*

 

Er is een goede kans dat Dolly kanker krijgt

MARK TRAA − 21/01/98, 00:00

recensie Bijna een jaar al kent de wereld Dolly, het gekloonde Schotse schaap. De stortvloed van perspublicaties houdt áán, zeker sinds de Amerikaan Richard Seed kort geleden kenbaar maakte mensen te willen klonen. Op zo'n moment ontstaat de behoefte even te ontsnappen aan een wereld van valse verwachtingen en stoute dromen. Met een boek.

'Klonen, over het kunstmatig kopiëren van leven', van de hand van Wilfred Kruit, biologie-docent aan de lerarenopleiding van de Hogeschool van Amsterdam, verschijnt dus mooi op tijd. Kruit gaat omstandig in op de techniek van het klonen (vaktaal: kloneren) en op de sociale en ethische aspecten. Dat leidt niet tot verrassend nieuwe inzichten, maar dat is niet erg: voor de leek zijn begrippen als kerntransplantatie, wachtwoordgenen en superovulatie al nieuw genoeg.

Kruit legt uit waarin het kunstje van de Dolly-makers verschilt met eerdere kloontechnieken die al sinds vele jaren bij onder meer runderen worden toegepast. Niet een 'blanco' stamcel werd genetisch gemanipuleerd en opgekweekt, maar een volgroeide uiercel onderging een herprogrammering en werd vervolgens gefuseerd met een tot dan toe onbevruchte eicel. De Schotse onderzoekers gebruikten 434 uiercellen van een zes jaar oude ooi. De celfusie lukte bij 277 exemplaren. Het moeizame eindresultaat was één levend lam: Dolly.

Alleen daarom al is het kopiëren van mensen een hachelijke zaak, meent Kruit. Wanneer onze soortgenoten in het geding zijn, is de kans op succes simpelweg te klein. En áls het zou lukken, wat krijg je dan? Kruit haalt het al veelgenoemde voorbeeld aan van een gekloonde Johan Cruijff: genetisch identiek aan zijn 'vader', maar door de totaal andere omgevingsfactoren waarschijnlijk onmachtig om tot dezelfde hoogten te groeien. Klonen zal nooit tot echt identieke mensen leiden, omdat niet alleen onze genen bepalen wie we zijn.

Het zijn dergelijke mitsen en maren die het lezen van 'Klonen' veraangenamen, natuurlijk ook omdat ze in zekere zin een geruststellende werking hebben. Elders echter valt het lezen zwaarder. In zijn technische uitleg van de verschillende voortplantingstechnieken bij mens, dier en plant hanteert Kruit een docerende toon (“Uit het bovenstaande blijkt. . .”) die soms irritatie opwekt.

Nog een relativering bij Dolly. “Wetenschappelijk gezien”, schrijft Kruit, “is het absoluut noodzakelijk dat de resultaten van Wilmuts team (dat Dolly produceerde, red.) door verschillende andere onderzoeksgroepen bevestigd worden; eerder mogen de conclusies ervan niet in de leerboeken worden bijgeschreven.”

En: Dolly zal waarschijnlijk niet oud worden. Tijdens hun zes jaar durend verblijf in de 'moeder-ooi' hebben de uiteinden van de chromosomen - telomeren geheten - bij elke celdeling lengte moeten inleveren. Het aantal celdelingen in een organisme is eindig: aan het slot, als de telomeren 'op' zijn, wacht de dood. Helemaal voor Dolly, die met reeds ingekorte DNA-slierten aan haar leven als media-schaap begon. Onbekend is of de herprogrammering van de donorkern in de eicel de DNA-slierten weer tot groeien heeft aangezet. Bovendien, benadrukt Kruit, is er een goede kans dat Dolly reeds op jeugdige leeftijd kanker krijgt. Bij Dolly's geboorte heeft haar DNA immers al zes jaar lang kunnen slijten. Mutaties hebben zich opgehoopt. “Haar verdere ontwikkeling zal door de onderzoekers met argusogen worden gevolgd.”

En door ethici, aan wie Kruit het laatste hoofdstuk in zijn boek wijdt. Opmerkelijk is dat hij de meningsvorming in eigen land links laat liggen. Geen enkele Nederlandse wetenschapper, onderzoeksinstelling, ethicus of politieke partij wordt bij naam genoemd. Verwijzingen naar kloononderzoek in bijvoorbeeld Wageningen (Landbouwuniversiteit) en Utrecht (Hubrecht laboratorium), hoe bescheiden ook, waren op zijn plaats geweest. De biologen Linnaeus en Frans de Waal zijn de enige landgenoten die in het voorbijgaan worden genoemd.

Of nee, op de één na laatste pagina duiken er nog twee op: Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker. Hoewel de meeste mensen geen persoonlijke binding met de beide slachtoffers van zinloos geweld hebben, wordt hun dood algemeen als schokkend ervaren. Moraal komt dus niet uit de lucht vallen, aldus bioloog Kruit: het ontwikkeld geweten beperkt ons vermogen de dingen naar onze hand te zetten. Eén Dolly in de wei maakt nog geen gekloonde Cruijff op het voetbalveld.

mailIcon print |