*

 

'God schiep het wijfje, de man maakte er een vrouw van'

MIENKE KNIPSCHEER − 18/04/97, 00:00

recensie Catherine Clément: Opera, or the Undoing of Women. I.B. Tauris Publishers, Londen/New York; 198 blz. - ¿ 48.30.

Een concert kan feestelijk zijn; een toneelvoorstelling een belevenis. Maar nergens lopen de emoties zo hoog op als bij hen die het toneel en de zaal van de opera bevolken. Het toneel vormt het centrum van intriges, gevaarlijke liefdesavonturen, van moord en doodslag, maar de toeschouwer verlaat na afloop van de voorstelling meestal opgeruimd en verkwikt het gebouw.

Dat is een der paradoxen binnen de opera. Aan een andere paradox heeft de Française Catherine Clément een boek gewijd: 'L'opéra ou la défaîte des femmes' - in het Engels vertaald onder de titel 'Opera, or the Undoing of Women'.

Hoe is het mogelijk, vraagt Clément, dat in de opera vrouwen, als prima donna door het publiek aanbeden, tegelijkertijd zo verschrikkelijk vaak het slachtoffer zijn. Ze kunnen zich uitermate moedig gedragen, hemel en aarde bewegen - maar ten slotte vallen zij diep, worden in de steek gelaten en sterven.

Clément werkte zich door de teksten van meer dan dertig opera's heen. Want, zegt ze, de teksten zijn het vergeten deel van de opera; juist het operalibretto wordt getekend door de Zeitgeist en vormt een soort geschiedenisles.

De muziek begeleidt en complementeert. Clément ziet binnen de opera de muziek als het onbewuste van de tekst - zij geeft deze, door de herhaling van bepaalde frases, een verleden en een toekomst. Vaak is de muziek echter ook een verborgen verleider, die de betekenis van de woorden verhult. Clément concentreert zich op de tekst; muziek komt in haar betoog nauwelijks aan bod.

De schrijfster komt tot de conclusie dat veel operateksten hebben bijgedragen tot een clicheéeeld van de vrouw: de vrouw vertegenwoordigt de natuur; is een aardbeving, een wervelwind. De man daarentegen belichaamt het tegenovergestelde: cultuur, verstand, orde.

Met name in de negentiende eeuw geeft de opera deze visie de status van een sociale orde. Wanneer de 'onaangepaste' vrouwelijke protagonist zich niet laat omturnen tot een reguliere (huis)vrouw of daartoe niet de gelegenheid heeft, wordt ze gedwongen tot een offer of sterft zij. En wie is de schepper van dit tweeledige beeld: de vrouw als natuurverschijnsel of als culturele verworvenheid? Jazeker, de man.

Zoals de negentiende-eeuwer Flaubert schreef, in een brief aan zijn geliefde Louise Collet: “De vrouw is het product van de man. God heeft het wijfje geschapen en de man heeft de vrouw gemaakt: ze is het resultaat van de beschaving, iets kunstmatigs. In landen waar iedere intellectuele cultuur ontbreekt, bestaat ze niet” (want zij is een kunstwerk, in de humanitaire betekenis van het woord. . .).

Het is duidelijk dat Clément wordt gedreven door een grote solidariteit met het lot van haar vrouwelijke hoofdpersonen. Soms identificeert ze zich met hen en voelt ze wat zij voelen op het moment dat ze in de opera tot leven komen. Dan weer bekijkt ze haar van een (kleine) afstand en voelt ze woede of medelijden; vaak ook bewondering. Voor Carmen, voor Tosca, voor Titiana.

Hoewel het boek (dat stamt uit 1988) een hausse aan feministische operabeschouwingen schijnt te hebben opgeleverd, kan men Cléments werk toch niet echt feministisch noemen. Ze is wel wat eenzijdig in de keuze van de werken, want ze houdt zich niet bezig met de sluwe heldinnen van de komische opera en laat de opera's uit de achttiende en twintigste eeuw veelal buiten beschouwing. En waarom wel aandacht voor Alban Bergs fatale, ten dode gedoemde 'Lulu' en niet voor 'Wozzeck', de verbeelding van een mannelijke underdog bij uitstek? Omdat dat niet in haar kraam te pas komt.

Maar de bewijsvoering van Catherine Clément is overtuigend. Dat is niet alleen te danken aan de grote hoeveelheid materiaal die ze aanvoert, maar ook aan de wijze waarop ze dit materiaal ontleedt.

Clément studeerde filosofie en schreef onder andere boeken over het structuralisme en de psychoanalyse. Haar behandeling van het opera-onderwerp verraadt haar psychoanalytische belangstelling. Ze gaat altijd diep en is vaak origineel en scherpzinnig. In haar stijl probeert ze operamuziek na te bootsen. Ze spint in, verovert; ze verleidt en ondergetekende gaf zich, na enig tegenstribbelen, gewonnen.

Hoe moet het nu verder met de opera? Daarvoor geeft Clément geen oplossing. Misschien moet - na twee feministische golven - een dame het genre maar eens ter hand nemen. In het februarinummer van het archeologisch magazine 'Scarabee' viel te lezen dat de beeldend kunstenares Gerti Bierenbroodspot bezig is met het schrijven van een opera op authentieke oude Syrische muziek. Jessye Norman, ooit door Gerti geschilderd, heeft haar medewerking toegezegd.

Dus wie weet.

mailIcon print |