*

 

Jonathan Carr maakt weer mens van Mahler 'Nicht schleppen, nicht eilen'

MIENKE KNIPSCHEER − 06/02/98, 00:00

recensie Er bestaat een brief van Kathleen Ferrier aan haar zuster Winifred waarin de beroemde Engelse alt de repetities van Mahlers 'Das Lied von der Erde' met het Wiener Philharmoniker onder leiding van Bruno Walter beschrijft. Bij dat desolate laatste deel - 'Der Abschied' - barstte ze keer op keer in snikken uit. Walter zei dan: 'Het hindert niet kind; dat doen ze allemaal' en ging net zolang door tot Ferrier de ogen ten slotte droog kon houden.

Dit verhaal zegt iets over de emotionaliteit in Mahlers muziek; een emotionaliteit die bij het publiek vaak de grootst mogelijke weerstand opriep en in het verleden leidde tot ongekende discussies. Nu zijn Mahlers werken opgenomen in de canon der klassieke muziek en vormen zijn symfonieën een toetssteen voor de competentie van een dirigent - dan wel zijn orkest.

Want het is geen sinecure om een evenwicht te vinden tussen de emotionaliteit van deze muziek en een helderheid van uitvoering zonder welke Mahlers werk niet overkomt. De bezetting is vaak enorm en ook de vele niet door de metronoom geregeerde aanwijzingen die Mahler in zijn partituren neerpende - 'nicht schleppen'; 'nicht eilen' - maken het er voor de dirigent niet makkelijker op.

Mahler dirigeerde in eerste instantie zelf zijn eigen werken, want hij was in de Habsburgse dubbelmonarchie vooral bekend als een begenadigd dirigent - met name van opera's. Na enige omtrekkende bewegingen (Praag, Leipzig, Boedapest, Hamburg) was hij via een intensieve lobby en na een bekering tot het katholicisme in 1897 dirigent van de Weense Hofoper geworden. Daar zorgde hij voor legendarische uitvoeringen van Mozart- en Wagner-opera's. Het orkest leed echter zwaar onder het perfectionisme van de dirigent: het kreeg te maken met lange repetities, met vele ontslagen wegens een te laag niveau, had woedeaanvallen te verduren - kortom een en ander ging niet zonder slag of stoot.

Het is de verdienste van Jonathan Carr, jarenlang verslaggever buitenland voor Amerikaanse kranten, dat hij in zijn boek over Mahler van deze man, die na zijn vroege dood door velen tot een martelaar dan wel heilige werd uitgeroepen, een mens van vlees en bloed weet te maken. Daarmee rechtvaardigt hij ook zijn biografie, want over Mahler is immers al zo ontzettend veel geschreven.

Tomeloos ambitieus was Mahler, veeleisend voor zichzelf en anderen. Zijn entree binnen de katholieke kerk had niets met een verandering van geloofsovertuiging te maken - zoals men lange tijd heeft aangenomen - maar vormde een voorwaarde voor het verkrijgen van het dirigentschap. Weliswaar werd Wenen in een cultureel opzicht bepaald door een Joodse elite, maar een officiële post als dat van dirigent der Hofoper was voor een Jood nog steeds niet weggelegd. “Wat mij in het bijzonder krenkt en boos maakt is de omstandigheid dat ik mezelf heb laten dopen om een aanstelling te krijgen”, schreef Mahler in een later gevonden brief.

Ten opzichte van Mahlers veelbewogen huwelijk met Alma Schindler, de dochter van Oostenrijks beroemdste landschapsschilder, neemt Carr een duidelijk standpunt in: de schuld ligt grotendeeld bij Alma. Na de publicatie van Alma's memoires ('Mein Leben') waarin ze haar man afschilderde als een tiran die haar het recht op de vervulling van haar eigen ambities ontzegde (ze componeerde ook), ontstond er een ware strijd binnen de gelederen der Mahlerianen.

Die is, wat mij betreft, definitief in het voordeel van Mahler beslecht bij het verschijnen van 'Das Augenspiel', het derde deel van Elias Canetti's autobiografie (1985). Daarin schildert Canetti een vernietigend portret van Alma en op Canetti's psychologisch inzicht - zo blijkt uit zijn boeken - kan men blind varen. Een ongeneeslijke snob was ze, getrouwd met Mahler uit ambitie en hem in de memoires reducerend tot een ziekelijk wrak om haar buitenechtelijke relatie met de Bauhausarchitect Walter Gropius te vergoeilijken.

Zijn stukken componeerde Mahler 's zomers in de verschillende hutten die hij bij zijn zomerverblijven liet bouwen: eerst aan Oostenrijkse meren, later in de Dolomieten. “Mijn muziek is niets dan de geluiden der Natuur”, schreef Mahler. En tegen een gast die hem wees op de schoonheid van de hem omringende bergen: “Das habe ich schon alles wegkomponiert.” Maar natuurlijk bestaat Mahlers muziek niet louter uit 'Naturlaute'.

In een gesprek met Natalie Bauer-Lechner, een oude vriendin die alle gesprekken met hem optekende, zei Mahler dat zijn idee van polyfonie verbonden was met de geluiden die, toen hij nog klein was, van alle kanten en in alle ritmes op hem afkwamen en die hij allemaal tegelijkertijd hoorde. Daarin lijkt hij enigzins op de Amerikaan Charles Ives die ernaar streefde om alles wat hij op een bepaald moment op een bepaalde plaats had gehoord in zijn composities te laten klinken.

Maar al die fanfares, treurmarsen, Landler, Boheemse en Moravische wijsjes, koralen en vogelzang, die de bouwstenen van Mahlers oeuvre vormen, worden door hem omgesmeed tot een bekentenismuziek met een vaak religieuze reikwijdte. Hij deed kond van alles wat hij meemaakte, voelde en dacht, waarbij vaak een hevige strijd werd gevoerd. Mahler wilde alles - en voor minder deed hij het niet.

Hij stelde ook hoge eisen aan de uitvoeringen van zijn werk: heel goed of anders niet. Zijn eerste echt grote succes binnen het Duitstalige gebied kwam in 1910, bij de première van de achtste symfonie in München. Daarvoor had hij in Holland triomfen gevierd door de uitvoeringen van zijn werk onder Willem Mengelberg en diens Concertgebouw Orkest. Maar de dood van zijn oudste dochtertje, de tegenwerking in Wenen en de ontrouw van zijn vrouw braken zijn al aangetaste hart, zodat hij in 1911 kort na zijn terugkeer uit Amerika (waar hij gastdirigent was bij de opera) in Wenen overleed.

Zijn vriend Arnold Schönberg noemde hem een heilige. Dat beeld is in de loop van de tijd geretoucheerd. Daartoe draagt ook Jonathan Carr zijn steentje bij. De grootste verdienste van zijn boek ligt echter in het feit dat het zo voortreffelijk geschreven is en mensen aanspoort (weer) naar Mahlers muziek te gaan luisteren.

mailIcon print |