*

 

Oë ziet Japan nog altijd als een schuldig land

HUGO POS − 05/01/96, 00:00

recensie Kenzaburo Oë: Seventeen en Homo sexualis - Novellen uit het Japans vertaald en van een nawoord voorzien door Luk van Haute. Meulenhoff, Amsterdam; 186 blz. - ¿ 39,90.

Oë beschrijft in het verhaal een onzekere jongeman van zeventien jaar, die gebukt gaat onder een pathologisch schaamtegevoel vanwege zijn niet aflatende masturbatie-neigingen. Dit schaamtegevoel leidt bijna tot zelfmoord, als hij tijdens een veldloop bij de schoolwedstrijden die hij met de grootste moeite kan volhouden in zijn korte broekje piest en uitgelachen en veracht wordt door de meisjes die langs de kant staan om de lopers toe te juichen.

De haat die hij jegens de anderen koestert krijgt pas een ruimere dimensie wanneer hij op een bijeenkomst van de ultrarechtse partij de brallerige toespraak van de leider hoort, die van een nog veel grotere haat vervuld is. De jongeman sluit zich bij de groep aan; het lidmaatschap bezorgt hem een pantser waarachter hij zijn onzekere ik kan verbergen, zijn SS-achtige uniform maakt hem in de ogen van de anderen een gevreesd iemand. Op aanraden van de leider bezoekt hij een bordeel waar hij zich zonder een gevoel van schaamte laat aftrekken. Hij doet nu mee aan de straatgevechten en beleeft de dood van een studente van de tegenpartij als een orgasme.

De andere novelle 'Homo sexualis' is zo mogelijk nog benauwender. Het gaat over de beklemming van een perversiteit die de hoofdpersoon, met J aangeduid, in zijn greep blijft houden. Ontsnapping daaraan lijkt niet mogelijk, hoop tekent zich niet af aan de horizon. De novelle valt uiteen in twee delen. Het eerste deel gaat over een orgie van een filmploeg in een dorp, dat daarentegen in opstand dreigt te komen. Het tweede deel speelt zich in Tokio af, waar de meest voorkomende handeling, het in een overvolle tram met ontbloot lid aanschuren tegen het achterwerk van een vrouw, telkens weer dwangmatig geschiedt.

Het tijdperk na de oorlog, waarin nieuwe waarden de oude proberen te overlappen, ziet Oë als een moreel vacuüm voor Japan. Seksualiteit, die oververhit het orgasme zoekt, en de politiek raken daarbij dooreen verstrengeld. Het gaat om de ultieme kick, wat de consequenties daarvan ook mogen zijn. De seksuele drang wordt gesublimeerd tot een politieke passie.

Kenzaburo Oë heeft een paar maanden geleden verklaard dat hij geen romans meer zal schrijven. Hij wil zijn tijd besteden aan het ordenen van zijn gedachten over de agressieve oorlog die Japan heeft gevoerd en de wijze waarop het land dat heeft weten weg te stoppen. Hij wil steeds meer nadenken over de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de achterstelling van de slachtoffers, die nog altijd lijden aan de gevolgen. Oë wordt - ondanks het verkrijgen van de Nobelprijs in 1994 - in Japan vaak een onvaderlandslievende schrijver genoemd. In tegenstelling tot degenen die vinden dat Japan zo langzamerhand een normaal land is geworden en zich moet bevrijden van het in de grondwet verankerd pacifisme, vindt hij dat, zolang het land niet toe is aan een grondige verkenning van het schuldig verleden, de armen gebonden moeten blijven.

De geboorte en het opvoeden van een achterlijke zoon hebben in de loop der jaren Oë wat milder tegenover het leven gestemd. In veel van zijn verhalen speelt de jongen duidelijk een rol. En telkens ook treft de lezer bij hem een verlangen aan naar de zuiverheid die hij eens in het afgelegen bergdorp waar hij opgroeide moet hebben ervaren.

Ik heb er al eerder op gewezen dat wij in Nederland enkel met het vroege werk van Oë hebben kennis gemaakt. In Frankrijk daarentegen zijn een groot aantal van zijn latere boeken bij Gallimard verschenen. Deze lacune ontneemt ons het zicht op de ontwikkeling in het werk van deze schrijver. We moeten het doen met een recente briefwisseling tussen Günther Grass en Oë in het augustus-nummer van De Gids. Dat is niet genoeg.

mailIcon print |