recensie O. S. Lankhorst en P. G. Hoftijzer: Drukkers, boekverkopers en lezers in Nederland tijdens de Republiek. Sdu, Den Haag; geïll. 227 blz. - ¿ 39,90. Han Brouwer: Lezen en schrijven in de provincie - De boeken van Zwolse boekverkopers, 1777-1849. Primavera Pers, Leiden; geïll. 360 blz. - ¿ 59,90.
Nederlandse schilderijen zie je natuurlijk overal. Maar er is meer. Zo kwam ik onlangs in het aardige Armeense museum in Jeruzalem enkele kaarten en boeken in Armeens schrift tegen, die aan het eind van de zeventiende eeuw gedrukt waren in Amsterdam.
De Nederlandse Republiek was niet slechts de centrale Europese stapelplaats van voedingswaren en textiel, maar ook van intellectuele goederen. Een zeer groot deel van wat er door knappe koppen her en der in Europa bedacht werd of door de uiteraard nog excellentere klassieken ooit verzonnen was, werd in een aantal Hollandse steden aan de drukpers toevertrouwd - al dan niet met instemming van de auteurs, want tegen roofdruk zag men niet op.
Tussen 1540 en 1700 werden er waarschijnlijk meer dan 100 000 verschillende boeken in Nederland uitgegeven, terwijl er in de achttiende eeuw nog eens zo'n 200 000 bij kwamen. Naar de productie, verspreiding en consumptie van al die boeken is sinds de vorige eeuw aardig wat onderzoek gedaan. Wie daarvan een indruk wil krijgen, doet er goed aan de afdeling Oude Drukken van een universiteitsbibliotheek binnen te stappen en de daar aanwezige handboekerij te inspecteren. De universiteitsbibliotheken spelen op boekhistorisch gebied een rare rol. Enerzijds bevorderen ze het onderzoek door ijverig oude boeken te kopen. Anderzijds belemmeren ze het naar vermogen door de boeken óver die boeken alleen op de studiezalen te zetten en vooral niet uit te lenen (waarvoor alleen maar een tweede exemplaar nodig zou zijn), zodat bijvoorbeeld een student Nederlands of geschiedenis die een boekhistorische titel op een tentamenlijstje dreigt te zetten, al gauw van deze onzalige gedachte afgebracht wordt. Boekhistorische belangstelling mag zich kennelijk alleen uiten tijdens (beperkte) openingsuren overdag op werkdagen.
Wie enigszins voorbereid de drempel van zo'n zinderend stiltecentrum wil overschrijden, doet er goed aan de inleiding van Lankhorst en Hoftijzer door te nemen. Dit is nu een boek over boeken over boeken, preciezer gezegd: over boeken en artikelen uit de 19e en 20e eeuw die gaan over boeken uit de 16e, 17e en 18e eeuw. Eigenlijk is het een beredeneerd commentaar bij een lijst van 609 titels. Wie er niet in slaagt die in het hoofd te stampen, zal dit uiterst nuttige boekwerk tot in lengte van dagen met zich mee moeten sjouwen.
Het merendeel van de lompen die in voorgaande eeuwen tot papier werden verwerkt, werd waarschijnlijk niet bedrukt, maar beschreven. Het geheugen is al heel lang van papier. Mensen schreven van alles en nog wat op, vooral van zakelijke en praktische aard, maar slechts weinigen, enkele procenten van de bevolking hooguit, beleefden er plezier aan hun neus in een gedrukt boek te steken. Dat maakt Han Brouwer duidelijk in een schitterende studie over het kopen en verkopen van boeken in Zwolle. Als kind zag ik daar nog de persen van de Zwolsche Courant draaien bij Tijl aan de Melkmarkt. Schuin aan de overkant, op de Grote Markt, is altijd nog boekhandel Waanders - eertijds katholiek - gevestigd. Mijn vader haalde zijn schoolboeken op bij uitgever Tjeenk Willink (thans exclusief juridisch georiënteerd) in de Koestraat. Juist van de oprichters van deze bedrijven zijn de winkelboeken bewaard gebleven; een zeldzaam geluk, want het lot van schrijfboeken is gewoonlijk nog droeviger dan dat van gedrukte boeken.
Wie stapte er rond 1780 de winkel van Martinus Tijl binnen? Welke boeken wisten W. E. J. Tjeenk Willink en J. M. W. Waanders rond 1848 te slijten? Brouwer kan precies vertellen, wie wat kocht. Het boek bevat een aantal aantrekkelijke kopersbiografieën. Maar ze dienen algemenere vragen. Wat voor een invloed hadden de sociale positie en het opleidingsniveau op de aanschaf van boeken? Het antwoord is verrassend: er was geen sterk verband. Als leden van de elite al regelmatig boeken lazen, konden ze zich natuurlijk aardig wat permitteren, maar ook onder middenstanders en (zelfstandige) ambachtslieden zaten mensen die boeken mee naar huis sleepten, en voor hen waren de financiële offers veel zwaarder. Ook hadden ze niet per se een voorkeur voor andersoortige boeken. Allang voor er aan spreiding van macht en inkomen gedaan werd, maakte lezen gelijk, tenminste in cultureel opzicht.
Brouwers grote veronderstelling is, dat de meeste klanten van Tijl, Tjeenk Willink en Waanders op de pof kochten, zodat de winkelboeken ook werkelijk een representatief beeld verschaffen. Maar nogal wat gegevens in Brouwers tekst lijken die aanname te ondergraven. Konden boekverkopers bovendien werkelijk leven van zo weinig klanten als in hun boeken voorkomen? Enige twijfel over de waarde van de vele tabellen lijkt me daarom gerechtvaardigd. Brouwer weet overigens statisch gepriegel te vermijden door erover te schrijven met het talent dat geschikt ou zijn voor een boek over 'Het zijn en niet-zijn in heden, verleden en toekomst (en de rest)'. Zijn boek wemelt van intertekstuele grapjes; alleen de theoloog K. meende ik al drie keer vermomd tegen te komen. Op de omslag en het voorste schutblad staat overigens de rekening die juffrouw de weduwe H. Brouwer begin 1782 opbouwde bij Martinus Tijl.
Boekgeschiedenis is de ruggegraat van de cultuurgeschiedenis. Wie de geschiedenis van de menselijke geest beschrijft zonder erover na te denken hoe ideeën feitelijk verspreid werden, maakt zich schuldig aan vervalsing. Maar nu Brouwer aannemelijk heeft gemaakt, dat de kleine bent van lezers een relatief autonome groep vormt, ben ik geneigd sommige vormen van vervalsing niet zo kwalijk meer te vinden. Brouwer beoefent zijn vak zo goed, dat hij het bijna overbodig maakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.