*

 

'Opa veroordeelde nooit, stelde geen regels'

GERTJAN VINCENT − 20/03/99, 00:00

recensie Een pakkende voorplaat doet soms wonderen. Het indringende jongenskopje dat je frontaal aanstaart vanaf de omslag van 'The peculiar Memories of Thomas Penman' van de Engelse schrijver Bruce Robinson is daar een typisch voorbeeld van. Het zijn vooral de ogen, die - wijd opengesperd - de wereld eromheen met een mengeling van verwondering en verbijstering bekijken.

Hoewel deze roman, die in Nederland de titel: 'De merkwaardige herinneringen van Thomas Penman' heeft gekregen, officieel geldt als zijn debuut, valt daar wel iets op af te dingen. Robinson is namelijk al jarenlang vertrouwd met het ambacht: als scenarioschrijver heeft hij de nodige filmscripts op zijn naam staan, waarvan 'The Killing Fields' het succesvolst werd.

Zijn 'debuut' over de wederwaardigheden van Thomas, een 'astmatisch opneukertje van dertien' schijnt voor een deel autobiografisch te zijn, maar dat zal de lezer verder een zorg zijn: het verhaal kan prima op eigen benen staan. Kinderleed is immers universeel en dat het gezin niet altijd per definitie de ideale hoeksteen van de samenleving is, daar zijn we inmiddels ook wel achter.

De openingszin is meteen raak. ,,Het was een ontwricht, onvriendelijk, oud huis met Victoriaanse aanbouwsels en een massa lege kamers. Er hing constant een geur van sudderend vlees.'' Dat is de atmosfeer waarin de jonge Thomas opgroeit samen met zijn zus Bel, die overigens in zijn belevingswereld nauwelijks een rol speelt, zijn ouders en zijn grootvader. Met deze laatste heeft hij een bijzondere band: ,,Opa veroordeelde nooit, stelde geen regels.''

De oude man is een kleurrijke figuur, die zijn kleinzoon fascinerende verhalen vertelt over de Eerste Wereldoorlog waarin hij voor dood op het slagveld achterblijft als een granaatscherf de bovenkant van zijn schedel wegslaat. Als de Duitsers hem een paar dagen willen laten oprapen, gaan zijn ogen open. Bij wijze van experiment proppen ze zijn hersens in de schedel terug en overleeft hij het. Thomas snuffelt graag rond in de kamer van zijn opa, niet alleen omdat hij een glimp hoopt op te vangen van diens omvangrijke pornocollectie, maar ook omdat hij ervan overtuigd is, dat zijn opa de enige is die de sleutel heeft tot de familiegeheimen, die als een donkere wolk boven het gezin zweven.

Zijn ouders verkeren constant op voet van oorlog met elkaar. Als ze met elkaar praten is het net of ze hooglopende ruzie hebben, wat de verteller de opmerking ontlokt dat het onmogelijk voor ze was om ruzie met elkaar te hebben: ,,geen van beiden zou het verschil hebben gemerkt''.

Naar de buitenwereld toe wordt de schijn opgehouden dat er niets aan de hand is, maar intern broeit het voortdurend. De jonge Thomas is er onderhand wel aan gewend geen vragen te stellen. Ook niet over de gewoonte van zijn vader om 's avonds een flinke bel Teacher's achterover te slaan, voor de tv te zitten en de ballen van de dobermann te masseren. ,,Het was hier in huis een normaal gezicht, whisky in de ene hand, ballen in de andere, en gewoonlijk nog altijd met zijn zonnebril op.''

Maar de signalen van de onderhuidse oorlog die tussen vader en moeder woedt, zijn moeilijk te negeren: de jonge Thomas reageert zich af door ongegeneerd in zijn broek te schijten ,,omdat hij er zin in had, met opzet'', een eigenaardige gewoonte, die pas afgezworen wordt zodra hij een leuk meisjes leert kennen. Maar dan zijn er nog altijd de honden, die hun sporen overal in huis achterlaten.

Wanneer de grootvader overlijdt en Thomas de onthutsende waarheid over zijn rol binnen de familie te weten is gekomen, markeert dat tegelijkertijd het einde van zijn jeugd ,,met weinig anders om naar uit te kijken dan het leven''.

Bruce Robinson is erin geslaagd om voor deze aangrijpende geschiedenis van een jeugd de adequate toonzetting te vinden. Hoe wrang en liefdeloos het 'gezinsleven' voor Thomas ook is, er is altijd een uitlaatklep in de vorm van zijn opa, zijn vriendjes en later zijn vriendinnetje Gwen. Robinsons humor is niet altijd even trefzeker: zo haalt Thomas op een gegeven moment de begrippen anemie, de bloedarmoedeziekte waar zijn grootvader aan lijdt, en enema (klysma) door elkaar, wat tot de nodige verwarring leidt, maar veel te lang wordt uitgesponnen.

Daar staan weer andere passages tegenover waarin Robinson wel de juiste maat weet te vinden: de beschrijvingen van de emotionele band tussen grootvader en kleinzoon en van de eerste lichamelijke verkenningen tussen Thomas en Gwen zijn niet alleen humoristisch maar ook ontroerend.

'De merkwaardige herinneringen van Thomas Penman' is ten slotte ook een troostrijk boek: wie vindt dat hij in zijn jeugd wat tekortgekomen is, zal na het lezen van deze roman al snel moeten toegeven dat het allemaal nog veel beroerder kan.

mailIcon print |