*

 

Nederlandse atlassen goudmijntje voor de wetenschap

HARO HIELKEMA − 12/01/98, 00:00

recensie Het is anders uitgeven dan 'De hete liefde van zuster Piet', zegt uitgever Bas Hesselink spottend. Géén boek waarvan er twaalf in een dozijn gaan en elk verhaal een kopie van z'n voorganger is, zoals in de Boeketreeks. Nee, de 'Koeman's Atlantes Neerlandici' is eenmalig. En wat Hesselink betreft 'een boek voor de eeuwigheid; zo'n uitgave zal nooit herhaald worden'.

In de cartografische wereld wisten ze allang dat er een opvolger zat aan te komen van de 'oude Koeman', zoals het standaardwerk over atlassen van Nederlandse makelij soms met enige vertedering wordt genoemd. De roep was de uitgave van dit nieuwe standaardwerk al vooruitgesneld. Hoe kon het anders. De 'Atlantes Neerlandici', waarin de Utrechtse hoogleraar prof. C. Koeman tussen 1967 en 1985 in zes delen een beschrijving gaf van alle toen bekende atlassen van Nederlandse oorsprong, geldt nog steeds als een magistraal werk. Het was het eerste boek op het gebied van atlas-bibliografie. En wie daar een vervolg aan wil geven, moet ook na dertig jaar van goeden huize komen.

Monument

Afgelopen vrijdag overhandigde dr. Peter van der Krogt, als kaarthistoricus verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht, het eerste exemplaar van deel 1 aan prof. Koeman. Het was in feite een eerbetoon aan de bijna tachtigjarige hoogleraar, een monument tijdens diens leven. Want al werkte Van der Krogt zes jaar aan deze eerste pil en is hij zeker nog een jaar of acht onder de pannen voor de delen 2 tot en met 10, hij heeft het werk ook in de titel opgedragen aan zijn voormalige leermeester.

Het is geen boek voor gewone stervelingen, dat is duidelijk. Per deel van 750 pagina's (en duizend illustraties) worden er duizend exemplaren gedrukt, de prijs is 795 gulden per stuk, en intekenen kan alleen op de hele reeks. Koemans oorspronkelijke werk was al behoorlijk aan de volumineuze kant, als Van der Krogt klaar is staat er een plank vol. “Maar hiermee kan de wetenschap minstens vijftig jaar vooruit”, verzekert Bas Hesselink.

De uitgever/antiquaar benaderde Van der Krogt een jaar of zes geleden met de vraag een nieuwe editie te maken van de oorspronkelijke 'Atlantes Neerlandici' van Koeman. Diens inventarisatie was inmiddels uitverkocht, maar nog steeds van grote waarde. “Koeman was een pionier op het gebied van de atlasbibliografie”, zegt Van der Krogt. “Hij is een paar keer nagevolgd in het buitenland, maar bij elk van die werken werd de methode-Koeman gehanteerd: een opsomming van atlassen en een beschrijving aan de hand van een bepaald stramien.”

Voor Van der Krogt was de 'oude Koeman', zoals voor zovele cartografen, de bijbel van de atlassen. Bijna dagelijks haalde hij het werk wel eens uit de kast om de ouderdom van een kaart na te zoeken. Qua index was de inventarisatie in de jaren zestig en zeventig het summum, maar naar de huidige maatstaven nogal omslachtig. De nieuwe editie moest dan ook geen facsimile met toevoegingen worden, Van der Krogt zou vanaf de grond beginnen aan de hand van de moderne wetenschappelijke inzichten en technische mogelijkheden. “Maar Koeman heeft de basis gelegd, de 'Koeman' is een merknaam geworden. Daarom heb ik zijn naam in de titel gebruikt. Ik heb de voortgang ook steeds met hem besproken.”

Werkte Koeman in de jaren zestig en zeventig nog met primitieve middelen als typemachines met ponskaarten en prehistorische computers, Van der Krogt is inmiddels al aan zijn derde laptop toe. “Het werk van Koeman was het eerste boek in Nederland dat met de computer werd gemaakt. Ik heb natuurlijk een enorme technologische voorsprong. Vergeleken met de huidige apparatuur moest Koeman het nog doen met kleitabletten.”

Als voorbereiding voor zijn onderzoek stuurde Van der Krogt een enquête rond om te achterhalen waar Nederlandse land- en zeekaarten van 1570 tot en met de twintigste eeuw zich bevonden. Zeshonderd adressanten reageerden en leverden een totaal van tienduizend atlassen op. “De rest had niks of antwoordde niet. Vooral kloosterbibliotheken waren interessant, omdat die een jaar of veertig geleden weer opnieuw zijn opgezet.”

Hij kon niet alle zeshonderd adressen afreizen; voorzover ze buiten Nederland en België lagen moest hij een selectie maken. “Een van de principes is dat je de ouderdom van een atlas niet kunt afleiden uit het jaartal dat er op een kaart staat. Je moet meerdere exemplaren zien. Vroeger werden kaarten in koper gegraveerd; zo'n koperplaat was het belangrijkste bezit van een uitgever. Soms werd de plaat in de loop der tijd wel eens veranderd, maar meestal werd een kaart hergebruikt en bijgewerkt. Als de boedel overging naar een andere eigenaar, veranderde die de naam in de cartouche maar de kaart bleef vaak hetzelfde. Je mag er dus nooit van uitgaan dat een kaart uit 1660 ook werkelijk uit 1660 stamt. Door vergelijken kun je wel vaststellen wanneer ie voor het eerst gebruikt is. Wat dat betreft werden kaarten in de zestiende en zeventiende eeuw niet minder gepikt dan in de huidige tijd. Alleen kunnen uitgevers die een kaart jatten nu voor de rechter komen.”

Database

Als Peter van der Krogt maar enig idee had dat hij onbekende exemplaren ergens kon tegenkomen, reisde hij naar een bibliotheek en voerde een kaartbeschrijving op grond van een internationale standaard in zijn database in. “Ik werkte niet alleen voor deel 1, maar in feite ook voor het vervolg. Dan bestudeerde ik de hele dag een kaart en werkte de informatie 's avonds op mijn hotelkamer uit. Zo heb ik dus al enorm veel informatie voor andere delen. Elke maand zet ik de gegevens op cd-rom, dat kost bijna niks en ik bespaar me veel werk. Je moet tegenwoordig voor dit vak ook computertechneut zijn.”

Voor zeldzame atlassen moest Van der Krogt niet in Nederland, maar in het buitenland zijn. “Ik heb wel gemerkt dat er daar nogal wat van níet in Nederland zijn. Atlassen werden vroeger in de Nederlanden vooral gemaakt voor de export, soms in vier verschillende talen. In het Latijn, want dat was de wereldtaal. In het Frans, want dat was de taal van de diplomaten. In het Nederlands. En in het Duits - maar die atlassen waren alleen bestemd voor het Duitse taalgebied. Er is een grote elfdelige atlas met kaarten uit 1687 in het Duits, maar daar is geen één exemplaar in Nederland te vinden. Gelukkig heeft een kloosterbibliotheek de serie aangekocht en bewaard.”

Het resultaat van Van der Krogts inspanningen is een minutieuze opsomming van wat Nederlandse kaartenmakers hebben gewrocht - te beginnen bij Mercator, gevolgd door 'jongere' cartografen van wereldfaam als Hondius en Jansonius en doorlopend (in zijn tiende deel) tot de makers van de 'Grote Bos' en van de Kingatlas. Historisch geografen, antiquaars, bibliotheekbezoekers kunnen nu in een oogwenk de herkomst van een kaart beoordelen. En dat is van groot belang, “want de Nederlandse cartografen hebben heel lang het wereldbeeld bepaald”, zegt Van der Krogt. De toegang tot de oorspronkelijke kaarten is sterk vereenvoudigd. Een goudmijn aan informatie is aangeboord.

Fundament

“Het is een noodzakelijk fundament voor verder onderzoek”, zegt Van der Krogt. “Het kader is geschapen. Nu kunnen de detailmensen aan het werk, zoals de lokale historici.” Overal zal de 'Koeman's Atlantes Neerlandici' een ereplaats krijgen. Want al zijn er al vele eeuwen verstreken sinds Gerardus Mercator zijn 'Atlas' samenstelde en de Rintje Ritsma's onder de cartografen uit de Nederlanden kwamen . “Er zal geen land zijn waar het apparaat voor de studie van de geschiedenis van de cartografie zo goed ontwikkeld is als Nederland”, schreef Koemans opvolger prof. F. J. Ormeling onlangs. Of, zoals Hesselink het uitdrukt: de vakgroep cartografie is nog altijd het 'pareltje' van de universiteit van Utrecht.

“Ik had me ook niet kunnen voorstellen dat dit onderzoek door een buitenlander was uitgevoerd”, zegt de uitgever. “Het klinkt misschien wat borstklopperig, maar het zou de eer van de Nederlandse cartografie te na zijn geweest.” Heimelijk is hij trots dat hij Van der Krogt aan deze klus heeft gezet. De universiteit van Utrecht zag er aanvankelijk geen brood in (of had het geld er niet voor over), maar is twee jaar geleden tot inkeer gekomen en heeft Van der Krogt als docent-onderzoeker in dienst genomen.

mailIcon print |