*

 

In zijn liefde voor Amsterdam lijkt Droste op Geert Mak

WILLY WIELEK − 16/01/98, 00:00

recensie Cornelis van Naarden, de ik-figuur uit Flip Droste's historische roman 'De Aanslag op Amsterdam' is een minderbroeder van de franciscaner orde en wordt door de bisschop van Utrecht naar Amsterdam gestuurd om eerlijk en onbevooroordeeld verslag te doen van het doen en laten van de wederdopers, die de kinderdoop verwerpen, de hostie niet als iets heiligs zien en, vooral, de Bijbel willen lezen zonder tussenkomst van priesters. In Münster hebben de wederdopers een koninkrijk gesticht, Amsterdam en Deventer zullen volgen, hopen zij.

'Gevaarlijke ketterij', zeggen ze zowel in Utrecht als in Brussel, waar de keizer resideert. Cornelis begint er allengs anders over te denken. Hij leert 'de vijanden' kennen en ontdekt dat het gewone mensen zijn: soms verdoolden in de geest, zoals Dulle Griet, soms bijna kinderen, soms fatsoenlijke burgers, soms nobele geleerden.

En hij leert het wonderlijke Amsterdam kennen, waar niet de strenge godsdienst en vrome tucht heersen, waar men weet van geven en nemen, compromissen sluiten, gedogen. Droste, emeritus hoogleraar algemene taalwetenschap aan de universiteit van Leuven, noemt een paar frappente voorbeelden. Als een man voor de rechtbank een hostie doormidden snijdt, de ene helft uit het raam gooit, de andere opeet en zegt: “Niks bloed van Christus, het is gewoon brood”, wordt er dan ach en wee geroepen over zo'n ketterij van de eerste orde? Welnee. De drost zegt: “Ik zou maar een beetje oppassen, man. Ik weet dat je een fatsoenlijk en ijverig burger bent maar als de stadhouder dat te weten komt zou het je wel eens lelijk kunnen opbreken. Is het niet beter als je een paar weken de stad uitgaat?”

Iemand die tot eeuwige verbanning is veroordeeld, is na een jaar weer terug en er wordt hem geen strobreed in de weg gelegd. De bijeenkomsten van de wederdopers zijn verboden maar ook het verstoren daarvan is niet toegestaan en vooral aan het laatste wordt de hand gehouden.

Maar het kan zo niet blijven. De toestanden in Münster nopen tot zware maatregelen, ook Amsterdam is in gevaar; de stadsrechten zouden ontnomen kunnen worden. Als er dan een paar in extase geraakten naakt de straat opgaan en daarna een krakkemikkige aanval wordt ondernomen om Amsterdam te bevrijden (of te bezetten) is het afgelopen met het gedoogbeleid. Gruwelijke executies volgen. Ook het meisje op wie Cornelius verliefd is geraakt, wordt het slachtoffer. Hijzelf vlucht met een verweesd kind naar Urk. En hij noemt zich in het vervolg, uit liefde voor de stad, Cornelius van Amsterdam.

Droste heeft zich voortreffelijk gedocumenteerd. Hij schrijft goed, niet spectaculair, niet literair hemelbestormend, gewoon goed. En het verhaal dat hij vertelt is zo ontroerend, de figuren zo levend, de verbindingen die hij legt met het heden zo duidelijk en aannemelijk, dat het boek ver boven de middelmaat wordt uitgetild. In zijn kritische liefde voor Amsterdam steekt hij Geert Mak naar de kroon.

mailIcon print |