recensie Roel Janssen, 'De struisvogelcode', 248 blz., Uitgever Balans, f 34,90.
Janssen detecteert een 'gat' in het Verdrag van Maastricht, het verdrag waarin onder meer over de euro afspraken werden gemaakt. Er is een periode van negen maanden, pal voor de invoering van de euro begin 1999, waarin speculanten zonder al te veel risico centrale bankiers en hun nationale munten op de proef kunnen stellen. Janssen portretteert enkele slechteriken die dat dan ook doen. En deze bad guys gaan over lijken.
De 'euro-thriller', zoals Janssen zijn boek noemt, beweegt zich op de grens tussen fantasie en werkelijkheid. Wim Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank, erkende bij de ontvangst van 'De struisvogelcode ' dat het gat van negen maanden bestaat. Het onderwerp prijkt maandelijks op de agenda van de Europese centrale bankiers, gaf de bank-president de bezorgdheid weer.
“Die negen maanden zullen een periode vol onzekerheid worden”, erkende hij. Om er direct vertrouwenwekkend overheen te bassen: “Maar we zullen er alles aan doen om de onzekerheden zoveel mogelijk weg te nemen, daarop kunt u rekenen.”
Duisenberg speelt ook een rol in het boek als president van de EMI, de voorloper van de Europese centrale bank, in Frankfurt. “Maar met u loopt het goed af”, verklapte de auteur.
Janssen bedacht al vorige zomer toen hij het boek schreef, dat de benoeming van Duisenberg tot eerste president van de Europese centrale bank omstreden zou raken. Hij fantaseerde Franse afgunst. “De controverse was nog niet bedacht en uit mijn pen gevloeid of het bleek in werkelijkheid zo te zijn. U ziet: het is fictie, maar het zit dicht tegen de werkelijkheid aan.”
De speculant en moordenaar, een oud-minister die overstapt naar een beleggingsfonds, is minder gemakkelijk te herleiden tot een bestaand persoon. Stond ex-minister van financiën Onno Ruding, tegenwoordig werkzaam bij de Amerikaanse bank Citicorp, model? Of zit de parallel bij hoge ambtenaren als Cees Maas die overstapte naar ING, en Simon Korteweg (Robeco)? “Het is geen sleutelroman”, weerspreekt Janssen iedere gelijkenis met de werkelijkheid.
“Ik wilde een boek schrijven in de actualiteit.” Tevreden verwijst de auteur naar het onlangs verschenen vlugschrift van zeventig economen tegen de EMU en Bolkesteins stenen in de euro-vijver. “680 Dagen voor de omwisseling is het debat over de euro in Nederland eindelijk losgebarsten”, constateert hij opgelucht. Alsof het een geplande boek-promotie betreft.
Het boek is als een in zoet glazuur verpakte hap levertraan: in feite doceert Janssen zijn imposante kennis over de EMU en de werking van de financiële markten. Alhoewel dat dus gaat over spannende zaken als geld en macht, vinden veel mensen die onderwerpen ingewikkeld en daardoor ook een beetje saai.
Door het college over monetaire zaken is een verhaal geweven over liefde, moord en speculatie. Die lijn houdt de lezer geboeid. Soms zijn de exposés wat lang, bijvoorbeeld als de banken-yup Gilles wordt ondervraagd door een journaliste over de historie van de euro.
Maar die langdradigheid wordt gecompenseerd door het gemak dat de lezer in eenvoudige hapklare brokken weer eens helemaal wordt bijgepraat over 'hoe-het-ook-alweer-zat'. Een prettige combinatie van lering en vermaak.
Wie niets met de euro heeft, en er eigenlijk ook niets van weten wil, kan beter een andere thriller kopen. Want het verhaal is vrij dun. Je voelt al lang van tevoren aan wie de slechterik is en wat hem drijft. Het complot is vooral interessant als scenario van de werkelijkheid: het zou zo kunnen gebeuren.
Het is Janssens eerste boek. Hij is nog wat onwennig in het tekenen van de emotionele kant van de verhaalfiguren. Soms wordt dat zelfs komisch. Zo weten Gilles en zijn nieuwe lief van de centrale bank, Arlette, hun (buitengewoon korte) liefdesscènes ook nog aan de Emu op te hangen. Ondanks de verliefdheid hebben ze meer aandacht voor de tv met de laatste valutaberichten dan voor hun 'amoureuze unie' of een potje 'eurotische sex'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.