recensie Martin Koomen: Adieu, Portland. Van Gennep, Amsterdam; 172 blz. - ¿ 49,90.
In hun dienst aan het vaderland zijn ze meermalen op het nippertje ontsnapt aan moordzuchtige nazibenden of ander gajes, hebben ze opgesloten gezeten met uitgehongerde, monsterlijk uit de kluiten gewassen, vraatzuchtige ratten, meer dan eens de kogels langs hun oren voelen fluiten, maar nog niet eerder zijn ze ter dood veroordeeld. In dit deel, waarin hooggplaatste Tsjechoslowaken en laaghartige aanhangers van het Derde Rijk een hoofdrol spelen, komt het zelfs zo ver dat ze al voor het vuurpeloton staan.
Omdat dit de tiende Portland-thriller is, zou Martin Koomen de serie hiermee kunnen afsluiten - wellicht heeft hij met het oog daarop wel deze mogelijk veelzeggende titel gekozen - maar met Koomen weet je het nooit. Vanaf het eerste deel (Import, export, doodslag, moord) heeft hij gezegd de Portlands niet in chronologische volgorde te willen schrijven - met deze tiende zijn we terug in de jaren vlak voor de oorlog - en dus ook niet te weten hoe en wanneer de serie zou moeten eindigen. Zo heeft hij Portland diens adjudant Fokkema al eens op de boot naar naar Engeland laten zetten, wat toen een definitieve scheiding tussen de twee en zodoende het einde van de serie leek. Maar na elk hachelijk avontuur zijn ze samen teruggekomen om voor en tijdens de oorlog misdadige complotten in binnen- en buitenland op te rollen.
Van deel 1 tot en met 10 heeft Koomen het spraakgebruik, de gewoonten en de hele sfeer uit de jaren dertig en veertig fabelachtig consequent weten vol te houden, zonder zich ook maar één keer aan een moderne uitdrukking of hedendaags kleding- of meubelstuk te bezondigen. Hij toont zich een onnavolgbare meester op dit terrein, reden te meer om vurig te hopen dat dit 'Adieu, Portland' even betrekkelijk zal blijken als het vuurpeloton.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.