*

 

Schelden op de maatschappij, tobben met de koningin

RUUD VERDONCK − 21/10/97, 00:00

recensie Wie zijn wij nog om sinds het voortreffelijke juryrapport van prins Willem-Alexander over het boekje 'Majesteit' van Youp van 't Hek, daar iets relativerends tegenin te brengen?

“Ach, ik ken Youp, ik weet wat hij schrijft, ik ken zijn sarcasme. Ik heb met heel veel plezier al zijn brieven gelezen, zoals ik elke week zijn artikeltjes met veel plezier lees. Hij heeft er een leuk boek mee vol gekregen. En ja, het is een vrijheid van meningsuiting waar ik, als je ze met een korrel zout neemt, ontzettend om kan lachen”, zei de prins in het tv-interview met Paul Witteman. Waarmee alle facetten van het boek wel aan de orde waren geweest.

Maar ja, wij moeten wel. Al was het maar omdat naast Youp van 't Hek ook zijn collega Herman Finkers tot de genomineerden behoort met zijn boekje 'Ich bin ein Almeloër!'.

Een helemaal eerlijke strijd is een vergelijking zelfs tussen de twee cabaretiers niet. 'Majesteit' is een verzameling brieven die Van 't Hek als column in NRC Handelsblad schreef. 'Ich bin ein Almeloër' is een tamelijk bonte verzameling van allerlei soorten 'teksten naast het theater', een soort magazijn-uitverkoop van de firma Finkers. Een enkele tekst kwam overigens nog wel terug in zijn theatershow 'Geen spatader veranderd'. Maar het merendeel bestaat uit gedichten van lang geleden, toespraken en columns.

Finkers is bovendien doorgaans drooglollig óm het drooglollige. Ook leuk, maar iets heel anders dan de verzameling brieven van Van 't Hek. Die vormen bij elkaar één overzichtelijker geheel en bevatten volop van zijn bijtende kritiek op alles wat zich in Nederland afspeelde in de periode tussen augustus '96 en maart '97.

Per stukje behandelt Van 't Hek niet één maar makkelijk tien onderwerpen die in die periode speelden, bijeen gehouden door de vorm: de brieven aan zijn majesteit.

Daarin weet hij de illusie van intimiteit zodanig in stand te houden dat, ondanks alle grappen die hij ook over haar maakt, hij de geadresseerde geen enkele keer makkelijk onderuit schopt. Hij is veel harder voor de maatschappij die hij bekritiseert, dan voor de koningin met wie hij liefst meetobt.

Die illusie weet hij tot de laatste regel vast te houden, letterlijk, omdat hij na verloop van tijd zijn brieven afsloot met een PS'je dat na een vracht veelal formidabel verbaal geweld ineens alles terugbracht tot waar hij mee bezig was. Terwijl hij tegelijk nog even een laatste oorvijg verkocht aan zijn lezers. “Kluivert weg. Bogarde weg. Overmars misschien. Zullen wij voor alle zekerheid allebei een De Boertje leasen?” Of: “Zie ik U nog op de Auto-RAI of stuurt U Uw chauffeur?”

In de voorafgaande column gaf hij zijn commentaar op de Nederlandse maatschappij. Niet zelden ging het over Sport 7, want dat speelde in die tijd en hoewel het maar een muggenpoepje is op de spiegel van onze tv-historie, het station tekende op zeldzaam scherpe wijze een mentaliteit die Van 't Hek op de voet volgde en neersabelde. Hebben wij sindsdien nog veel juichends aangaande Sylvia Toth vernomen?

'Majesteit' is een erg geslaagde bundeltje, wat een hele verdienste is, daar het in het genre niet zelden gaat om allemaal bij elkaar geraapte stukjes. Bij uitzondering doorstaan de bundels de tijd. Of omdat ze zo onweerstaanbaar leuk zijn, of omdat ze een afgerond onderwerp tekenen.

En dat is nu net wat bij Finkers ontbreekt. Finkers is bijna steeds vrijblijvend leuk. En al helemaal in zijn bijkomende teksten. Op een of andere manier, op zijn manier in elk geval, nodigen die uit tot een wedstrijd. Wie ontdekt het eerst dat hij op het verkeerde been staat? Bijvoorbeeld door de schrijver Willem Wilmink toe te spreken en het te hebben over een onbekende schilder Willem Wilmink. Doorgaans komt het erop neer dat zijn toehoorders, of zijn lezers, hun verlies met een schaterlach nemen.

Finkers lezen wordt vooral leuk als je hem een keer hebt zien optreden. Dan heb je de intonatie al gauw te pakken. Van 't Hek zelf heb je er bij 'Majesteit' niet bij nodig; hij kan het ook zonder theater. Maar als je Finkers niet hebt gezien, zo moet gevreesd worden, valt zijn boekje tegen.

Daarin staat het werk van een zeer-droogkomiek, dat alleen werkt als je weet hoe hij het jongensachtige combineert met de achteloosheid waarmee hij zijn grapjes in de rondte strooit. En als je zelf zorgt voor de juiste timing, die onontbeerlijk is.

'Ich bin ein Almeloër' eindigt met een preek en stukjes die hij schreef voor het blad van het aartsbisdom Utrecht. Dat zijn de interessantste maar de minst leuke pagina's van het boekje. Finkers is op zijn eigen manier rooms-katholiek en dat betekent vooral dat hij een boodschap heeft aan de overige gelovigen en geen boodschap aan de Nederlandse leiding van de kerk, die nu juist centraal staat in de meeste discussies.

Dat is het verschil tussen boekjes met gewoon leuk en buitengewoon leuk.

mailIcon print |