*

 

Bzzlletin

T. VAN DEEL − 05/09/97, 00:00

recensie De redactie van 'Bzzlletin' stelt zichzelf en haar medewerkers de laatste tijd prikkelende vragen die aanleiding geven tot verrassende, beklijvende nummers. Dit keer is niet zozeer de al dikwijls besproken verhouding van de literaire tot de beeldende kunst aan de orde alswel de indruk dat de modernste beeldende kunst zich veel meer van de literatuur aantrekt dan andersom.

Schrijvers, als ze het over beeldende kunst hebben, richten zich veelal op wat oudere of zelfs traditionele kunst. Verschillende schrijvers en beeldend kunstenaars komen in dit nummer aan het woord. Allereerst de meest prominente kunstcriticus (van de modernsten): Anna Tilroe. Zij wordt deskundig geïnterviewd door John Heymans, die in menig opzicht zijn stempel op dit nummer drukt, want hij schrijft ook nog over Pascale Ticheler, Armando, Schippers en verwerkingen van kunst in proza. Steeds terugkerende namen zijn die van Vogelaar en Marlene Dumas, de eerste verdedigt zijn 'terugschrijven' aan beeldende kunst, de tweede wordt interessant bewonderd door de schrijver Oscar van den Boogaard. Ron Elshout handelt meer in het algemeen over de vraag hoe te schrijven over beeldende kunst. Atte Jongstra en René Huigen (schrijvers) en Elisabeth de Vaal en Mariëtte Linders (kunstenaars) behoren onder anderen ook tot de contributanten aan dit stevige nummer.

mailIcon print |