*

 

Bolkestein had beter naar Tromp moeten luisteren

WILLEM BREEDVELD − 30/01/98, 00:00

recensie Frits Bolkestein zat er wat schaapachtig bij toen hij onlangs tijdens een forumdiscussie in de Rode Hoed de degens kruiste met de ex-CPN-ster en journaliste Elsbeth Etty over zijn 'Onverwerkt Verleden'. Het liet zich ook wel een beetje raden waarom.

Denk je in een boek voormalige communisten - en dan met name de vele intellectuelen onder hen - uitputtend en op hoge toon ter verantwoording te roepen voor de kritiekloosheid waarmee zij het verderfelijke communisme hebben omhelsd en dan krijg je vervolgens van Etty precies te horen waarom dat, althans vanuit haar optiek, zo gek niet was.

Haar reactie zal de VVD-leider hebben verbaasd. Zelf was hij daar niet op gekomen. Bolkestein signaleert in zijn boek slechts een merkwaardige bevangenheid, waardoor intellectuelen geen oog meer hadden voor de gruwelijke feiten. Maar hoe dat komt? Bolkestein heeft geen idee. Hij kent slechts drie verklaringen, die hem geen van alle bevredigen. Zoals de verklaring dat de bolsjewieken er kennelijk in geslaagd zijn hun revolutie te presenteren als de voortzetting van de Franse revolutie, dan wel de verklaring dat intellectuelen ook na het welslagen van de revolutie graag de dienst willen uitmaken, of domweg omdat het communisme hen aansprak vanwege zijn verleidelijke kracht ingewikkelde processen in een holistisch concept samen te kunnen vatten.

Voor wie zo'n intrigerende vraag stelt is zo'n opsomming, die in zijn boek nog geen halve bladzijde beslaat, wel erg povertjes en voor iemand van zijn intellectuele gehalte ook ver beneden de maat. Bolkestein had bijvoorbeeld kunnen weten dat we in Nederland in de persoon van de politicoloog Bart Tromp een Marx-kenner bij uitstek in huis hebben, die als PvdA-ideoloog bovendien alles weet van de bekoorlijkheden die het communisme door de jaren heen op sociaal-democraten heeft uitgeoefend. Tromp heeft zich daartegen als geen ander te weer gesteld, wat hem in de jaren zeventig, toen de PvdA marxistische trekjes vertoonde, in eigen kring niet in dank werd afgenomen.

Lezing van Tromp zou Bolkestein er stellig voor behoed hebben tegenover Etty met een mond vol tanden te staan. Tromps nieuwste boek, een bundel essays die hij de afgelopen tien jaar heeft geschreven, onder meer in Maatstaf, is daarvan opnieuw het bewijs. Zo vroeg hij zich in 1986 af, dus nog ruim voor de val van de muur: “Hoe vaak is het communisme nu al niet intellectueel doodverklaard? Zeker voor het eerst op het moment dat het een machtsfactor werd. De discrepantie tussen ideaal en perversie werd al - toen nog met de hoop dat het anders kon - in 1917 aan de kaak gesteld door Rosa Luxemburg, Karl Kautsky en Eduard Bernstein. De Sovjetrussische geschiedenis is vanaf dat ogenblik een geschiedenis van keerpunten die door opeenvolgende uitttreders werden aangewezen als het het moment waarop het ideaal definitief werd geperverteerd, vanaf (. . .) de Grote Terreur en de showprocessen, tot Praag 1968.”

Toch bleef het communisme trekken. Waarom? Anders dan Bolkestein noemt Tromp een reeks verklaringen, zoals de behoefte aan een utopie, en de religieuze dimensie van het communisme. De interessantste verklaring is wel waar Tromp de belangstelling voor communisme in het verlengde plaatst van het neoconservatieve denken. Wat hij daarover zegt sluit naadloos aan bij wat Etty Bolkestein voor de voeten wierp, namelijk dat zij zich met haar communisme wilde afzetten tegen de Amerikaanse politiek en het rechtse klimaat in Nederland. Zoals Tromp het formuleert: “De altijd bestaande spanning tussen wat is en wat zou kunnen zijn, stelt voor degenen die daarvoor gevoelig zijn de samenleving waarin zij leven permanent in staat van beschuldiging. Zulke lieden zullen de echte of vermeende tekorten proberen te compenseren door de noodzaak te proclameren van wat Adorno noemt 'das ganz Andere', van een wereld waarin al deze tekorten zijn opgeheven. (. . .) Niet de vermeende positieve kanten van het communisme doen hen in de Sovjet-Unie, de DDR, Cuba, Albanië of Nicaragua belanden, maar de negatieve kanten van hun eigen land. Een verklaring die gemakkelijk past in het neoconservatieve concept van de adversary culture, volgens welke de wereld één groot Amsterdam is, dat wil zeggen dat er, waarover het ook gaat: hondenpoep, Stopera, Olympische Spelen, krakers of metro, altijd wel een flinke groep halbgebildete intellectuelen bestaat die tegen is.”

Het is een fraaie, dwarse tekst in een bundel die nog veel van zulke juweeltjes bevat, variërend van het macchiavellisme bij Shakespeare en Stalin tot de verhouding van W. F. Hermans tot de Nederlandse politiek. Bolkestein had ervan kunnen leren dat die communistische verdwazing ook mede verklaard kan worden uit het loutere feit, dat er neoconservatieven bestaan, mensen dus zoals Bolkestein zelf, zoals Etty in feite zei. Zijn schaapachtige reactie bewees dat die gedachte nog nooit bij de VVD-leider was opgekomen.

mailIcon print |