*

 

Amerikaanse heilsleer voor managers

GERBERT VAN LOENEN − 10/11/95, 00:00

recensie Tom Peters: Waanzinnige ondernemingen. Contact, Amsterdam; 320 blz. - ¿ 39,90. Van Tom Peters verscheen onlangs ook bij Contact: 'Op jacht naar Wow!' (hoe verbluf ik mijn klanten? (355 blz. ¿ 44,90).

Waar in de jaren tachtig voortdurende verbetering het streven was, moet het nu radicaler, sneller. 'Op uw plaatsen! Klaar? Af! Vindt u zelf opnieuw uit!', zo pakt Peters de lezer bij de lurven.

Revolutie, dat is wat de bedrijven tegenwoordig nodig hebben. Wat vandaag succes heeft, moet kapot worden gemaakt omdat het morgen zal falen. 'Anarchisten, geen reorganisatoren' moeten het voor het zeggen krijgen in onze ondernemingen.

Peters: “Wat is het toch treurig om te zien hoe het gemiddelde bedrijf, klein of groot, in deze woelige tijden probeert de kudde voor te blijven door 'wat sneller voorwaarts te gaan dan gisteren' of 'iets betere kwaliteit te leveren'. Vergeet het maar. Ze worden allemaal onder de voet gelopen.”

Waarom eigenlijk? Omdat we in een gekke wereld leven, zegt Peters. Omdat alles steeds sneller verandert. En het wordt “steeds erger, of je nu bankier, producent van software, restaurateur of ambtenaar bent”.

Maar is dat wel zo? Peters' hele boek berust op de veronderstelling dat de wereld nu chaotischer is en sneller verandert dan vroeger. Hij grijpt de altijd aanwezige onzekerheid van de mens aan om de lezer eens flink schrik aan te jagen - en presenteert vervolgens zichzelf als oplossing. Zijn schets van een onheilspellende wereld moet zijn eigen revolutionaire heilsboodschap aannemelijk maken.

Natuurlijk schiet Peters in de roos met de opmerking dat volstrekt oorspronkelijke ondernemers - en bij Peters is elke werknemer in potentie ondernemer - grote successen kunnen boeken. Hij beschrijft hoe saai en aangepast de meeste mensen in het zakenleven zijn en hoe creatief, afwijkend, kortom waanzinnig juist die weinige ondernemers zijn die werkelijk voor doorbraken zorgen.

Maar hoe gek moet je worden? De Japanse deegwarenproducent Takasago Shokunin verkoopt tegenwoordig pasta waarvan de grondstoffen tijdens de bereiding zijn blootgesteld aan muziek van Bach en Vivaldi. Bij deze muzikaal bewerkte pasta zou de activiteit van enzymen en gistbacteriën toenemen.

Wellicht zou een cynicus geneigd zijn naar deze gunstige effecten van muzikale pasta een onderzoek te doen. Zo niet Peters, die een andere maatstaf voor succes hanteert: de pasta wordt op de markt gebracht voor een prijs die 50 tot 70 procent boven die van gewone deegwaren ligt. Waarmee het gelijk al is aangetoond: het loont.

Zeer Amerikaans is de grote waarde die Tom Peters toekent aan het ene genie, het excellente individu. Met instemming citeert hij Carl Sagan en Ann Druyan, twee auteurs die weer eens een darwinistisch denkraam op de mensheid hebben losgelaten. “Het lijkt wel of er op elke miljoen door de wol geverfde conservatieve organismen één radicaal organisme voorkomt dat erop uit is veranderingen door te voeren. En van die radicalen weet slechts één op de miljoen waar hij het eigenlijk over heeft - en die ene komt op de proppen met een aanzienlijk beter overlevingsplan dan het op dat moment gangbare. En toch hangt de evolutie van het leven van deze revolutionairen af.”

Prachtig, dat vooruitgangsgeloof dat stoelt op de dappere eenling. Maar is het wel overtuigend? Als revolutionaire afbraak van het huidige bedrijf om op de puinhopen iets nieuws te beginnen de weg naar de rijkdom plaveit, waarom zijn dan landen met risicomijdende ondernemingsculturen als Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland zo rijk? Wie kent er één Zwitserse, Oostenrijkse of Duitse ondernemer die met een revolutionair concept de markten naar zijn hand zette? Hoe is dan verklaarbaar dat dit toch drie zeer rijke landen zijn?

Voortdurend, stapsgewijs streven naar hogere kwaliteit, waarbij bovendien vrijwel de gehele bevolking meedoet: dat is precies het tegenovergestelde van de revolutie, van Peters' op de puinhopen opbloeiende excellente eenling. Wellicht is daarmee het verschil tussen de VS en continentaal Europa geschilderd: de succesvolle eenling versus de succesvolle samenleving.

Vooral Nederlanders, altijd geneigd zich voor elk managementadvies naar het westen te richten, zouden zich eens moeten afvragen waarom de Duitsers rijker zijn dan wij. Op die vraag heeft nog nooit een Angelsaksische management-goeroe antwoord gegeven. Ook Peters niet.

mailIcon print |