*

 

Stop, stop, stop, roept Voorhoeve in paniek

JAN BEZEMER − 24/01/97, 00:00

recensie Bart Rijs en Frank Westerman: Srebrenica: Het Zwartste Scenario. Atlas, Amsterdam; 272 blz. - ¿ 34,90.

Uit de vergelijking van de verschillende verhalen hebben Bart Rijs en Frank Westerman een reconstructie gemaakt van de val van de moslimenclave in juli 1995, die zij voor waar houden. Naarmate de tijd verstrijkt en er meer publicaties verschijnen rijst meer en meer de vraag of het ware verhaal ooit bekend zal raken. De kans is groot dat “de grootste misdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog” altijd in nevelen gehuld zal blijven.

Ter vergelijking: In de recente studie van de twee wetenschappers Jan Willem Honig en Norbert Both wordt elke complottheorie naar het rijk der fabelen verwezen. De omstreden rol van Dutchbat wordt gerelativeerd. Volgens Both en Honig was het gebrek aan politieke wil bij de bondgenoten om de 'veilige gebieden' als Srebrenica daadwerkelijk te beschermen, de ware oorzaak van het echec. Elke groep blauwhelmen zou daardoor in dezelfde benarde positie zijn gekomen.

De nieuwe studie van de twee journalisten Rijs en Westerman gaat nog steeds uit van de complottheorie, dat de Verenigde Naties de enclave Srebrenica bewust hebben laten vallen en dat de Franse bevelhebber Janvier om die reden Navo-luchtaanvallen op Servische doelen zou hebben getraineerd. Die luchtaanvallen hadden de Bosnische Serviërs kunnen afschrikken.

Maar dat die luchtaanvallen uiteindelijk helemaal niet doorgingen is net zo goed te wijten aan ingrijpen op het laatste moment van minister Voorhoeve van defensie. Zijn paniekerige uitroep: 'Stop, Stop, Stop,' op het moment dat de straaljagers in Italië hadden moeten opstijgen, wordt later in het boek ook aangehaald, als reden om de luchtaanvallen af te blazen. De theorieën zijn al eerder voorwerp van een publieke discussie geworden, nadat de beide journalisten er over schreven in hun eigen kranten. Westerman in de NRC en Rijs in de Volkskrant.

De onderzoekers hebben zich er zeker niet vanaf gemaakt. Rijs en Westerman hebben 40 pagina's nodig om hun bronnen uit de doeken te doen. Hun interpretatie van het feitenmateriaal is plausibel, geloofwaardig, maar dat was het werk van Both en Honig ook. Het heeft allemaal veel weg van de verleidelijke gesloten redeneringen waarmee Erich Von Düniken probeerde aan te tonen dat de goden ooit kosmonauten waren. Het is heel goed mogelijk dat het eerstvolgende boek over Srebrenica (over enkele weken) ons weer een nieuwe theorie brengt.

De schrijvers hebben stapels faxen in handen gekregen. Zoals die fax, die minister Voorhoeve van defensie na de val van de enclave naar de blauwhelmen zond, met richtlijnen voor de aftocht. Rijs en Westerman maken zich er boos over dat de minister zich grote zorgen maakt over het materieel, terwijl er met geen woord wordt gerept over de slachtoffers, de moslimvluchtelingen.

Een dergelijke fax is op vele manieren te verklaren, maar voor de schrijver telt er maar één: Het optreden van Nederland in deze kwestie kan niet deugen. Zo is het hele boek doordesemd met schaamte en boosheid over het optreden van de Nederlanders in Srebrenica. “Wat doet Dutchbat? Het kijkt toe hoe de mannen van de vrouwen worden gescheiden, jaagt vluchtelingen uit het basiskamp en vult dieseltanks van de bussen waarmee de etnische zuivering in Bosnië wordt voltooid.”

Het vervelende en ergerlijke is dat de Nederlandse overheid zelf alsmaar niet met een sluitende redenering komt. Als het woord Srebrenica valt raakt het ministerie van defensie zo in een kramp, dat steeds opnieuw het vermoeden ontstaat, dat carrières of internationale relaties moeten worden beschermd. Zolang dat het geval is, zullen nog vele onderzoekers kunnen scoren op vragen rond de kwestie Srebrenica.

Buiten dat Rijs en Westerman terecht lastige vragen stellen is hun boek bovenal een goed geschreven en dus zeer leesbaar verslag geworden van die dramatische dagen in juli 1995. De schrijvers zetten personen centraal. Ze geven de geschiedenis daarmee een nieuwe spanning, ook voor wie de grote lijn en de afloop bekend is. Het droeve lot van de slachtoffers wordt met aandacht uitgewerkt, zonder melodrama. Immers: “De feiten zijn saillant genoeg.”

Het wordt voorstelbaar hoe de jonge maar sterke vrouw Camila, jarenlang stug weet vol te houden, maar ineenstort als ze moet vluchten. Hoe de vertaler Hasan zich voelde, toen hij vanwege starheid bij Dutchbat, zijn familie niet mocht redden. Bijna legendarisch (en wellicht iets te positief) is de opkomst en ondergang van moslimstrijder Naser Oric, die de Serviërs jarenlang uit de omgeving van de moslimenclave wist te houden.

Dergelijke verhalen van vlees en bloed doen recht aan dat 'Srebrenica van de moslims', aan wat Rijs en Westerman zelf ook het belangrijkste vinden: het lot van de slachtoffers en niet dat van politici.

mailIcon print |