recensie Een auteur, als ik me niet vergis Ter Braak, beweerde ooit dat er voor het dertigste levensjaar geen fatsoenlijke roman geschreven kon worden. Bewijslast voor deze boude uitspraak levert het prozadebuut 'Wat Chloë overkwam' van de jonge Vlaamse dichter Miguel Declercq (1976). Misschien bezat hij daar zelf al een voorgevoel van.
In elk geval lijkt hij in zijn debuut niet helemaal zonder voorbedachten rade te citeren uit Giovanni Papini's 'De schrijver': ,,Als hij te vroeg begint met publiceren, met zich te doen horen, loopt hij gevaar, dat hij zich later moet schamen over hetgeen hij al te haastig openbaar heeft willen maken: hem ontbrak ervaring, vakkennis, oefening, smaak, zelfkritiek. Maar wat weggesloten wordt, droogt uit: wat eeuwig onuitgegeven blijft, wordt vergiftigd.'
De boodschap van deze kleine apologie is duidelijk. Toch had Declercq er beter aan gedaan om dit werk nog wat te laten rijpen, of anders een laatste rustplaats te geven in de bureaula. Het kan in elk geval onmogelijk zijn bedoeling geweest zijn dat de lezer al snel het spoor bijster raakt in zijn roman, de eerste dertig, beloftevolle bladzijdes ten spijt. Want deze 'stadsidylle', zoals de ondertitel luidt, laat zich aanvankelijk lezen als het suspensevolle verslag van een jonge insectenonderzoeker, die een fatale, incestueuze liefde koestert voor zijn adolescente zus Chloë. Hoe fataal, blijkt als Chloë gesignaleerd wordt met haar vriend Daphnis. Er volgt een dodelijk 'ongeluk', waarna we Chloë weer ontmoeten als spook zoals in een klassieke griezelroman.
Het einde van Chloë luidt het begin in van Declercqs debuut, dat zich ontpopt tot een heus spiegeldoolhof van verhalen. De hele literaire trukendoos wordt daarbij ingezet. Alleen beheerst Declercq het metier nog niet zo goed dat het spel dat hij wil spelen met feit en fictie, literaire verwijzingen en spiegelconstructies slaagt. De verwarring slaat vooral toe door de onduidelijkheid over wie er aan het woord is en welk verhaal er verteld wordt.
Het Droste-effect wordt in elk geval net te ver doorgedreven door Declercq die zichzelf als een literair personage opvoert. Deze Miguel Declercq leren we kennen als de rancuneuze, met twee maten metende minnaar van Chloë en een pretentieuze jonge auteur die werkt aan een romanproject met de titel 'Wat Chloë overkwam'. In dit project verschijnt zelf weer een andere jonge auteur die een roman heeft gepubliceerd met een gelijksoortige titel. Ook hij houdt er een betrekking op na met Chloë, van wie we trouwens niet veel meer te weten komen dan dat ze 'trouweloos' is en een popperige verschijning heeft.
De verhalen van de twee schrijvers lopen zo dooreen dat het op een gegeven moment volstrekt onduidelijk is wie wat zegt. In feite verschillen al de mannelijke personages die Declercq een deel van hun werkelijkheid laat beschrijven in monologen, weinig van elkaar in 'stem' en 'karakter'. Zo weinig zelfs dat ze verschijnen als de evenzovele afsplitsingen van een en dezelfde persoon, die lijdt aan zijn liefde voor de 'ontrouwe' Chloë.
De stem van Chloë zelf krijgt overigens een opvallend kleine rol toebedeelt in het geheel aan verhalen die Declercq haar, Daphnis, de auteur(s) en Chloë's verknipte broer, zonder veel diepgang laat vertellen over gekwetste (puber-)liefde, ontrouw, jaloezie en wraak. Chloë is vrijwel monddood gemaakt en dat feit gecombineerd met de verschillende andere doden die Declercq haar laat sterven, roept onwillekeurig Oscar Wilde's beroemde versregel uit 'The Ballad of Reading Gaol' in gedachte: ,,For each man kills the thing he loves.' (,,Maar ieder doodt wat hij bemint.') In het als postmoderne literaire wraakactie geconstrueerde 'Wat Chloë overkwam' lijkt er geen andere mogelijkheid te zijn. 'Love hurts' zullen we maar zeggen.
De literaire pretenties van Miguel Declercq strekken zich ook uit tot het leggen van intertekstuele relaties. Het zijn vooral de in hun banaliteit tamelijk slaapverwekkende masturbatie- en vrijscènes, die 'Wat Chloë overkwam' tot een perverse 'remake' maken van Longus' klassieke pastorale over de onschuldige liefde tussen de twee vondelingen Chloë en Daphnis. Betekenisloos blijven de andere verwijzingen, zodat het vermoeden rijst dat er hier indruk gemaakt moest worden.
Jammer eigenlijk van al die nu eens wel, dan weer niet ironisch bedoelde gewichtigdoenerij. Want de vlotte verteltrant, de soms verrassende beeldspraak die Declercqs achtergrond als dichter verraadt, zijn lef en het veelbelovende begin, laten zien dat hij wel iets meer in zijn mars heeft. Nu blijft 'Wat Chloë overkwam' toch vooral een boek dat 'ruggengraat mist', zoals het literaire personage Miguel Declercq ook al bevroedde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.