*

 

Herzbergs waarheid gaat die van de krant te boven

INEZ POLAK − 03/01/97, 00:00

recensie Judith Herzberg: Brief aan wie niet hier is - Tussen Jeruzalem en Amsterdam. Van Gennep, Amsterdam; ¿ 34,90.

En toch bekruipt je bij het lezen van 'Brief aan wie niet hier is - Tussen Jeruzalem en Amsterdam', het gevoel dat die journalistieke regels er misschien alleen voor de journalist en niet voor de lezer zijn, dat Judith Herzberg in haar onregelmatige kleine stukjes erin slaagt een realiteit te schetsen die dieper gaat, een veel treffender 'waarheid' schetst dan nette journalistieke verslagen.

Na 'Tussen Amsterdam en Tel Aviv' is 'Tussen Jeruzalem en Amsterdam' de tweede bundel met verslagen/brieven van Herzberg, die afwisselend in Israël en Nederland woont. De teksten in deze bundel omspannen de periode 1988-1996, een tijdperk vol 'historische gebeurtenissen', van intifada en Golfoorlog tot en met het begin van het vredesproces, de massamoord in de moskee in Hebron, de moord op Rabin en de overwinning van Bibi Netanjahoe.

Herzberg heeft niet geprobeerd - ze schrijft het in haar voorwoord zelf al - de hoofdlijn van de gebeurtenissen weer te geven. Ze heeft zich heeft toegelegd op de poging “mezelf en 'wie niet hier is' deelgenoot te maken van het dagelijkse leven daar”. Dat is haar gelukt.

Het resultaat is dat de lezer in veel gevallen juist een veel indringender beeld krijgt van de invloed van 'de grote politiek'. Zoals in dat kleine stukje van een half jaar na de Golfoorlog over de vierjarige Amir. “Hij rent bij elk geluid dat een beetje op een sirene lijkt, naar het kamertje dat we hadden dichtgeplakt, maar wij zijn het helemaal vergeten. Behalve als de elektrische ketel van N. begint. Die maakt zo'n raar geluid, zo van bzzj. . .”

Of na de moord op Rabin. “Het land is verweesd”, schrijft Herzberg in haar sobere stijl. “Mijn vriendin die haar ouders in de oorlog heeft verloren vertelt dat ze nu, na de moord op Rabin, voor het eerst om haar ouders heeft kunnen huilen.”

Herzberg toont zich niet alleen een observator met een gouden pen, ze kiest partij en beschrijft duidelijk haar eigen betrokkenheid - al blijft ze ook daarin observeren. Ze gaat naar bijeenkomsten van Vrede Nu, weet zich omringd door de 'peaceniks'. Geeft hun (en haar) gedachtegoed weer. En na een beschrijving van de perikelen rond de moordenaar van Rabin, Jigal Amir ('ik kan die naam bijna niet meer uit mijn pen krijgen'), zoekt ze de relativering:

“Natuurlijk is hier nog wel meer te beleven. Concerten, tentoonstellingen, nieuwe archeologische vondsten, zon, glanzend fruit op de markt, heel veel meningen, heftig geuit. Ik dacht dat er een geweldige ruzie losbarstte in een winkel waar ik net even was. Maar het was geen ruzie. Ik ben blijkbaar nog steeds niet gewend aan de toon: 'Je moet ophouden met roken. Niet langzaam, nee, zomaar opeens. Dat heb ik gedaan van de ene dag op de andere!' Geen wonder dat het toneel hier zo weinig op heeft met tussentinten.”

mailIcon print |