recensie Is het een nieuwe vorm van toerisme? In het Duitse taalgebied hebben ze er zelfs al een woord voor: Bildungstourismus. De pedagoog Johann Heinrich Pestalozzi (1746-1827) werd 250 jaar geleden geboren. Zijn leven valt in Zwitserland na te reizen, compleet met reisgids. Auf den Spuren Pestalozzis, Stationen seines Lebens, boekje verkrijgbaar bij het Pestalozzianum in Zürich, Zwitserland. J.H. Pestalozzi, Neuhof-geschriften. Ingeleid, vertaald en van commentaar voorzien door Daan Thoomes. Kampen, 1996, ISBN 90 2242 7765 5.
Voor Zwitsers en Duitsers begint de pedagogiek een eeuw eerder: aan het begin van de 19de eeuw. Met Pestalozzi. Zo we die in Nederland nog kennen, dan is dat van de naoorlogse kinderdorpen, waar oorlogsweesjes in een nagebootst gezinsverband werden grootgebracht.
In Zwitserland zijn ze Pestalozzi nooit vergeten. Hij is er een volksheld. Dat heeft iets opmerkelijks, voor een zo ordentelijke natie. Want in elke Pestalozzi-biografie keren twee on-ordentelijke feiten telkens terug. Pestalozzi was lelijk, en hij zag er qua verzorgdheid niet uit. Hij was viezig en morsig. Niettemin is de vieze man Pestalozzi in Zwitserland net zo populair als Wilhelm Tell.
Daan Thoomes is een van de weinige Nederlandse Pestalozzi-kenners. Hij zit achter de publicatie, dit voorjaar, van de Neuhof-geschriften. Dat zijn de bedelbrieven die Pestalozzi de wereld in stuurde toen, in 1775, zijn boerderij annex opvoedingsinstituut Neuhof failliet was gegaan. In die brieven zet Pestalozzi uitvoerig uiteen wat hem beweegt.
Pestalozzi is de pedagoog van wat we nu het 'achterstandskind' noemen. Zelf sprak hij van 'vergeten kinderen'. “Daarbij denk ik aan kinderen die een zwervend bestaan leiden, aan achtergelaten kinderen die moeten stelen om te overleven, aan meisjes die zonder hulp en leiding voorbestemd zijn voor een armoedig en ongehuwd bestaan. Al deze verloren kinderen wilde ik van de ondergang redden en opvoeden tot een nuttig en werkzaam leven”, schreef hij.
Op de Neuhof had Pestalozzi ruim twintig weeskinderen om zich heen verzameld, die hij afwisselend liet leren en werken. Daar zat wel een financiële noodzaak achter, maar Pestalozzi vond ook echt dat het zo hoorde.
De omstandigheden waaronder een kind opgroeit, moesten niet totaal verschillen van wat de latere volwassene zou ontmoeten. Of, in Pestalozzi's eigen - later vaak verkeerd opgevatte - woorden: 'Der Arme muss zur Armuth auferzogen werden'. Ze moesten goed worden toegerust voor hun toekomstige harde, karige bestaan.
Thoomes: “Dat was een heel andere benadering dan de meer liefdadige kijk van degene aan wie hij die brieven schreef: Tscharner. Die vond dat weeskinderen, en kinderen van de armen, als het ware liefderijke compensatie moesten krijgen voor wat ze tekort kwamen. Pestalozzi was on-sentimenteel, niet uit op populariteit. Hij was vrij hard. Daar kwamen ook de praatjes van dat hij aan kinderarbeid deed.”
Nikolaus Emanuel Tscharner, stadhouder van het kanton Bern maar ook schrijver van tijdschriftartikelen over 'armenopvoeding', was heilig overtuigd van het belang van de school.
Pestalozzi geloofde veel meer in de opvoedende kracht van het gezin. Tscharner wilde de kinderen van de armen op school lesgeven in landbouwmethoden, en vond fabriekswerk voor kinderen ronduit zedenbedervend.
Pestalozzi daarentegen geloofde er niets van dat de kinderen van de armen ooit kans zouden maken op een boerderij, op landbouwgrond. Het was voldoende als kinderen leerden hoe ze een eigen moestuin moesten bijhouden, vond hij. Ze moesten voorbereid worden op hun echte toekomst: werken in de huisindustrie die in opkomst was. Wol- en katoenhandelaren zetten in die jaren spinnewielen en weefgetouwen bij de mensen thuis neer, en haalden het eindproduct op als het klaar was.
Bij Tscharner was 'armoede' een kwaad dat bestreden moest worden. Bij Pestalozzi was 'leren leven met armoede', en je er daardoor van bevrijden, meer het doel. Dat kwam hem op het verwijt te staan dat hij de armen aan hun positie wilde vastketenen.
“Uit ervaring weet ik dat de armste kinderen niet in hun groei en ontwikkeling geschaad worden door te werken van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Dat gebeurt wel door wanorde, herhaaldelijk gebrek of door onmatig gedrag bij bijzondere gelegenheden, waarbij ze zich volproppen. (...) Het is mij gebleken dat neerslachtige kinderen die door nietsdoen en bedelen verzwakt zijn en er bleek en ongezond uitzien, snel opgewekt worden en gaan groeien wanneer ze ononderbroken werk verrichten. (...) Ik weet uit ervaring dat zij zich zeer snel herstellen en hun ontwikkelingsachterstand inhalen en dan weer een menselijke relatie kunnen aangaan.”
Thoomes: “Pestalozzi werd absoluut niet gedreven door een vooruitgangsgeloof. Hij vond: het vergt iets, je moet er iets voor doen, om vooruit te komen. Een kind vaardigheden bijbrengen, dat achtte hij niet zo moeilijk. Een kind normen en waarden bijbrengen, dat vond hij een stuk moeilijker”.
Aanvankelijk had Pestalozzi veel belangstelling voor de grote politiek van zijn tijd. Hij werd, in 1793, door de Franse revolutionairen als enige Zwitser tot ereburger van Frankrijk uitgeroepen, vanwege zijn strijd tegen sociaal onrecht en vóór goed volksonderwijs. Maar het bloedvergieten in Frankrijk maakte hem sceptisch over het effect van politiek.
Thoomes: “Hij was er in teleurgesteld en hij wendde zich er van af. Politiek richt minder uit dan opvoeding, vond hij. Alleen gaat het langzamer.”
Het Pestalozzianum in zijn geboorteplaats Zürich gaf ter gelegenheid van zijn 250ste geboortejaar een reisgids uit, die de toerist voert langs de vijf plaatsen in Zwitserland waar Pestalozzi actief is geweest.
Zürich, waar hij studeerde, en waar hij duizenden liefdesbrieven schreef aan Anna Schultess, met wie hij van haar rijke familie niet mocht trouwen. Die vonden hem te viezig, en te zeer een onruststoker.
Birr, waar hij met Anna de Neuhof stichtte en achttien jaar somberde toen het failliet ging. Stans, waar Pestalozzi een weeshuis leidde voor oorlogswezen.
Burgdorf, waar hij een school stichtte die tegelijk ook leefgemeenschap was. Daar begon hij voor het eerst buitenlandse bezoekers te krijgen (van de Haarlemse kweekschool tot de tsaar van Rusland, die hem vroeg minister van onderwijs te worden), die afkwamen op zijn inmiddels ontstane roem.
En Yverdon, waar hij twintig jaar een school leidde die het huidige Nederlandse ministerie van Onderwijs goedkeurend “echt Weer Samen Naar School!” zou noemen, omdat er zowel zwak- als hoogbegaafde kinderen, zowel dove als goed horende, zowel gedragsgestoorde als 'normale' kinderen op zaten.
Waarom Pestalozzi in Nederland zo in de vergetelheid is geraakt - hij wordt in de pedagogische opleidingen alleen nog even behandeld bij geschiedenis, maar niet meer gelezen - weet ook Thoomes niet precies. “Omdat pedagogische geschiedenis überhaupt weinig aandacht meer krijgt? Omdat studenten geen Duits lezen? Het gekke is, àls je studenten vertelt over Pestalozzi, reageren ze altijd enthousiast. Hij heeft een aanstekelijke aantrekkingskracht. Je kunt college geven over Herbart of over Schleyermacher wat je wil, en er gebeurt niets. Maar heb het over Pestalozzi, en er gebeurt iets met ze.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.