recensie Viviane Forrester: L'horreur économique. Fayard, Parijs (imp. Nilsson & Lamm); 215 blz. - 98 FF/¿ 40,20.
De boodschap komt hierop neer: de arbeid is geen pijler meer van de maatschappij en al helemaal niet van de economie, maar niemand zegt dat hardop. Dankzij alle automatiseringen, afslankingen, herstructureringen en andere reorganisaties neemt het begrip 'arbeid' bij lange na niet meer de centrale plaats die het vroeger had. Niettemin doen we allemaal alsof.
Het gebeurt niet zo vaak dat Forrester zich over de economie buigt. Meestal houdt ze zich bezig met meer 'softe' onderwerpen, zoals Van Gogh, over wie ze een biografie schreef, of haar eigen jeugdherinneringen, die ze vastlegde in 'Vanavond, na de oorlog'. Ze schrijft ook fictie, zoals 'Rendez-vous in Scheveningen'.
De eerste zinnen van 'L'horreur économique' maken meteen duidelijk waar het op staat:
“We leven te midden van een meesterlijke vorm van bedrog, een wereld waarvan we pertinent weigeren te erkennen dat ze verdwenen is. Met kunst- en vliegwerk wordt de schijn opgehouden. Miljoenen mensenlevens zijn vernietigd, geruïneerd door dat anachronisme, als gevolg van hardnekkige krijgslisten die tot doel hebben ons meest heilige taboe, de arbeid, onvergankelijk te verklaren.” Meedogenloos plukt ze vervolgens dat 'bedrog' uiteen, tot er niets van over blijft.
In Forresters ogen zijn politici aller landen verenigd in een loze strijd tegen de werkloosheid, die niets oplevert, en trekken economen en ambtenaren almaar nieuwe - nee, opgebakken, recepten tevoorschijn. In werkelijkheid verbetert de werkgelegenheid geen spat: hoogstens slaagt men erin, de voortgang van de werkloosheid af te remmen of, in het beste geval, er een tijdelijk halt aan toe te roepen. Weliswaar verdwijnen er dan nog steeds arbeidsplaatsen, maar het zijn er minder dan voorheen. . .
Economische groei, jarenlang een toverwoord, gaat allang niet meer gepaard met een evenredige groei van de werkgelegenheid. Maar niemand wil dat (nog?) erkennen. En intussen is die werkloosheid, vergeleken bij zo'n twintig jaar geleden, gestegen tot duizelingwekkende hoogte.
Daar waar de werkloosheid inderdaad afneemt, zoals in de Verenigde Staten, blijkt dat werknemers er niet noodzakelijk beter van worden. Ze moeten, om rond te komen, vaak twee banen hebben in plaats van één. De arbeid is 'ontwaard', gedevalueerd, zo simpel is dat. Grote bedrijven schromen niet om (vrijwel) tegelijkertijd aan te kondigen dat er superwinsten zijn gemaakt en dat er (aankruisen wat gewenst wordt) 500/1 000/3 000 banen 'geschrapt' worden. 'Geschrapt', ook al weer zo'n term waar we amper bij stilstaan: met een pennenstreek worden levens verwoest, of op z'n minst flink door elkaar geschud.
“Het schrappen van banen wordt een van de meest geziene managementmethoden, de veiligste correctiemaatregel, een voorname bron van bezuinigingen, een essentiële factor voor het bepalen van de winst”, schrijft Viviane Forrester. En die winst is heilig:
“. . . de teksten, de verhandelingen over de problemen in verband met werk en werkloosheid, gaan in werkelijkheid alleen maar over de winst die eraan ten grondslag ligt (. . .) maar nooit wordt genoemd. (. . .) Het zou crimineel zijn om aan die rijkdommen te komen. Die moeten tegen elke prijs bewaard blijven, ze mogen niet ter discussie worden gesteld. We moeten vergeten (of doen alsof) dat altijd hetzelfde kleine groepje eraan verdient, dat groepje dat gestadig machtiger wordt, en er steeds beter in slaagt het profijtbeginsel (waar het zelf profijt van trekt) te doen aanvaarden als enige logica, als de substantie van het bestaan zelve, de spil waarom de beschaving draait (. . .). Voorrang wordt dus gegeven aan de winst, die beschouwd wordt als de oorsprong van alles, een soort oerknal.”
In de meeste (West-)Europese landen krijgen werklozen tenminste nog een uitkering - al is het dan ook niet bepaald een vetpot. En krijg je van zo'n situatie een flinke knak.
Mensen die niet werken, die 'niet deelnemen aan het arbeidsproces', tellen immers niet meer mee. Ze worden beschouwd als “onverenigbaar met een samenleving waarvan ze toch een natuurlijk product zijn”, en krijgen zo een levensgroot schaamtegevoel aangemeten: “Schaamte zou een beursnotering waard zijn: het is een belangrijk bestanddeel van de winst”, schampert Viviane Forrester.
Mensen hebben er veel voor over om dat schaamtegevoel kwijt te raken. Elke dag houden ze zich onledig met het zoeken naar werk dat er niet is. Dat zijn ze ook verplicht. Tientallen, ja honderden brieven gaan er de deur uit, met evenzoveel postzegels. Vaak komt er niet eens antwoord op. Iets anders mag je als werkloze niet doen. Zelfs studeren (waarmee je in principe toch je kansen op een betaalde baan verbetert) of zinvol vrijwilligerswerk verrichten is slechts bij uitzondering geoorloofd.
In de Verenigde Staten - in de 'Angelsaksische wereld', aldus Forrester - is het nog een graadje erger. De werkgelegenheid is er de laatste tijd 'beter' - maar ten koste waarvan? Forrester geeft wat cynische citaten van deze en gene, onder wie de econoom Robert Reich, Clintons vorige minister van werkgelegenheid: “De Verenigde Staten blijven ten aanzien van de inkomens een grote ongelijkheid tolereren, (. . .) die waarschijnlijk onverdraaglijk zou zijn in de meeste West-Europese landen. Daarentegen hebben de VS gekozen voor een grotere flexibiliteit met als gevolg meer werkgelegenheid.”
Het is kiezen of delen, aldus Forrester: kiezen we voor extreme armoede of voor werkloosheid?
In een latere tekst geeft dezelfde Reich, die als progressief te boek staat, Forrester trouwens indirect gelijk: “Het werkelijke inkomen van huishoudens is sinds 1979 gemiddeld met 2000 dollar per huishouden gestegen, maar 97 procent van deze stijging komt voor rekening van de 20 procent met de hoogste inkomens. Alle anderen hebben samen maar 3 percent van de inkomensstijging gedeeld. Dit betekent dat, als we rekening houden met de inflatie, het modale Amerikaanse gezin minder heeft om van te leven dan jaren geleden. Vorig jaar (1995 -JW) was de verhoging van salarissen en uitkeringen voor werknemers het geringst sinds het ministerie van arbeid in 1980 daarover cijfers begon vast te leggen.”
Volgens Reich verdienen 12 miljoen Amerikanen niet meer dan het minimumloon van $ 8 500 en hij voegt daar zelf aan toe: “$ 8 500 voor een vol jaar werk is niet genoeg om een gezin van te onderhouden.”
De werkgelegenheid heeft, zoals gezegd, weinig van doen met de winst die een bedrijf maakt, of met zijn beursnotering. We hebben in Nederland al meegemaakt dat een bedrijf (Shell, Philips) fors kan 'afslanken', terwijl de waarde van zijn aandelen al even fors stijgt. Forrester noemt nog een paar Amerikaanse gevallen, schoolvoorbeelden van absurditeit. In maart 1996 kelderde de Dow Jones nadat de gunstige cijfers omtrent de Amerikaanse werkgelegenheid bekend waren gemaakt. Omgekeerd steeg de waarde van de Xerox-aandelen toen de bedrijfsleiding daar tienduizenden ontslagen had aangekondigd. Als dat niet de wereld op zijn kop is. . .
Viviane Forrester geeft geen oplossingen. Maar ze werkt eraan. Met een team van specialisten bereidt ze een nieuw boek voor. In afwachting daarvan toont haar 'economische horror-story' tot in griezelige details wat er mis is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.