recensie Jan Marijnissen: Tegenstemmen - Een rood antwoord op paars. Veen, Amsterdam; 221 blz. - ¿ 29,90. Jos de Beus e. a.: De ideologische driehoek - Nederlandse politiek in historisch perspectief. Boom, Amsterdam/Meppel; 221 blz. - ¿ 36,50.
In de tweede druk van hun klassieke schets van de Nederlandse politiek maken Jos de Beus, Jacques van Doorn en Piet de Rooy een vernietigende balans op: alles wat de politiek voorheen karakteriseerde, kunnen we vergeten - utopieën, idealen, visies, maatschappijbeelden, doctrines, tradities, of zelfs politieke verbeeldingskracht, onafhankelijk oordeel, persoonlijke overtuigingskracht, government by discussion.
Zoals, kort samengevat, de socioloog Van Doorn stelt: in een gecompliceerde samenleving als de onze, waarin op duizend punten overheid, bureaucratie en maatschappij met elkaar vervlochten zijn, kan politiek geen groots en meeslepend avontuur meer zijn. Ze wordt onherroepelijk ingeperkt tot de smalle marges van het dagelijkse beleid: koel, rationeel, zo mogelijk kwantitatief onderbouwd, specialistisch, vaak wetenschappelijk of voorgewend wetenschappelijk gefundeerd. Beleid staat voor technocratie.
Sociaal-democraten met hun voorheen visionaire verwachtingen en hun gefascineerd-zijn door 'grote' politiek zullen deze transformatie het pijnlijkst hebben ervaren. Maar ook voor hen zit er niet veel anders dan zich neer te leggen bij de nieuwe technocratische werkelijkheid.
Althans, de historicus Piet de Rooy laat hier aan het slot van zijn hoofdstuk over de sociaal-democratie weinig twijfel over bestaan. Dat partijleider Kok in zijn programmatische rede van december 1995 de ideologische veren van de partij van zich afschudde, is volgens hem geen toeval. Het zou wel eens de voorlopige koers van de sociaal-democratie kunnen zijn: een ingenieurssocialisme zonder socialisme.
Zulke sombere overpeinzingen doen je bijna reikhalzend uitzien naar het boek 'Tegenstemmen' van de stevig aan de weg timmerende fractievoorzitter van de Socialistische Partij, Jan Marijnissen. Kennelijk ben ik de enige niet, want met zijn onversneden rode antwoord op paars heeft Marijnissen inmiddels kans gezien door te dringen tot de toptien in de categorie non-fictie - geen geringe prestatie voor een politiek auteur. Er bestaat dus wel degelijk belangstelling voor een politiek die het op durft te nemen tegen de dominantie van de technocratie van het beleidsdenken.
En zo gek is dat ook weer niet. Want het minste dat je van 'Tegenstemmen' kunt zeggen, is dat het boek op redelijk overtuigende wijze laat zien dat de samenleving stevig in de greep is gekomen van het neo-liberale marktdenken en dat we daar zo langzamerhand ook een gepeperde prijs voor moeten betalen.
Hoofdstuk na hoofdstuk schildert Marijnissen een samenleving waarin ruim baan wordt gegeven aan de sterken en waarin de voorzieningen voor de zwakkeren stap voor stap worden afgebroken. De Amerikaanse dynamiek die door paars wordt gepredikt, leidt volgens Marijnissen onherroepelijk tot tweedeling, verpaupering en cynisme.
Ik denk dat hij (en dat is ook het sterke van het boek) daar voor een flink deel gelijk in heeft. Alleen, hoe het tij te keren? Op dit punt komt Marijnissen helaas niet veel verder dan de dominee die oproept tot bekering. Als we ons wat minder zouden aantrekken van de harde wetten van de internationale concurrentie. Als we bereid zouden zijn tot eerlijk delen. Als al die managers, al die nieuwe rijken genoegen zouden willen nemen met een minder hoog inkomen. Als we de macht beter zouden verdelen. Kortom, als we bereid zouden zijn ons te bekeren tot een waarachtig socialisme, dan komt het allemaal wel weer in orde.
Maar dat is nu juist de crux van de zaak: waarom bekeren we ons niet? Op dit punt neemt een wetenschapper als Jacques van Doorn een berustend standpunt in. De drie politieke stromingen in ons land zitten gevangen in een ideologische driehoek, die dwingt tot pragmatisme en zakelijkheid. Bovendien zijn de vroegere strijdpunten verkruimeld. Geen politicus kan eronderuit dat de door Marijnissen verguisde markt aan de kiezer veel, zo niet alles te bieden heeft en dat die kennelijk ook bereid is daarvoor een groeiend aantal paupers op de koop toe te nemen. Zo bezien is het vechten tegen de bierkaai.
Of zoals Van Doorn constateert: politiek is niet autonoom maar weerspiegelt de aard en de ontwikkeling van het maatschappelijk bestel. Dat bestel kent een sterk gerationaliseerde cultuur, een groeiende dominantie van technologieën op ieder gebied en een stormachtige internationalisering van de economie. Dat is de werkelijkheid. De politiek zal die werkelijkheid recht moeten doen, wil ze niet machteloos worden.
Maar juist daarom is het een verademing dat er tenminste nog politici zijn die hardop 'nee' roepen en nog redelijk aannemelijk kunnen maken bovendien waaróm ze 'nee' roepen, ook al is hun alternatief in nevelen gehuld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.