recensie Plato: Verzameld werk. Vert. H. Warren en M. Molegraaf. Bert Bakker, Amsterdam. III: Euthyfron, Apologia, Kriton, 95 blz. IV: Faidon, 105 blz. Per deel ¿ 24,90 of ¿ 39,90 (geb.)
Deze vier zijn nu in vertaling verschenen als deel 3 en 4 van de nieuwe volledige uitgave van Plato's werken. In de eerste dialoog, 'Euthyfron', rept Socrates van de klacht die tegen hem is ingediend, omdat hij de Atheense jeugd zou bederven. De 'Apologie' bevat de rede waarmee Socrates zich voor zijn rechters verdedigde tegen de aanklacht. De andere twee dialogen spelen zich af in de gevangenis, waar Socrates zijn laatste dagen doorbrengt. In 'Kriton' blijkt dat een groep vrienden door omkoping alles heeft geregeld voor zijn ontsnapping en vlucht uit Athene. Maar Kriton, hun woordvoerder, kan Socrates er niet toe overhalen aan het plan mee te werken.
De laatste van het vierluik is 'Faidon', ofwel Phaedo, de vertrouwde Latijnse titel. Daar worden de uren beschreven die Socrates met zijn vrienden doorbrengt vlak voor hij de gifbeker leegdrinkt.
Er is tot in onze dagen gespeculeerd over de vraag waarom Socrates weigerde aan de dood te ontsnappen. Een van de belangrijkste argumenten van Kriton is dat Socrates dan zijn kinderen niet in de steek zou laten. Kriton verkondigt een mening die nu nog wordt aangevoerd tegen ouders die hun kinderen de hele werkweek naar de crèche sturen: “Eigenlijk moet men óf geen kinderen nemen, óf men moet hen in opvoeding en opleiding tot het uiterste bijstaan”.
Over de echtgenote van de filosoof, Xanthippe, wordt hier niets gezegd. Ook in 'Faidon' wordt ze, aan het begin van de dialoog, maar even ten tonele gevoerd, huilend en treurend, en wel omdat het de laatste keer zal zijn dat haar man met zijn vrienden kan praten. Die opmerking valt moeilijk te rijmen met het beeld van de feeks dat zich later van haar heeft gevormd. Socrates doet geen enkele moeite haar te troosten, maar zegt na een blik van verstandhouding met de ook hier aanwezige Kriton dat deze haar naar huis moet laten brengen. Meteen daarna begint hij aan een diepgaande discussie over de dood.
Wie is hier nu onaardig? Socrates toont zich een ware workaholic, die zelfs in zijn stervensuur nog liever blijft filosoferen dan zich om zijn gezin te bekommeren. Maar toegegeven, als hij Xanthippe had laten blijven, was een van Plato's mooiste dialogen niet geschreven.
De redenen die Socrates in 'Kriton' aanvoert om niet te vluchten komen erop neer dat hij zich niet te schande wil maken voor zijn medeburgers. Wie A zegt moet ook B zeggen: als hij veroordeeld is op grond van de wetten van Athene, is hij aan die wetten verplicht zich ook aan het vonnis te onderwerpen. Dus een kwestie van principe, zo onwankelbaar dat alle menselijke overwegingen eervoor moeten wijken. Socrates krijgt iets van een trotse en halsstarrige martelaar, die maar al te graag voor zijn zaak wil sterven. Volgens Kriton en andere vrienden kwam Socrates' handelwijze neer op zelfmoord. Dat is ook de conclusie van I. F. Stone in zijn fraaie, kritische studie 'Het proces Socrates' uit 1988: alles wijst er volgens hem op dat Socrates dood wilde. De sterkste aanwijzing daarvoor staat in 'Faidon', waar de wijsgeer opmerkt “dat men geen zelfmoord mag plegen eer God iets onontkoombaars heeft gezonden, zoals ons dat nu treft”. Het was veeleer Socrates zelf die zijn dood onontkoombaar maakte.
Socrates' dood krijgt daardoor iets tragisch. Hij troost zijn vrienden in 'Faidon' met zijn overtuiging dat voor filosofen de dood veel verkieslijker is dan het leven, omdat hun in het leven na de dood een ongekend geluk wacht. Maar Hij voert in de discussie zoveel (vaak vergezochte) argumenten aan voor de onsterfelijkheid van de ziel dat de verdenking rijst dat hij er zelf maar half in geloofde. Wier ergens van overtuigd is, zoekt niet nog eens naar rationele bewijzen. De onsterfelijkheid van de ziel is nu juist een van de dingen die nooit kunnen worden bewezen. De vastberaden monterheid waarmee Socrates zijn treurende vrienden verbaast, verbergt wellicht zijn doodsangst.
De vertaling van Hans Warren en Mario Molegraaf is vanuit literair oogpunt een plezier om te lezen. Er zijn mooie vondsten, zoals de tegenstelling tussen 'wijsgeer' en 'aasgier' in 'Faidon' - Plato hield zelf ook van woordspelletjes. Maar 'beschermduivel' voor daimon is al te vrij; 'duivel' wordt in onze taal toch altijd met het kwaad geassocieerd, en dat is door Plato niet bedoeld. En waarom het ouderwetse 'geneugte' voor 'genot'?
Wijsgerig onverantwoord vind ik de door de vertalers in hun nawoord verdedigde beslissing om in 'Euthyfron' de Griekse term 'hosios' (heilig, vroom) zonder meer met 'goed' te vertalen (en het tegendeel, 'anosios', met 'kwaad'). Zo gaat de onmiskenbaar religieuze betekenis van deze begrippen verloren, wat het karakter van de dialoog geweld aandoet. Plato had ook de algemene begrippen voor 'goed' en 'kwaad' kunnen gebruiken, maar dat wilde hij hier nu juist niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.