recensie Ward Ruyslinck. Het geboortehuis. Meulenhoff, Amsterdam/ Manteau, Antwerpen; 154 blz. - f 32,50.
De onlangs verschenen roman 'Het geboortehuis' is slechts een vervolg op dat treurig stemmende verval. De op middelbare scholen immer nog mateloos populaire Vlaming maakte in de jaren zestig vooral furore als geëngageerd auteur, die zich opwierp als beschermer van de paria, de door de maatschappij niet gepruimde eenling voor wie eerlijkheid en rechtvaardigheid nog betekenisvolle begrippen waren. Maar sinds Ruyslinck het engagement de rug toekeerde, is het bergafwaarts gegaan met de Vlaming.
'Het geboortehuis' gaat over een gepensioneerde, geile beroepsofficier die te horen krijgt dat hij in het geboortehuis van een opgewaardeerde joodse dichter uit het begin van deze eeuw woont. De gewezen militair raakt verliefd op de kleindochter van de dichter en besluit zelf enkele brieven uit de nalatenschap van de joodse dichter te schrijven, om zo beter in de gunst van zijn lustobject te komen. Natuurlijk verneemt hij bij de presentatie van die vervalsingen, dat men zich vergist heeft en hij helemaal niet in het geboortehuis van de joodse dichter woont.
'Het geboortehuis' geldt als een 'roman', maar Ruyslinck slaagt er nooit in de indruk weg te nemen, dat het opgediste verhaal beter af geweest was als kort verhaal in een verhalenbundel. De verhaallijnen in 'Het geboortehuis' zijn te mager om er een volwaardige roman in te kunnen zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.