo niet onmogelijk. Daarnaast staat het idee dat iemand een kind wenst als privé-bezit, haar niet aan. Zij vindt dat neurotisch en kinderlijk. Niet zo'n best voorland voor het eventuele kind.

In de ogen van Dupuis moet een kind bij voorkeur een moeder én een vader hebben. Moeilijkheden bij één-ouderkinderen komen dan ook met enige regelmaat voor. Maar de dokter weet niet of dat ook het geval zou zijn bij het eventuele kroost van de advocate. Er is dus twijfel en dan geldt: niet handelen. De arts hoort dus volgens Dupuis niet in te gaan op het verzoek van de advocate.

De Beaufort vindt eigenlijk dat de ethische keuze in eerste aanleg aan de vrouw is en in mindere mate aan de arts. De uitspraak dat het één-oudergezin niet voor KID in aanmerking komt, is haar veel te algemeen en te betuttelend. Zowel 'gewone ouders' als de advocate moeten zich afvragen of zij een kind voldoende te bieden hebben. “Dat zij een bewust alleenstaande moeder wil worden, is niet het bewijs dat zij deze verantwoordelijkheid niet ernstig neemt of niet aankan.” Haar slotconclusie luidt: “Dat het kind beter niet geboren zou kunnen worden omdat het een vreselijk leven te wachten staat, lijkt mij niet te verdedigen.”

De Beaufort vindt het een voordeel dat KID nog niet buiten het medisch circuit te halen is. “Dan kun je ook een postorderbedrijf in zaad beginnen. Welke dingen zal men gaan aanbieden om goed voor de dag te komen in de concurrentieslag? ('al onze zaaddonoren hebben een academische opleiding', 'tweede kind gratis'?). Misschien is dit nog wel problematischer dan de voorziening binnen de gezondheidszorg houden”.

Op de meeste ethische vragen binnen de geneeskunde is geen standaardantwoord te geven. Dat gebeurt in dit boek ook niet. Toch zijn er wel algemene uitgangspunten te noemen, zoals de zelfbeschikking van de patiënt, het beginsel 'niet schaden', de principes van weldoen en rechtvaardigheid. Ze vormen even zovele lichtbronnen die een vraag naar wat mág en wat kán kunnen belichten. De commentaren in 'Wat zou u doen?' bevatten bouwstenen die bruikbaar zijn voor ieder die zijn morele mening over het medisch handelen wil vormen. En dat zijn behalve de artsen ook hun patiënten.

mailIcon print |