*

 

'Zundert is me groot genoeg'Geschiedenis landmacht sinds '45 helder in beeld gebracht

HUIB GOUDRIAAN − 31/08/96, 00:00

recensie De geschiedenis van 1 Divisie '7 December' 1946-1996, Martin Elands, Richard van Gils, Ben Schoenmaker, Sdu, Den Haag, ¿ 49,50.

Vijftig jaar later beschikt de Nederlandse krijgsmacht nog steeds over de 1 Divisie 7 December, die toen haar geschiedenis tegemoet voer. De naam, evenals het karakteristieke embleem is gehandhaafd: een zwaard met lauwerkrans en de letters E en M van Expeditionaire Macht. Generaties dienstplichtigen, niet alleen de tienduizenden die najaar 1946 onder divisiecommandant Dürst Britt naar Nederlands-Indië vertrokken, maar ook militairen uit vijf daaropvolgende decennia, raakten met dit symbool vertrouwd. Toch zijn vandaag, op het gouden jubileum van de divisie, de meeste reünisten Indië-veteranen. In de Generaal Spoorkazerne in Ermelo verwacht de staf van 1 Divisie '7 December' (uit Apeldoorn) ongeveer zesduizend gasten, mannen zowel als vrouwen.

Generaal-majoor P. Strik, commandant van deze enige parate divisie die de landmacht nog telt, heeft een jubileumpresentje in petto. Elke veteraan krijgt het donderdag in de handel gekomen boek 'De geschiedenis van 1 Divisie '7 December' 1946-1996'. Door deze kern van het Nederlandse leger voor het voetlicht te plaatsen geven de auteurs tevens een helder panorama van de landmacht na '45.

Oostblok

In de eerste drie hoofdstukken worden de dramatische verwikkelingen van 1946 tot 1950, de oorlog met de jonge Indonesische republiek, belicht. Co-auteur drs. Ben Schoenmaker: “Het boek is een drieluik, met in het eerste paneel het reilen en zeilen in de Indische periode, en in het tweede de langdurige periode van de Koude Oorlog na 1950. Hierin werd de divisie voorbereid op het grote conflict met het Oostblok dat nooit kwam. In het derde paneel wordt de tijd na 1990, van de herstructurering van de landmacht en de deelneming aan de VN-vredesoperaties zoals in Bosnië, beschreven. In 1946 was de divisie het eerste legeronderdeel van voornamelijk dienstplichtigen dat naar Nederlands-Indië ging. Nu bestaat ze alleen uit beroepsmilitairen.”

Wilhelmina

De naam van de 7 December Divisie werd ontleend aan een historische rede van koningin Wilhelmina. Zij hield op 6 december 1942 in Londen een radiotoespraak (op dat moment 7 december in Nederlands-Indië), waarin zij toezeggingen deed voor zelfstandigheid van de kolonieën binnen het koninkrijk. Maar vier jaar later, in 1946, was het 'het Rijk' niet van zins de banden met de gebieden overzee echt te vieren. Allereerst moest een troepenmacht orde scheppen in de chaos na de Japanse bezetting. Al gauw raakte de Nederlandse regering dodelijk verstrikt in een politiek en militair adderkluwen, in de misvatting dat de Indonesische revolutie met militaire middelen kon worden gedempt.

De gevechtshandelingen, ook de organisatorische aspecten van de Indië-periode, krijgen in het jubileumboek - vooral vanuit de optiek van de man in het veld - het volle pond. Veel aandacht is er voor het moreel van de dienstplichtigen, hoe ze werden voorgelicht, en of ze bijvoorbeeld nadachten over de achtergronden van hun uitzending. Niet iedereen stond te trappelen, zoals de Brabantse soldaat die tegen kolonel H. Luitwieler van de divisie zei: 'Zundert is me groot genoeg, kolonel!'.

De soldaten hoorden eind augustus 1946 van koningin Wilhelmina, die hen in Assen toesprak, dat 1 Divisie '7 December' (herinnerend aan haar rede in de oorlog) een erenaam zou zijn. Geen loze kreet meende de regering, maar symbolisch voor de geest van waaruit de militairen in Nederlands-Indië moesten optreden. “De goedbedoelde pogingen om met de '7 December'-formule de voorlichting aan de dienstplichtigen te verbeteren leverden nauwelijks resultaat op”, aldus het boek. Legercommandant generaal Spoor had zelfs zo weinig vertrouwen in de kwaliteit van de woordvoerders in Nederland, dat hij verzocht geen voorlichting over de politieke situatie in Nederlands-Indië te geven. Wat de militairen nog van de omstandigheden daar vernamen, sloot aan bij 'de eenzijdige beeldvorming in de meeste Nederlandse kranten'. “De vijand, zo kregen ze te horen, was een kleine minderheid van de bevolking en bestond uit terroristen en extremisten. Aanduidingen als 'dieven, moordenaars en door Japanners opgehitste radicalen' zetten de toon”. De manschappen bleven als gevolg van de slechte voorlichting tot op het laatst in onzekerheid over wat hen op Java te wachten stond. In één toespraak, aan boord van een troepentransportschip, werd verteld dat 'het Indische volk onze jongens toejuicht op dezelfde wijze als wij dat bij de bevrijding onze bevrijders deden'. Zodoende zagen veel mannen zichzelf al als een soort Canadezen een triomftocht door de Gordel van Smaragd maken.”

Het liep anders. “Voor de ongeveer 20 000 militairen van de divisie was de uitkomst van het conflict een bittere teleurstelling. Velen vroegen zich af of hun inzet wel zin had gehad en voelden zich slachtoffer van het onduidelijke Nederlandse beleid.” Auteur Schoenmaker zegt: “Mij heeft de menselijke kant van de Indië-periode altijd aangesproken. Jongemannen die net de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, met in zekere zin een verstoorde jeugd achter de rug, werden voor hun nummer naar de andere kant van de aardbol gestuurd. Bij hun terugkeer stopte de maatschappij weg wat er was gebeurd. Daar werden zij de dupe van. De materiële opvang viel voor die tijd wel mee, maar voor nazorg, voor de psychische begeleiding was ten enenmale geen begrip.” In het boek gaat het laatste hoofdstuk over de veteranenzorg. Militair historicus Schoenmaker: “Wij willen in ons boek laten uitkomen dat de cirkel nu rond is: naast de oude veteranen van die periode krijgen we nu de nieuwe veteranen, die van Libanon tot Rwanda en Bosnië; voor hen is wel aandacht en nazorg.”

Ommekeer

Een ommekeer in de veteranenzorg kwam onder minister van defensie Van Eekelen. Hij benoemde in 1986 drs. D. van der Mei tot vertrouwensman voor Oud-Indië-militairen. Zijn inzet leidde onder meer tot de oprichting van het Veteranen Platform en in 1990 tot de eerste beleidsnota veteranenbeleid. Durk van der Mei (71), zelf drie jaar als wachtmeester bij de 7 December Divisie in Nederlands-Indië, wil vandaag beslist op de reünie zijn. Hij zegt: “Wat tien jaar geleden nog onmogelijk scheen, is bereikt: we zijn in dit land op weg naar een veteranencultuur. Ik vind ook dat mensen die de samenleving dienden als militair, van wie in principe het hoogste offer kan worden gevraagd, recht hebben op maatschappelijke erkenning en waardering.”

mailIcon print |