recensie 'Een biografische schets' van een schrijver die 'niet meer is dan een voetnoot in de literatuurgeschiedenis' - 'een ingewikkelde persoonlijkheid' bovendien. Het klinkt allemaal vaag en onbelijnd, maar het heeft toch geresulteerd in een boek van bijna driehonderd pagina's van de hand van de journalist en schrijver Hans Olink. Het onderwerp is Nico Rost (1896-1967), 'de man die van Duitsland hield', zoals de ondertitel luidt.
Alle drie de karakteristieken in de eerste alinea zijn juist en ze geven én de waarde én de beperking van dit boek aan. Er wordt voor heel kleine parochie gepreekt.
De eerste twee karakteristieken zijn van Olink zelf, de derde is afkomstig van de uitgeefster Angèle Manteau. Met dat citaat uit Belgische mond zitten we meteen in het midden van de moeilijkheden. Want Nico Rost, de schrijver van (vooral) 'Goethe in Dachau', mag dan na de oorlog het beeld rondgedragen hebben van een gestaalde strijder van het eerste uur tegen het Duitse nationaal-socialisme, het slachtoffer ook van zijn strijd; tegelijk zitten er een paar vreemde kronkels in de man, die ook Olink met al zijn feitenkennis en documentatie niet kan rechtstrijken.
Voor het gemak en kortheidshalve gaan we er dan maar aan voorbij dat Rost in 1950 op Stalins 71ste verjaardag in de DDR de lof zong van “de grootste marxistische theoreticus en prakticus, de belangrijkste filosoof van de tegenwoordige tijd, de belangrijkste militaire strateeg van dit tijdperk”. Hij was niet het enige verblinde slachtoffer van de goed opgezette mythe-strategie van het Kremlin en hij heeft er - na Chroesjtsjovs befaamde rede - oprecht mee zitten tobben, tot op zijn sterfbed toe.
In een interview dat vier dagen voor zijn overlijden op 1 februari 1967 werd gepubliceerd, zei hij: “Ze hebben me bij herhaling verweten dat ik zo lang in Stalin heb geloofd, in de rechtvaardigheid van de processen. Ik vraag me nu dikwijls af hoe het komt dat zovele mensen en ook ik in die processen geloofd hebben. (. . .) De waarheid is één van de bitterste ontgoochelingen geweest, waarvan je een harde opdonder kreeg. Er zijn heel wat van ons, oud-marxisten, die er zo voorstaan.”
Laten we deze en vergelijkbare gebeurtenissen na deze erkenning maar opbergen onder het hoofdstuk 'tragisch'. Moeilijker zit het met de rol die Rost in de eerste oorlogsjaren heeft gespeeld. Hij was na 1933 uit Duitsland uitgewezen, waar hij als literair correspondent voor Nederlandse bladen werkte en als vertaler (en ook nog wel op andere terreinen) de belangen behartigde van linkse en principieel anti-nazistische schrijvers.
Na zijn uitwijzing gaat hij niet naar Nederland terug maar vindt onderdak in België. Hij voert allerlei opdrachten uit voor communistische of crypto-communistische organisaties en is getuige van de Spaanse burgeroorlog (wat onder andere resulteert in een volgens de beste regels van het orthodox-communisme uitgevoerde karaktermoord op zijn medestrijder Jef Last, de brochure 'Het geval Jef Last - over fascisme en trotzkisme').
In die Belgische periode raakt Olink het spoor bijster. Dat is geen verwijt. Integendeel, de in die periode ontstane verwarring lijkt me karakteristiek voor Rost en diens omgeving. Er is dan ook geen verklaring waarom Rost al op 10 mei 1940 naar Nederland terugkeerde, daar onmiddellijk onderdook, maar ook weer snel naar België terugkeerde; handelingen die in die dagen allerminst een sinecure vormden.
Ondertussen had hij vanaf zijn (kennelijk toch niet zo geheime) onderduikadres in Nederland contact opgenomen met George Kettmann, een befaamd NSB'er en directeur van de uitgeverij 'De Amsterdamse Keurkamer', die onder anderen de Duitse auteur Adolf Hitler in zijn fonds had. Rost wilde voor Kettmann wel Hans Fallada's roman 'Der ungeliebte Mann' vertalen. Immers, hij had al eerder boeken van Fallada vertaald en de anti-fascist van weleer had inmiddels de nationaal-socialistische levensbeschouwing aangenomen.
Juli 1941 is hij terug in België, waar hij via de 'Propaganda-Abteilung' een extra toewijzing papier wist los te krijgen voor de uitgeverij van Angèle Manteau en voor haar man een door hem gezocht en door de Duitsers verboden boek binnen een half uur kon ophalen in het bureau van de Luftwaffe. En toen hij zelf moeilijkheden kreeg met een verblijfsvergunning voor België, kon hij een brief tonen van de Duitse autoriteiten dat hij vertaalwerk deed voor de Duitse instanties en dat daarom zijn verblijf in België gewenst was.
Allemaal erg geheimzinnig en Rost heeft het er na de oorlog knap moeilijk mee gehad toen hij in aanmerking wilde komen voor een uitkering als ex-politiek gevangene, wat niet zo vreemd zou zijn geweest voor de schrijver van 'Goethe in Dachau' - zijn dagboek uit het concentratiekamp, waar de (Duitse) literatuur het voornaamste deel van zijn overlevingspakket vormde.
Had het wat te maken met de naoorlogse angst voor het communisme en de al-of-niet ware gelovigen? In elk geval: ook de Communistische Partij Nederland had hem inmiddels al uitgekotst. Hij was een 'heimatlose Linke' geworden.
Bij zijn zeventigste verjaardag schreef ds. J. J. Buskes (voor wie Rost grote waardering had gekregen) dat “als het erop aankomt Nico Rost altijd gekozen en goed gekozen heeft”.
Wat zou Buskes daarmee bedoeld hebben? Wie het boek van Olink gelezen heeft, zou graag ook een bespreking van Buskes willen lezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.