recensie Twee weken na de eerste kennismaking met Lulu Wang in februari van dit jaar, op haar jaren-vijftig-flatje te Maastricht, belt de postbode aan voor een pakketje dat niet door de brievenbus kan.
In een dikke, witte gewatteerde envelop stuurt de schrijfster 'Het Lelietheater', met een opdracht op pagina 2. Ze bedankt voor het goed verlopen interview, en doet dat in twee zinnen die rood onderstreept zouden worden als ze in een opstel - derde klas, voorgezet onderwijs - zouden staan. De Nederlandse taal is niet Lulu Wangs sterkste punt, en Vassallucci kan 'Het Lelietheater' alleen hebben uitgegeven als voordien een strenge eindredacteur de tekst van de Chinese schrijfster door de vingers heeft laten gaan.
Maar is dat erg? Nee. 'Het Lelietheater' is geen literair hoogtepunt, maar een indrukwekkend werk van een Chinese vrouw die in de Nederlandse taal haar jeugd tijdens de Culturele Revolutie beschrijft. En dat haar stijl vaak net iets te barok is en dat ze af en toe verschrikkelijke Nederlandse clichés gebruikt, is nu net de charme van het boek.
Als Wang, na de zoveelste fraaie Chinese uitdrukking, opeens een boer te berde brengt die 'lacht alsof hij kiespijn heeft', wordt die dode Nederlandse uitdrukking weer heel oorspronkelijk. Wang heeft hem namelijk net ontdekt.
Lulu Wang, dochter van een historica en een arts, kwam na haar studie Engels aan de universiteit van Peking naar Nederland en is nu al weer zeven jaar als docente Chinees en Engels verbonden aan de Hogeschool van Maastricht. Ze is de eerste Chinese die een roman direct in het Nederlands heeft geschreven, en dat heeft haar geen windeieren gelegd.
Nog voordat haar boek in Nederland uitkwam, kochten elf landen de rechten op basis van twee hoofdstukken die op de Frankfurter Buchmesse beschikbaar waren. En daarmee was de 36-jarige Wang - opgevoed in het proletariaat - miljonaire voordat er één boek in de winkel lag.
Ook de introductie op de Nederlandse markt verliep stormachtig. Nadat de mooie Wang in februari door de uitgeverij 'in de markt was gezet', overleed de Chinese leider Deng Xiaoping. Wat wil je als debuterende schrijfster nog meer?
Wang mocht zelfs in het NOS-journaal als China-deskundige optreden. Wandelend door het park vertolkte ze wat de Chinezen voelden bij de dood van hun leider, maar minutenlang vestigde ze zo ook de aandacht op zichzelf, en op haar boek. Inmiddels hebben 140000 exemplaren de drukkerij verlaten.
Wang verhaalt in 'Het Lelietheater' over haar jeugd in het China van de Culturele Revolutie. In opdracht van Mao Zedong moesten de hoge kasten waartoe ook Lulu en haar familie behoorden, in strafkampen 'heropgevoed' worden, terwijl de lagere kasten volgens Mao tot de hogere gerekend moesten worden.
Wang beschrijft de vriendschap tussen haar (ze noemt zichzelf Lian) en Kim, een meisje uit de lagere kaste dat vanwege haar geringe status op school gepest en gemarteld wordt.
De rollen worden omgedraaid wanneer de veertienjarige Lian met haar moeder naar het strafkamp moet. Het is nu Kim die Lian moet helpen, onder andere aan medicijnen die de uitbreiding van haar vitiligo, een huidaandoening, moeten tegengaan. De witte vlekken op de benen van Lulu Wang bewijzen hoezeer 'Het Lelietheater' autobiografisch is.
Wang verbloemt haar worsteling met de Nederlandse taal in het geheel niet. Ze constateert zelfs dat haar gebrek haar kracht is. “Als ik de Nederlandse woorden niet kan vinden, gebruik ik beelden”, zei ze eerder dit jaar. “Wij Chinezen houden van beelden. Die zijn ook sterker dan woorden. Mijn ambitie is dan ook een bijdrage te leveren aan de Nederlandse taal.”
Ze vindt die taal arm en hard en wil het Nederlands 'vertederen'. Wang: “In het Nederlands zeg je: 'Ik hou van jou!' Klaar! In het Chinees zeggen we: 'Zelfs als de bergen afgevlakt zouden worden, en de zeeën uitgedroogd, zou ik toch van je blijven houden'. En zo kan ik nog wel doorgaan.”
In haar beleving gebruikt Wang gebruikt dan ook geen woorden, maar etaleert ze gevoelens. “Als je iemand liefkoost, moet je hem niet één keer aaien. Eén aai is geen aai. Je moet hem zodanig aaien dat je een bepaald volume opbouwt. De Chinese taal gaat dóór, tot er een effect ontstaat.”
Wang balanceert vaak tussen dat Chinese beeldende, dat rijke, en dat Hollandse nuchtere. “Ik vind halfbloedjes zo mooi”, zei ze eens. “En mijn taal is een halfbloed, een product van de liefde voor Nederland én die voor China.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.