*

 

Amerikanen dol op onthullingen over Kennedy'Koud, berekenend, ijdel, oppervlakkig, bot en amoreel'

HANS VELDMAN − 02/01/98, 00:00

recensie Even leek het erop dat het proces van ontmythologisering van John F. Kennedy definitief ten einde was. Maar net voordat op 22 november de media weer de nodige aandacht aan de moord in Dallas zouden schenken, maakten Amerikaanse voorpagina's gewag van een zwartboek over JFK, samengesteld door de gerenommeerde journalist Seymour Hersh.

Volgens de kranten zou Hersh op basis van nieuwe documenten aantonen dat Kennedy met hulp van de maffia de verkiezingen van 1960 stal, eerder getrouwd was geweest met Durie Malcolm en een defensiecontract aan General Dynamic gunde om een seksschandaal te voorkomen.

Ook zou nu bewezen zijn dat de gebroeders Kennedy geobsedeerd waren door Fidel Castro en via de CIA manieren zochten om hem te vermoorden. En, het kon niet op, Hersh zou via interviews onthullen in welke mate Kennedy de hand had in de moord op de Zuid-Vietnamese president Ngo Dinh Diem, alsook dat hij, met het oog op zijn herverkiezing, geweigerd had Amerikaanse adviseurs uit Vietnam terug te roepen.

Het is nog maar de vraag of 'The Dark Side of Camelot' zoveel opschudding had veroorzaakt als niet Hersh het boek had geschreven. De oud-verslaggever won in 1970 de Pulitzerprijs voor zijn onderzoek naar het bloedbad in My Lai en schreef een veelgeprezen en weinig flatteus portret van Henry Kissinger.

De strekking van 'The Dark Side of Camelot' leek op het eerste gezicht weinig te verschillen van het gemiddelde revisionistische werk dat sinds het begin van de jaren zeventig over JFK het licht zag. De eerste die beweerde dat JFK's privé-leven schadelijke gevolgen had voor zijn politieke ambt, was de conservatieve journalist Victor Laski. Diens 'JFK: The Man and the Myth' verscheen echter op een uiterst ongelukkig tijdstip. Drie maanden voor de moord in Dallas.

Laski beweerde dat, hoe charmant, serieus en briljant JFK ook leek, hij in werkelijkheid 'koud, berekenend, ijdel, oppervlakkig, bot en amoreel' was. De pers karakteriseerde Laski's boek in 1963 als een politieke vendetta en na de moord werd het uit de roulatie genomen.

De met bewijzen gestaafde berichtgeving over Kennedy's privé-leven begon echt goed op gang te komen in 1974. Toen suggereerde Norman Mailer dat de gebroeders Kennedy een seksuele relatie met Marilyn Monroe onderhouden hadden en onthulde een Senaatscommissie dat Kennedy de CIA op grote schaal had ingezet in operaties in Cuba en Vietnam.

In 1991 bewees Thomas Reeves in 'A Question of Character' dat Kennedy in de jaren dertig een liefdesrelatie onderhield met een nazi-spionne, Inga Arvard, en zich in de de Amerikaanse politiek opmerkelijk 'macho-gedrag' veroorloofde. Gedocumenteerd toonde Reeves aan dat Castro JFK's grootste kwelgeest was en dat Kennedy zonder schroom besloten had de luchtsteun aan de Cubaanse vluchtelingen in te trekken, waarmee het doodvonnis was geveld over het invasieleger in de Varkensbaai.

Meteen na 'A Question of Character' verscheen 'Reckless Youth' van de Britse historicus Nigel Hamilton. Die bekritiseerde vooral de ouders van JFK. Hij zag een duidelijk verband tussen de liefdeloze opvoeding en het koude en mechanische karakter van hun zoon Jack. Het boek deed veel stof opwaaien, omdat de Kennedy-clan voor het eerst openlijk op een publicatie reageerde. “Wij laten ons niet onze ouders ontnemen”, luidde hun commentaar in de brievenrubriek van de New York Times.

Dat uitgeverij Little Brown besloot 'The Dark Side of Camelot' in een oplage van 350 000 te laten verschijnen, moet zijn verklaring vinden in het 'marketing-besef' dat met een Kennedy-boek een 'target-omzet' gehaald kan worden. De mededeling in het persbericht dat het boek grotendeels gebaseerd is op nieuwe bronnen, is lariekoek. Bestudering van de noten maakt duidelijk dat Hersh weliswaar een aantal nieuwe informanten heeft gebruikt, zoals Charles Sparding en Charles Barlett, maar dat hij grotendeels de knip-en-plak-methode op revisionistische werken heeft toegepast.

Het meest illustratief voor zijn armzalige bronnengebruik is de manier waarop hij de stelling onderbouwt dat Lyndon Johnson kennis had van Kennedy's promiscue gedrag, daarmee JFK chanteerde en zo het vice-presidentschap in de wacht kon slepen. Hier baseert Hersh zich goeddeels op het in 1994 gepubliceerde en weinig serieus genomen 'Counsel to the President' van Clark Clifford. Nieuwe informatiebronnen worden niet aangevoerd.

Hetzelfde geldt voor Hersh' stelling dat Kennedy de Amerikaanse CIA-agent Edward Landsdale (die model stond voor de hoofdpersoon in Graham Greene's 'The Quiet American'), verzocht zou hebben Diem te vermoorden. Ook ditmaal gaat de auteur af op secundaire, niet bevestigde bronnen, dan wel op interviews met figuren die Landsdale niet van nabij hebben gekend. Sterker, in zijn literatuuropgave maakt hij zelfs geen melding van Cecil Currey's 'Edward Landsdale' (1988), waarin gesuggereerd werd dat Landsdale gepoogd had een aanslag op Diem te voorkomen.

Hoewel 'The Dark Side of Camelot' beslist niet kan doorgaan voor hét nieuwe onthullende boek over Kennedy, het in de Amerikaanse media veel kritiek heeft gekregen en de lectuur ervan door de historicus Alan Brinkley als een 'depressing experience' werd afgedaan, blijkt het een bestseller te zijn.

Het kassucces kan niet alleen uit Hersh' fenomenale schrijfstijl verklaard worden. Eerder heeft het er de schijn van dat ontmythologiserende boeken over JFK zo'n grote aantrekkingskracht bezitten dat Kennedy populairder lijkt dan ooit tevoren.

mailIcon print |