recensie Met 'Prozac Nation' werd de Amerikaanse Elizabeth Wurtzel het icoon van de niks-generatie. Ze heeft namelijk alles mee en is toch depressief. In haar nieuwste boek 'Bitch' beschrijft ze het leven van 'lastige vrouwen' maar vooral ook haar eigen angsten en onzekerheden. “Het is onrechtvaardig dat vrouwelijkheid niet wordt geaccepteerd.”
Wurtzel staat zelf op de omslag van haar boek, met ontbloot bovenlijf en de middelvinger opgestoken: fuck you. Haar 'lofzang op lastige vrouwen', zoals de ondertitel van 'Bitch' luidt, slaat onmiskenbaar ook op de schrijfster zelf. Althans, dat is de manier waarop haar uitgever haar graag zou zien, want dat is spraakmakend.
De verbazing is dan ook groot als dit zogenaamde kreng de lobby van het Amsterdamse hotel inkomt en een klein, fijn handje uitsteekt. Wurtzel (1967) ziet er eerder uit als een puber dan als een gevaarlijke vrouw. Natte, sluike haren, enorme bruine ogen in een klein gezicht. Ze draagt een spijkerbroek met slobbertrui, kleine zilveren oorbelletjes, bungelende armbandjes en een dun laagje parelmoeren lippenstift.
De schrijfster werd beroemd door haar boek 'Het Land Prozac' ('Prozac Nation'), toen ook al met een foto van zichzelf op de omslag, maar dan gekleed en met een ernstige blik. Dat boek gaat over de depressies die haar al haar hele leven teisteren.
Op een haast exhibitionistische manier legt ze haar onzekerheden, twijfels, zwartgalligheid en wanhoop bloot. Het boek sloeg aan, mede omdat het samenviel met de Prozac-hype. Dat medicijn werd op de markt gebracht als hét wondermiddel voor iedereen die aan depressies lijdt.
Het gaat nog steeds niet goed met Wurtzel. Tijdens het schrijven van 'Bitch' was Prozac lang niet genoeg. Ze verdoofde zichzelf met heroïne, cocaïne en drank. Haar uitgever zag dat het mis ging en verhuisde haar van New York naar Florida, in de hoop dat ze daar minder zou worden afgeleid. Maar tegen de tijd dat Wurtzel haar boek inleverde, was ze continu high. Voor ze aan haar promotietour kon beginnen, moest Wurtzel eerst afkicken.
De schrijfster verontschuldigt zich omdat ze te laat is. “Het is geen opzet, ik ben mijn tijdsbesef nog steeds kwijt.”
Haar pr-dame waarschuwt dat je nooit kunt weten in welke staat Wurtzel verkeert, ze kan kattig zijn, maar ook volkomen apathisch. Die grilligheid is Wurtzels handelsmerk. Nu maakt ze slechts een bedeesde indruk. Ze praat warrig, maakt haar zinnen niet af en springt van de hak op de tak. Ze is immers net terug uit 'rehab.'
“Mijn hele leven kost me moeite. Vanmorgen zat ik na te denken over wat ik zou willen, als ik terug ben in de States. Ik zou willen dat mijn leven normaal was. Of op z'n minst dat er een lijn in zat, want dat is niet zo.”
Dat ontbreken van een lijn geldt evenzeer voor haar nieuwste boek. Ze schrijft over beroemde vrouwen uit de geschiedenis. 'Zielige vrouwen' zou je ze ook kunnen noemen, want de levens van prinses Diana, Nicole Simpson, slachtoffer van O. J. Simpson, de bijbelse Delila, Amy, een New Yorkse tiener die de vrouw van haar minnaar doodschoot, lopen stuk voor stuk slecht af.
Wurtzel: “Ik bewonder deze vrouwen, omdat ze hebben geprobeerd hun leven te veranderen. Ze probeerden meer te zijn. Alleen de methoden waren zó vrouwelijk, dat ze mislukten. Het is onrechtvaardig dat vrouwelijkheid niet wordt geaccepteerd, dat het verstikkend werkt. We kunnen onze dochters beter opvoeden.”
Volgens de achterflap van Bitch heeft Wurtzel “een briljant traktaat over de geschiedenis van het manipulatieve vrouwelijke gedrag” geschreven. Het is alleen wel even pezen door een ruim vierhonderd pagina's lange brij van beweringen, feiten en meningen. Af en toe bladzijdenlang boeiend, maar met te veel uitweidingen en nergens een ferme conclusie.
Wurtzel: “Mijn uitgever had kunnen zeggen, kijk, hier zijn twintig pagina's waarin jij hardop over iets nadenkt. Die kun je schrappen, dan zit er meer lijn in en is het tenminste duidelijk wat je bedoelt. Misschien had ze dat moeten doen, ik weet het niet, want ik was te veel onder invloed van drugs en drank om daarover te discussiëren.”
“Ik was blij dat ik niets hoefde te veranderen. Nu staan al die gedachtenspinsels er dus in. Sommige mensen zullen dat goed vinden en anderen niet. Ik kan er niks meer aan doen, dit is het boek. Het is een hysterisch, 'out of control' boek.”
“Mensen denken dat ik een heel goed idee heb over wat spraakmakend is. Dat zie ik in de Amerikaanse pers steeds terug. Alsof het helemaal is bedacht wat ik doe. Maar mijn leven is zo'n zooitje. Mijn gedachtes zijn chaotisch en zelfs mijn huis is een puinhoop. Ik kan het nog net opbrengen om te schrijven, maar ik weet dat mijn manier van schrijven ook een zooitje is.”
Dat is het wapen van Wurtzel, openheid, op het schaamteloze en irritante af. In haar boek duikt ze steeds babbelend zelf op, verhalend over haar eigen seksuele escapades, buien en veroordelingen.
Sommigen noemen haar boek postfeministisch, maar je kunt het ook niet erg goed doordacht noemen. Tussen de warrigheid zitten echter wel haarscherpe observaties over die verloren levens van hoeren, groupies en misdadigsters.
Wurtzel beschrijft de familie Brown, van Nicole Simpson Brown, slachtoffer van O. J. Simpson. Zelfs na de moord neemt Nicole's moeder het nog op voor O. J., terwijl ze altijd al wist dat de gevierde zwarte sporter haar dochter mishandelde. Zwart, kil en gedetailleerd is die zelfverzonnen reconstructie van een gezinsleven, tot de rillingen over je rug lopen.
In dit deel klopt de vaak gemaakte vergelijking met die andere generatiegenoot, de Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis, auteur van 'American Psycho.'
De zwarte kant van het leven kent Wurtzel maar al te goed. Ze groeide op in een joods, burgerlijk gezin. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze een klein meisje was, na jaren waarin de ene vreselijke ruzie de andere opvolgde. Ook na de scheiding ging het vechten door.
Ondanks dit gemis van een warm nest en de depressies die al op haar elfde toesloegen, werkt Wurtzel zich omhoog. Ze krijgt een beurs aan Harvard en wint een aanmoedigingsprijs van het hippe muziektijdschrift Rolling Stone voor haar essays in de Harvard Crimson.
Ze schrijft stukken over popmuziek voor de New Yorker en op haar zeventwintigste een bestseller. Maar het is nooit genoeg. Altijd blijven de huilbuien, de depressies, drugs en onbevredigende, vluchtige liefde met gemene mannen.
“Ik heb altijd het gevoel dat niemand van me kan houden. Dat probeer ik te compenseren door dan maar op te vallen.”
Van die wens maakt haar uitgever, Doubleday, dankbaar gebruik. Die betaalde haar een flink voorschot om haar over te halen snel een nieuw boek te schrijven. Een jaar voordat 'Bitch' uitkwam, probeerde Doubleday de geruchtenstroom alvast op gang te krijgen via Internet en in aankondigen. Hoe omstredener Wurtzel, hoe meer interviews.
Wurtzel vindt het allemaal wel best. “Ikzelf heb geen marketingplan, ik schrijf gewoon. Het was niet mijn idee om naakt op het boek te staan, maar ik heb er ook geen bezwaar tegen. Wat dat betreft heeft mijn uitgever een makkelijke aan me. Alles wat me leuk lijkt, doe ik voor ze.”
Wel oprecht zijn de zakken vol brieven van tienermeisjes die na het lezen van 'het land Prozac' de schrijfster melden dat ze zich precies zo voelen. Die hebben geen imago nodig. Wurtzel is geen 'bitch', maar een slachtoffer dat voor slachtoffers schrijft. En nu in 'Bitch' ook over slachtoffers.
“Als ik morgen doodga weet ik in ieder geval dat mijn leven iets waard is. Als mensen zeggen dat ze dankbaar zijn voor mijn boek, hebben ze geen idee hoe blij ik daarmee ben.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.