*

 

Spillebenen met een beetje kuit Auteurs kiezen hun favoriete illustratie

JOLAN DOUWES − 29/09/94, 00:00

recensie 'Mijn favoriete illustratie', t/m 30 okt. in het Letterkundig Museum, Prinses Irenepad 10, Den Haag. Open van di t/m za 10-17 uur, zo 13-17 uur. Volw. ¿ 5,-, kinderen t/m 12 j gratis. 'Mijn favoriete illustratie', red. Manon Ferwerda en Aad Meinderts, uitg. Querido, Amsterdam, Prijs: ¿ 29,90

De telefoon aan de andere kant van de lijn gaat tien keer over, dan wordt hij opgenomen. Een vermoeide stem zegt: 'Met Peter van Straaten.' 'Ah Peter, ja, ja, neem me niet kwalijk dat ik zo vroeg...'# 'Hindert niet.' '... bel, maar ik heb weer een boekje geschreven.'#

Zegt Peter van Gestel, de auteur die zijn favoriete illustrator uit bed belt. Of hij vast even een synopsis mag sturen? Het boekje gaat over een meisje dat leeft aan het begin van deze eeuw. De schrijver heeft een breekbaar, dromerig wicht voor ogen.

'Blond.' 'Ja, blond is mooi.' # 'Spillebenen.'# 'Erge spillebenen?'# 'Wat zijn dat, erge spillebenen?' 'Een beetje kuit, dat mag toch wel, hè?'

Twee maanden later laat Van Gestel de telefoon opnieuw overgaan. Hij heeft die ochtend een enveloppe met illustraties op de deurmat gevonden. En hij wil graag even kwijt hoe enthousiast hij is over het fragiele ruggetje, de lange slungelarmen en de uitzakkende vlecht. Maar Van Straaten heeft geen tijd voor complimentjes. Hij spreekt de ander wel weer als het volgende verhaal af is.

“Een prachtige conversatie”, zegt Aad Meinderts, plaatsvervangend directeur van het Letterkundig Museum in Den Haag en bedenker van het plan om 33 Nederlandse auteurs te vragen naar de mooiste tekening bij hun werk. “De schrijver en de illustrator zeggen maar weinig, maar wát ze zeggen, doet er wel toe.”

De beschrijving van het 'werkoverleg' is te vinden in het boek 'Mijn favoriete illustratie' dat uitkomt bij een gelijknamige tentoonstelling in het Letterkundig Museum. De expositie is een opmaat voor het Kinderboekenmuseum, een aparte afdeling van het Letterkundig Museum. Daarin is vanaf 9 december een permanente tentoonstelling over jeugdliteratuur te zien.

In 'Mijn favoriete illustratie' lichten de deelnemers op verschillende manieren hun dierbaarste tekening toe. De een schrijft een brief aan haar vaste illustratrice, de ander haalt persoonlijke herinneringen op, weer een ander illustreert zijn meest geliefde tekening met een fragment uit zijn eigen tekst. De rollen zijn dit keer immers omgekeerd. En dat mag ook wel eens.

“Illustratoren zijn nog steeds een beetje een vergeten groep”, vindt Aad Meinderts. “Uitgevers besteden veel aandacht aan de plaatjes, maar ze vinden de tekst toch altijd nog nét iets belangrijker. Daar gaat het ook om in de literatuur. Al bepalen de illustraties voor een belangrijk deel de boeken: als kinderen die lelijk vinden, zullen ze het verhaal ook niet gauw lezen.”

Meinderts organiseerde het project niet alleen omdat hij tekenaars meer waardering gunde. Hij was ook benieuwd naar de voorkeuren van schrijvers die nauw met hen samenwerken. Met museummedewerkster Manon Ferwerda benaderde hij auteurs die hij min of meer representatief vond voor de Nederlandse jeugdliteratuur; Van veelgelezen 'vertellers' zoals Thea Beckman en Jacques Vriens tot de veelgeprezen literaire schrijvers uit de Querido-stal.

“Natuurlijk zijn we mensen vergeten. Maar ik laat me niet verleiden tot het noemen van namen, want dan vergeet ik er in tweede instantie weer een paar. Ik wil alleen zeggen dat ik er graag Evert Hartman bij had willen hebben. Hij overleed vrij kort nadat wij hem hadden gevraagd.”

Van sommige auteurs kun je de nummer één wel zo'n beetje voorspellen: Annie M.G. Schmidt komt natuurlijk met Fiep Westendorp, Toon Tellegen met Mance Post. En je kunt ook wel op je vingers natellen dat Imme Dros haar echtgenoot Harrie Geelen de beste vindt en Jan Terlouw zijn dochter Ashley. “U zult zeggen, dat is geen objectieve beoordeling. Gelijk hebt u”, schrijft Terlouw uitdagend bij zijn geliefde illustratie.

Maar waarom kiest Rita Törnqvist voor de omslag van haar boek 'Hoe moet dat nu met die papillotten' een schilderijtje van haar dochter Marit? Omdat de jeugdherinneringen opborrelen als ze kijkt naar de vader die zijn dochter op de fiets een brug opduwt, met zijn hand in haar nek. Zo deed haar eigen vader dat ook, in 1944, op een fiets zonder banden.

Zeer particulier is ook de keus van Margriet Heymans, die een illustratie uit haar boek 'Lieveling, boterbloem' opdraagt aan haar dit jaar overleden dochter. Iets te particulier, vond Aad Meinderts in eerste instantie. “Toen ik haar bijdrage voor het eerst las, dacht ik: hier heb ik als lezer niets mee te maken. Maar ik kan me ook wel weer voorstellen dat ze zo'n buiten-literaire keus maakte. Ik denk dat ze hiermee een monumentje wou oprichten voor haar dochter.”

Van alle 33 auteurs kwam niemand op het idee om Peter Vos te kiezen. Maar The Tjong Khing werd niet vergeten; hij kreeg maar liefst vier voorkeursstemmen. In essayistische stukken leggen Dolf Verroen en Els Pelgrom uit waarom ze hem de grote kampioen vinden. “Hij is de enige tekenaar die het verschil kent tussen grote mensen en volwassenen”, zegt de eerste. En de tweede noemt hem typisch een illustrator die een verhaal op zijn kant kan zetten, zonder het stuk te maken.

Terecht schrijft Els Pelgrom dat goede illustraties een dimensie toevoegen aan een verhaal. Zij openbaren iets dat niet in de tekst staat, maar er wel bij hoort. “Bij het zien van die illustraties voel je een rilling van verwachting, van verwondering.”

Karel Eykman biecht eerlijk op dat hij niet zo'n ster is in het beeldend beschrijven van diepere gevoelens. “Jonge lezers slaan die trouwens toch over.” Daarom is hij zo blij met de simpele lijntekeningen van Sylvia Weve. Volgens hem zijn die onmisbaar om de lezers te helpen begrijpen wat hij bedoelt.

Opvallend veel kunstenaars illustreren hun eigen verhaal - of voorzien hun eigen illustraties van teksten. Al die dubbeltalenten dragen eigen werk aan. Die keuze wekt even de indruk dat ze niemand beter vinden dan zichzelf. Maar dat is schijn, weet Aad Meinderts. “Bij deze kunstenaars gaat ijdelheid juist gepaard met bescheidenheid en onzekerheid. Al zijn ze van nog zo'n hoog kaliber, ze blijven zich te sappel maken over de kwaliteit van hun werk.”

De reden waarom ze massaal op zichzelf stemden, is simpel: ze mochten alleen kiezen uit illustraties bij hun eigen werk. Dus kon de schrijver Dick Bruna moeilijk iemand anders vinden dan de tekenaar Dick Bruna. Net zo min als Harrie Geelen, Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout, Margriet Heymans, Max Velthuijs, Tonke Dragt, Harriët van Reek en Wim Hofman.

Allemaal dubbeltalenten die nooit eens urenlang aan de telefoon kunnen hangen, zoals Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp. Waarschijnlijk zijn ze met hun alter ego even snel klaar als Peter van Gestel met Peter van Straaten:

'Over een jaartje heb ik weer een boek. Over een jongetje, dit keer.' 'Da's ook aardig. Dàààg.'

mailIcon print |