*

 

THE KIOSK

JAAP DE BERG − 07/10/95, 00:00

recensie Klaus Harpprecht: Thomas Mann. Eine Biographie. Rowohlt Verlag, Berlijn; met register 2254 blz. - ¿ 124,45.

De auteur die enkele jaren lang de leiding van Fischer Verlag in Frankfort in handen had en ook tot de staf van Willy Brandt behoorde, geeft in zijn boek een grote hoeveelheid details uit het leven van Thomas Mann. Deze details zijn verweven met het sociale en politieke leven. Harpprecht tilt het leven van de schrijver van de grote romans “Die Buddenbrooks”, “Der Zauberberg”, “Doktor Faustus”, “Der Erwühlte” en van nog veel meer niet uit boven de tijd maar laat zien hoe het daarmee in verband stond. Ook het literaire werk van Thomas Mann wordt met behoedzame hand in verband gebracht met zijn levenservaringen, zonder dat Harpprecht in een plat biografisme vervalt. Van deze biografie gaat een sterke stimulans uit om het werk van Thomas Mann weer ter hand te nemen en de gevoelens de vrije loop te laten bij het lezen over Tonio Kröger, Detlev Spinell, Gustav von Aschenbach, Hans Castorp en “Der kleine Herr Friedemann”.

Over Thomas Mann is veel, zeer veel geschreven. Wie wil weten hoeveel, beveel ik het “Thomas-Mann-Handbuch” aan dat onder redactie staat van H. Koopman en waarvan onlangs de tweede druk is verschenen (Alfred Kröner Verlag, Stuttgart). Er is vrijwel geen aspect van Thomas Mann's leven te bedenken dat niet onder de loep is genomen. Nochthans is deze biografie een verrijking van het bestaande, door de mate waarin de samenhang der verschillende aspecten is doordacht en soeverein is verwoord.

Toen hem in 1929 voor zijn roman “Buddenbrooks” de Nobelprijs was toegekend, schreef Thomas Mann de volgende zelfkarakteristiek: “Ik had een grote hekel aan school en voldeed tot het einde toe niet aan haar eisen. Ik verachtte haar als milieu, kritiseerde de manieren van haar machthebbers en bevond mij al vroeg in een soort literaire oppositie tegen haar geest, haar discipline, haar africhtingsmethoden. Mijn indolentie, misschien noodzakelijk voor het flinke groeien, mijn behoefte aan veel vrije tijd om niets te doen en lekker in stilte te lezen, een werkelijke traagheid van mijn geest waaronder is ook vandaag nog te lijden heb, lieten in mij een afkeer van de leerdwang opkomen en zorgden ervoor dat ik die dwang stug aan mijn laars lapte.”

Het spreken over traagheid en indolentie verwondert ons als dankbare lezers van een omvangrijk oeuvre. Het valt echter niet te ontkennen dat Heinrich Mann, de vier jaar oudere broer van Thomas, de pen toen heel wat produktiever hanteerde. Harpprecht gaat in enkele hoofdstukken uitvoerig in op de rivaliteit tussen de gebroeders Mann. Thomas was dus jaloers op Heinrich, al voelde hij ook wel dat het kil aandoende werk van zijn broer nooit de harten van de Duitse lezers zou veroveren. Daarvóór boterde het ook al niet tussen hen beiden. Hoewel ze op één kamer sliepen, spraken ze een jaar lang nauwelijks een woord met elkaar. Het reeds op prille leeftijd begonnen conflict kreeg een politieke dimensie die culmineerde in de “Betrachtung eines Politischen” die Thomas Mann in 1919 tegen de democratisch-socialistische ideeën van zijn broer schreef. Aan de hand van brieven en dagboeknotities laat Harpprecht zien dat deze gespannen situatie later plaats maakte voor een zekere toenadering. Maar toen hoefde de overwinnaar Thomas Mann zijn broer niet echter meer te vrezen. De broedertwist is voor de biograaf aanleiding om zorgvuldig en uitgebreid op een ander aspect van het leven van Thomas Mann in te gaan, namelijk op diens homoërotische gevoelens. Brieven en dagboekaantekeningen liegen er niet om dat Thomas Mann gefascineerd was door de schoonheid van het mannelijk lichaam. Vriendschappen met mannen vormen een vast bestanddeel van Thomas Mann's leven. Bij vriendschap is het gebleven, al suggereert Harpprecht dat de schrijver in Napels wel eenschandknaapje zal hebben gehuurd. De wetmatigheid van zijn leven is echter de sublimatie van deze erotische voorkeur geweest. Mogelijk gaat zelfs dit te ver en moeten we ons de cultus van het schone, van het esthetische, van Goethe via Schopenhauer naar Nietzsche voor de geest roepen om enigszins te kunnen peilen in welke gedaante van Eros het schrijverschap van Thomas Mann was verankerd. Daarbij is Tonio Kröger uit de gelijknamige novelle een sleutelfiguur, met zijn verliefdheid op Hans Hansen en Ingeborg Holm, met zijn zwelgen in romans over de onvervulbaarheid van de liefde, terwijl zijn klasgenoten liever paard gingen rijden. Harpprecht heeft gelijk wanneer hij in Toniode sleutel tot het gehele werk van Thomas Mann ziet; de jongen uit een rijk burgermanshuis die kunstenaar wil zijn, maar die de burgerlijke orde niet kan verruilen voor de liederlijkheid van de literator.

Paul Citroen - die van de leden van het gezin Mann later prachtige portretten maakte - merkte eens op dat Thomas Mann het gezicht van een bankdirecteur had. Een gesoigneerde, rijke burger, dat werd Thomas Mann pas echt door zijn huwelijk met de in heel München als schoonheid bekend staande Katia Pringsheim. Happrecht portretteert

mailIcon print |