*

 

Chailly opent ook met Mahler nieuwe concertzaal in Milaan

Franz Straatman − 17/09/99, 00:00

recensie Voor Riccardo Chailly begon woensdagavond in het Amsterdams Concertgebouw een seizoen dat bomvol Mahler zit. Hij dirigeerde er de vierde symfonie, waarna in de loop van het jaar de achtste en de tiende ('complete') symfonie en de Wunderhornliederen volgen. Bovendien opent hij op 6 oktober met Mahlers tweede symfonie de eerste echte concertzaal van Milaan, het Auditorium di Milano (1400 stoelen), gebouwd voor het Giuseppe Verdi-orkest waarvan Chailly ook chef is.

'Im Sommerwind' was het eerste werk waarmee het Koninklijk Concertgebouworkest zijn 111-de abonnementsseizoen begon. Een diepe bastoon rees uit het niets op; met een zelfde bas maar nu uitstervend in een gespannen stilte rondden orkest en chefdirigent Chailly het concert af.

Tussen deze polen lag een prachtig programma van componisten die als het ware in elkaars verlengde werkten en in elkaars nabijheid onder eenzelfde muzikale hemel: Wenen rond 1900. Anton Weberns 'Im Sommerwind' uit 1904, Alban Bergs cyclus van zeven liederen met orkest en Gustav Mahlers vierde symfonie uit 1899/1900 met één lied als vierde deel vormden een perfect drieluik van de verwaaiende sferen in de aanloop naar de moderne tijd. ,,Nun ziehen Tage über die Welt, gesandt aus blauer Ewigkeit, im Sommerwind verweht die Zeit...'' zo dichtte tijdgenoot Hohenberg. Berg kleurde diens tekst, als zevende lied ter afsluiting geplaatst, met een vleug nostalgie.

Het programma was al twee keer eerder in Amsterdam als zomerconcert gebracht. Toen Chailly Mahlers vierde symfonie voor de eerste maal uitvoerde, op 21 augustus, verliep de stroom van de compositie wat onwennig. De vele vertragingen die Mahler invlocht, nam Chailly weliswaar zeer precies, maar ook nogal gemaniëreerd traag.

Mijn verwachting dat onder invloed van een hele reeks uitvoeringen tijdens een Europese tournee de souplesse zou groeien, werd woensdagavond meer dan bewaarheid. De overgangen tussen de delen met eigen, sfeerbepalende tempi, verliepen wondermooi. Adembenemend was de spanning die orkest en dirigent opriepen bij plekken waar Mahler een grote komma neerschreef, zoals kort na het begin van het derde deel. Het maniërisme was er uit; de muziek ademde natuurlijk, met glimlachende weemoed en Mahleriaans broeierige verleiding.

De rijke klank van de orkestratie kwam in de genuanceerde voordracht ongerept over; Chailly is er een meester in om Mahlers virtuoze veelstemmigheid helder en zingend te houden in de samenwerking met het orkest. Niet voor niets liet hij in het slotapplaus vele individuele musici (vooral blazers) even opstaan om hen de eer van het resultaat te gunnen.

Tijdens de zomerconcerten en de tournee zong sopraan Ruth Ziesak met klinkklaar heldere stem de liederen van Berg en het lieve liedje over de hemelse geneugten waar Mahler zijn symfonie mee afsloot. Zij zong als de nachtegaal die zó kwinkeleert dat de rozen spontaan openspringen, aldus het gedicht Die Nachtigall van Theodor Storm, door Berg met uitspattende kracht getoonzet. Woensdagavond betrad sopraan Barbara Bonney het podium. Met haar nemen Chailly en orkest deze week de vierde Mahler op. Bonney heeft een zwaardere stem, ook met een duidelijk vibrato. Voor enkele van Bergs donker gekleurde liederen was zij de betere keus, maar aan Ziesaks heerlijke voordracht in Mahler geef ik de voorkeur.

mailIcon print |