recensie Mag je iemand per e-mail uitnodigen voor een diner, vermeld je het 06-nummer op je visitekaartje, hoe spreek je ex-schoonouders aan, laat je bij het opnemen van de telefoon merken dat de nummerherkenner al had verraden wie er aan de lijn zou komen?
Dat zijn vragen waarover je uitsluitsel verwacht in een boek met de titel 'Hedendaagse etiquette - De nieuwe omgangsvormen'. Maar schrijver en voormalig Telegraaf-journalist H.F. van Loon komt niet veel verder dan de bekende riedel over hoe het eigenlijk hoort. En dat is op zichzelf, gezien zijn boude, zelfgenoegzame toon, de moeite waard.
Voor Van Loon behoort een heer nog altijd geen bruin te dragen ('when going to town, a gentleman never wears brown'). Modern bruin mag desnoods wel, net als beige of kaki, maar nooit na 18.00 uur. Door zijn hang naar het verleden haalt hij mooie gebruiken uit de vergetelheid, zoals de geheime bloemencode, die de 'gentleman' van gisteren beheerste. Anemoon: Waarom hebt u mij verlaten? Korenbloem: Ik ben u trouw. Roze geranium: Ik kwijn weg. Hortensia: U bent mooi, maar onverschillig, Lelietjes van dalen: laat ons gelukkig zijn. Witte roos: Uw schoonheid is die der onschuld. Tulp: Ik ben oprecht.
In de goede etiquetteboeken, hoe hedendaags of ouderwets ook, gaat het er niet zozeer om hoe het hoort. Het gaat er vooral om hoe het niet hoort. Mensen die thuis zijn in de etiquette, willen onder geen beding door de mand vallen, iets waarop ze hun medeburgers wel de hele dag betrappen. Het gebruik van de kaasschaaf (burgerlijk), woorden als 'kostuum' 'gebakje', 'koelkast', het je tafelgenoten toewensen van 'smakelijk eten', het dragen van bruine schoenen; het bezorgt mensen als Van Loon een lichte, maar niet onplezierige huiver. Het plaatst de overtreder aan de andere kant van een onzichtbare grens; de grens die de 'nette mensen' scheidt van kleine mensjes en buitenlui.
Het ergste wat je in de ogen van Van Loon kunt zijn, is kleinburgerlijk, of boers. Dat eerste ben je als je 'pa' en 'ma' zegt tegen je schoonouders. Als zijn schoonzoon hem zou aanspreken met 'paps Van Loon', valt die als 'boers' door de mand. Noem schoonouders in ieder geval ook niet 'vader' of 'moeder'. Wat dan wel? Desnoods meneer en mevrouw, totdat je oud genoeg bent om ze bij de voornaam te noemen, of je ze met een koosnaam, of bijnaampje kunt aanspreken.
Er staan aanbevelingen in die vooral veel zeggen over de schrijver: 'Een vrouw moet bij voorkeur niet in een al te provocerende houding staan of zitten. Dit behoeft geen nadere uitleg, want elke vrouw die zo staat of zit, is zich daar zeer wel van bewust!', schrijft hij streng. Ook met buitenlanders weet hij van wanten. In het hoofdstuk over de tafelschikking: 'Een weduwe behoudt de status die zij had toen haar man nog leefde en, in landen waar veelwijverij bestaat, wordt per heer slechts één enkele echtgenote uitgenodigd.' Ook vindt Van Loon het beleefd om je gespreksgenoot recht in de ogen te kijken, behalve als het een Arabier is. Die houden daar niet van, aldus Van Loon, vandaar die zonnebril de ze vaak op hebben.
Er is weinig hedendaags in het boek te vinden, maar uit het hoofdstuk dat is gewijd aan de opvoeding van kinderen, blijkt dat de tijd ook bij de Van Loontjes niet helemaal heeft stilgestaan. Breng het kind wat elementaire opvoeding bij, maar doe dat vriendelijk en niet op snijdende toon. Hoe verbijsterend de kledingkeuze van een kind ook mag zijn, laat het in zijn of haar eigen waarde. Zolang het schoon is en heel, mag je niet klagen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.