*

 

Dromen

NANDA ROEP − 29/07/98, 00:00

recensie Tieners hebben zo hun dromen. Over rijkdom en roem, maar vooral over de liefde. Deze dromen zijn het heftigst, vooral als je het meisje van je leven hebt ontmoet, zoals Ann-Katrin, met haar rode haren, bruine ogen en mosgroene jas. Terwijl je droomt, vergeet je echter gemakkelijk dat de ander misschien niet hetzelfde voelt als jij. En bestaat de kans dat je het deksel op je neus krijgt, dat extra hard aankomt als het dit meisje was door wie je bent ontmaagd. Hoe je dan je liefdesverdriet kunt verwerken, beschrijft Per Nilsson in 'De geur van melisse', waarmee hij de Deutsche Jugend Literatur Preis won.

Het verhaal speelt zich af in Zweden, tussen negen en een uur 's nachts. De jongen zit op een zaterdagavond alleen achter zijn bureau, zijn ouders zijn niet thuis. Hij heeft verschillende attributen voor zich uitgestald, zoals een buskaart, een ansichtkaart, een Duitse grammatica, een bloempot met een kruidenplantje, een bladzijde uit een zangboek, een lp en een pakje condooms. Wat die te maken hebben met zijn verhaal, wordt gaandeweg duidelijk, als hij eerst systematisch de voorwerpen kapot maakt, weggooit, verbrandt of het laken waarop ze vreeën - en waaraan hij wekenlang bleef ruiken - eindelijk in de wasmachine stopt. Daarna bekijkt hij in zijn gedachten de scènes waarin het voorwerp van toepassing was.

Regelmatig kan hij zichzelf wel voor zijn kop kan slaan omdat hij niet heeft gezien, of willen zien, hoe Ann-Katrin probeerde aan te geven dat de verliefdheid niet wederzijds was. Zo schreef hij bijvoorbeeld in de vakantie gedurende vier weken twaalf brieven vol verlangen, terwijl hij één kaartje terugkreeg waarop ze schreef dat ze moesten praten. Toch geloofde hij nog heilig in hun relatie.

Hoe de relatie verliep, is minder belangrijk dan hoe hij die nu probeert te verwerken. Zonder pardon breekt Nilsson een herinnering af om terug te gaan naar de jongen achter zijn bureau: “Toen pakte ze zijn hand voorzichtig in de hare en bracht hem omhoog naar zijn neus. STOP! Mogen we die scène nog eens zien, in slow-motion en close-up: Zij - pakte zijn hand - in de hare - en - haar hand - was - zacht - en - een beetje warm. De eerste aanraking. Bedankt. GA DOOR:”

Hoewel deze afstandelijke manier van beschrijven niet helpt om intens met de jongen mee te leven, wordt de laconieke verteltrant geen moment vervelend. Het effect is dat de situatie van de jongen eerder sneu dan triest is, waarbij je het niet kunt helpen soms te lachen om zijn onbeholpenheid. De puberale manier waarop hij een lied grijsdraait van de Incredible Stringband over een meisje met rood haar, is zeer herkenbaar. Net als de 'scène' waarin hij geen condooms durft te kopen.

Het blijkt dat de jongen na zijn rituele 'schoonmaak' zelfmoord wil plegen. Zodat Ann-Katrin eindelijk inziet wat ze hem heeft aangedaan en intense spijt zal voelen. Maar uiteindelijk besluit hij dat een gedeeld verleden en de warme gevoelens die hij voor haar koestert, ook mooi zijn. Dat is een ontroerend moment in een boek dat vooral een prettig nonchalante toon heeft.

Kinderen dromen of fantaseren anders. Niet over gevoelens of één onderwerp, maar - kriskras door elkaar - over voetballen, tenten bouwen, varen met een vlot en het verslaan van griezels die eigenlijk jou de stuipen op het lijf wilden jagen. Zoals in 'De Kilekanen' van Berber van der Geest, waarvoor ze in 1995 de Simke Kloostermanprijs kreeg voor Friestalige jeugdboeken en dat is vermeld op de internationale aanbevelingslijst van jeugdliteratuur. Het bestaat uit een aantal korte verhalen dat als een geheel te lezen is. Vooral de ongelooflijk opgetogen en krachtige vertelstijl en de prachtige manier van illustreren vallen op.

mailIcon print |