*

 

De nieuwe Drees en de nieuwe Vorrink: Kok en Rottenberg

WILLEM BREEDVELD − 10/11/95, 00:00

recensie P. G. C. van Schie (red.): Tussen polarisatie en paars. Kok Agora, Kampen; 200 blz. - ¿ 35. De Rode Droom - een eeuw sociaal-democratie in Nederland, een beeldverhaal en een essay van Piet de Rooy; SUN, Nijmegen; 180 blz. - ¿ 32,50.

Proefpersonen brengen de kleur onverbiddelijk in verband met eigenschappen als onbetrouwbaarheid en conflict. Want paars is een mix van de kleuren blauw en rood, die elk een zo verschillend karakter hebben dat een combinatie wel op een regelrecht conflict moet uitdraaien.

Ik heb daarom ook nooit begrepen waarom die twee het in één kabinet kunnen uithouden. Tot ik de onlangs verschenen bundel 'Tussen polarisatie en paars' ter hand nam, waarin dit raadsel voor eens en voor altijd werd opgelost. En wel door niemand minder dan de eeuwige pleitbezorger van paars, de Groningse commissaris van de koningin Henk Vonhoff. En hoe! Ik citeer: “De minder dreigende toon die het dagblad De Telegraaf tegen de liberale deelname aan het kabinet aanslaat dan eerder het geval is geweest toen men Hans Wiegel de gelegenheid heeft geboden tegen de VVD-deelname aan het kabinet te ageren, kan gezien de publieksgevoeligheid van dit medium een signaal zijn dat de positie van het kabinet is gestabiliseerd”.

Een moment speelde door mijn hoofd dat De Telegraaf inderdaad het baken bij uitstek is voor de VVD in roerige tijden. In 1989, toen zich in de VVD-fractie al heel wat ongenoegen had opgehoopt over de 'zonnekoning-neigingen' van Ruud Lubbers, wachtte men ook al geduldig op een signaal van de gezond-verstandkrant. Dat kwam, toen het kabinet zich vergreep aan het reiskostenforfait en de auto-forenzen een stevige veer dreigden te moeten laten. De krant was furieus en riep de VVD op amok te maken. Toen deze oproep bij VVD-Kamerleden op de vloermat plofte, was de basis voor de kabinetscrisis gauw gelegd en al helemaal toen Wiegel (die De Telegraaf ook al gelezen had) het op een spreekbeurt in Ouwehands dierenpark nog eens dunnetjes overdeed.

Er zit ook een zekere logica in. Frits Bolkestein, Hans Wiegel, of hoe ze allemaal mogen heten, zijn in staat om via De Telegraaf 30 tot 35 procent van hun kiezersaanhang te bedienen. Ter vergelijking: het CDA bereikt via Trouw nog geen 7 procent van zijn aanhang. Waar De Telegraaf zo gespeld wordt door VVD-kiezers, ligt het voor de hand om aan te nemen dat die krant invloed op hen heeft. Waarom zouden ze anders die krant lezen?

Pijnlijke vraag blijft ondertussen of de VVD zodoende zelf ook nog wat in de melk ter brokkelen heeft. Hiermee zitten we midden in het meer serieuze deel van het boek: de bijdragen van Van Schie en Van der List van de liberale Teldersstichting en de beschouwingen van VVD-buitenstaanders als Voerman, Otten en Wijne. Wat daarin opvalt, is de onmogelijkheid om echt greep te krijgen op de verhouding tussen liberalen en sociaal-democraten.

Wat is liberaal en hoe heeft zich dat in Nederland gemanifesteerd? Neem je de vrijzinnige variant van het liberalisme, dan blijkt dat sociaal-democraten en liberalen op basis van hun gedachtengoed door de jaren heen best tot samenwerking in staat waren. Niet voor niets is de christen-democratie geneigd deze stromingen op te vatten als broertje en zusje van de Franse revolutie.

Rijst vervolgens de vraag waarom het er nooit van kwam (de eerste naoorlogse jaren daargelaten, toen de vrijzinnig- democraat Oud even de kluts kwijt was geraakt, meedeed aan de PvdA en vervolgens de liberalen verenigde in de VVD). Vaak wordt gewezen op onoverbrugbare mentaliteitsverschillen tussen die twee. Maar er blijkt meer aan de hand te zijn. Otten doet hierover de markantste uitspraken. Het was, zegt hij, ten dele een kwestie van strategie en tactiek (PvdA en VVD hadden er beide behoefte aan zich ten opzichte van elkaar te profileren). Maar wat samenwerking belemmerde, was vooral dat de nieuwe VVD zich gretig voedde met anti-socialistische sentimenten. De partij zat vastgeroest in oude denkbeelden over staatsonthouding. Het viel de VVD zwaar om aan de kiezer uit te leggen wat er nu zo liberaal was aan een interveniërende overheid die zich na 1945 onstuitbaar manifesteerde.

Het lijkt me inderdaad de kern van de zaak. Temeer omdat het laat zien waarom samenwerking thans wèl mogelijk is: de PvdA heeft inmiddels haar geloof in een alles regelende overheid erloren. Het etatisme van weleer bestaat niet meer in de PvdA. Bolkestein wrijft dit nog eens dunnetjes in met zijn verhaal dat de sociaal-democratische ideologie zichzelf heeft overleefd. Terecht voert Van der List daartegen aan dat het socialisme door de jaren heen zijn kracht heeft bewezen als correctief op het kapitalisme en daarmee op het al te gemakkelijke vrije-marktdenken van de VVD.

Afijn, wat er in de PdA zo al is veranderd, wordt nog eens kernachtig samengevat in 'De Rode Droom', waarin de historicus Piet de Rooy een fraai essay heeft geschreven onder de titel 'Begeerten en idealen, een eeuw sociaal-democratie in Nederland'. Het is een verhaal van droom naar de barre werkelijkheid van het regeerbedrijf, kernachtig samengevat in deze zin, die tegelijkertijd verklaart waarom paars nu mogelijk is: “Sinds 1989 manifesteert Wim Kok zich als een op aarde teruggekeerde Drees en in maart 1992 trad Felix Rottenberg aan als een nieuwe Vorrink”.

En wie deze kost allemaal te ingewikkeld vindt, kan zich altijd nog laven aan het hoofdstukje van Vonhoff: hoe je de verhouding tussen PvdA en VVD ook bekijkt, door de jaren heen blijkt De Telegraaf inderdaad een redelijk betrouwbare graadmeter voor die verhouding te zijn geweest. Met de VVD stond de krant vooraan in de bestrijding van (de spookbeelden van) het socialisme, en met de VVD is de Telegraaf ook aanzienlijk makker geworden. Op de oprispingen van Bolkestein na, die in De Telegraaf dankbaar aftrek vinden. Of is het juist andersom en gaat Bolkestein eerst bij De Telegraaf te rade?

mailIcon print |