*

 

De minnares van Victor Frances valt dood in zijn armen

MAARTEN ROEST − 25/10/96, 00:00

recensie Javier Marias: Denk morgen op het slagveld aan mij. Vert. Aline Glastra van Loon. Meulenhoff; Amsterdam; 352 blz. - ¿ 45.

Weinigen zullen erover nadenken ooit zelf getuige te zijn van een dergelijk overlijden. Wat te doen als je plotseling een dode vrouw in je armen houdt, die even tevoren nog de minnares was met wie je op het punt stond de liefde te bedrijven? Een lachwekkend geval misschien, maar voor de Spaanse schrijver Javier Marias (1951) interessant genoeg was om er zijn onlangs vertaalde boek 'Denk morgen op het slagveld aan mij' aan te wijden.

Na twee vluchtige ontmoetingen wordt Victor Frances uitgenodigd door Marta Tellez, een getrouwde vrouw wier man voor zaken in Londen is, voor een intiem diner bij haar thuis. Voordat er gebeurt wat beiden dachten dat er zou kunnen gebeuren, en wat al aan het gebeuren was - de twee bevinden zich in haar slaapkamer en kleden elkaar uit - geeft Marta de geest.

Victor, die haar nauwelijks kende, weet niet wie hij kan waarschuwen. Er is alleen het telefoonnummer van haar man in Londen, maar hoe moet hij hem de situatie uitleggen? Onder deze hachelijke omstandigheden kiest hij eieren voor zijn geld: hij vertrekt met stille trom en doet er het zwijgen toe. In de krant leest Victor de rouwadvertentie en anomiem woont hij de begrafenis bij. Hij is de onbekende, de toeschouwer van hetgeen hijzelf het meest van dichtbij heeft meegemaakt.

Ongewild kruipt de dode Marta in zijn geest. Victor is 'haunted', schrijft Marias. Vertellen is de enige manier om zijn betovering te doorbreken. Maar hoe, en aan wie? Vertellen, daar gaat het volgens de schrijver om: “de wereld is afhankelijk van haar vertellers”. Hij die niets vertelt, is net als Victor gedoemd tot een schaduwbestaan. Voor feiten geldt iets dergelijks: ze gebeuren pas als ze verteld zijn en ze gebeuren volgens de manier waarop ze verteld zijn. Zo niet, dan verdwijnen ze, net als de dode Marta.

Vertellen is ook een belangrijk kenmerk van de schrijvers van de nieuwe Spaanse roman, waartoe Marias gerekend wordt. Samen met onder meer Eduardo Mendoza, Antonio Munoz Molina en Arturo Perez-Reverte nam hij afstand van de rigide sociale roman en het wereldvreemde experiment, die het literaire klimaat van zijn land onder Franco beheersten. Daarvoor in de plaats kwamen verhalen met intriges en spanning die goed aansloegen bij het publiek. Door boeken als 'Een man van gevoel' (1986), 'Allerzielen' (1989) en 'Hart zo blank' (1992) werd Marias een van de meest gelezen en geroemde schrijvers van Spanje. Na de enorme bijval in het buitenland lijkt hij met zijn laatste werk te zijn doorgebroken als vooraanstaande Europese schrijver.

En terecht, is het enige wat je kunt zeggen na lezing van deze buitengewone roman. Vanaf de eerste pagina val je, mede dankzij het uitstekende vertaalwerk, voor de zachte verleiding van zijn timide en ogenschijnlijk eenvoudige proza. Een groot vakman als Marias heeft geen overdaad van woorden nodig om zijn doelen te bereiken. Daarvoor staat de psychologische diepgang van zijn karakters garant. Of het spel van verzwijgen versus spreken dat de hoofdrolspelers opvoeren. Want na de dood van Marta heeft niet alleen Victor veel te vertellen, maar ook haar vader, haar jongere zus en vooral haar echtgenoot.

Marias' grote stilistische vermogen blijkt uit het gemak waarmee hij gedachtestromen en dialogen verweeft om zo de spanning bloot te leggen tussen wat gezegd wordt en verzwegen. Meesterlijk geeft hij uitdrukking aan onvoldane verwachtingen en laat hij de stilte na een teleurstelling spreken. Of hij onderbreekt de serieuze, realistische toonzetting met de beschrijving van een spookachtig Madrid of met een luchtige parodie op een fictieve koning.

Maar Marias is geen opgewekte schrijver. Hij vecht tegen de vergetelheid en berust er lijdzaam in dat 'alles langzaam weggewist wordt'. Marta en de precieze omstandigheden rond haar dood zijn onbetekenend als je bedenkt wat ervan overblijft. En volstrekt willekeurig als je denkt aan de onontwarbare kluwen van gebeurtenissen en handelingen, de toevalligheden en de lotsbestemming, die ertoe geleid hebben dat de dingen plaatsvonden zoals ze plaatsvonden. Iemands bestaan krijgt pas achteraf vorm. Nadat het gebeurd, of beter, verteld is. Dit doet de schrijver, die onderwijl toeziet hoe bijna alles vergeten wordt. Leven in die wetenschap is wellicht nog afschuwelijker dan doodgaan. Maar zoals Marias erover vertelt, is zelfs die treurnis een puur genot.

mailIcon print |