*

 

'Die Jappen hebben het nadeel dat ze slecht kunnen zien'

HUGO POS − 06/11/99, 00:00

recensie Soms kun je als lezer uit de beschrijving van een schijnbaar onbelangrijk detail meer putten dan uit een uitgebreide opsomming van opeenvolgende gebeurtenissen. Dat overkwam mij bij het lezen van het boek van wijlen J. S. Sinnige Damsté dat zijn leven in Nederlands Oost-Indië/Indonesië zeer feitelijk beschrijft.

Hij is voor de oorlog een succesvol advocaat in Soerabaja, vindt Indië een heerlijk land om te wonen en te werken, heeft een goed gezinsleven en acht zich een gelukkig man. Als de oorlog in Europa uitbreekt en Nederland door het door hem verfoeide nazi-Duitsland wordt bezet verandert de situatie aanmerkelijk. In Indië krijgen de voorstanders van een 'Indocentrische' politiek nu hun kans, vooraan Van Mook. Maar een bezoek van koningin Wilhelmina aan Indië, waarop al zo lang is aangedrongen zou nu wel zeer op zijn plaats zijn.

De burgerij in Soerabaja zit niet stil. ,,Nu wordt er ingezameld voor de vliegtuigen, geen geld maar aluminium! De hemel moge weten wie die onzin verzonnen heeft, maar het is natuurlijk 'meedoen' geblazen. Dan komen de padvinders langs de huizen en ontlasten het publiek van theeketels, pannen, potten en wat dies meer zij. De buit beloopt enige tonnen aan gewicht en men is tevreden. Dat bekoelt aanmerkelijk als bekend wordt dat al dat aluminium eerst moet worden omgesmolten. . . in Japan!'

Zijn bezorgdheid over de dreiging van Japan deelt niet iedereen. Een marine-overste probeert hem gerust te stellen. ,,Wij kijken te veel tegen die Jappen op, die zijn heus niet zo goed. . . En ze hebben ook het nadeel dat ze slecht kunnen zien, ze dragen zowat allemaal een bril en men zegt dat ze 's nachts niet kunnen vliegen.'

De auteur beweegt zich voornamelijk binnen de Nederlandse gemeenschap, over de houding en gevoelens van de inheemsen komen we weinig of niets te weten, het boek wil niet anders zijn dan een onopgesmukt verslag van zijn eigen gedragingen en bevindingen, zonder ze bij te kleuren door wetenschap en ervaringen achteraf. Als lid van de Vaderlandsche Club houdt hij vast aan de Nederlandse positie in dit land, ook al beseft hij dat de staatkundige positie van Indië na de oorlog aan de orde zal moeten komen.

Als Welter, de minister van koloniën, uit Londen in Soerabaja komt krijgt hij een voorproefje van de nieuwe orde die de regering voor ogen staat. Hij is namelijk voorzitter van de Simpang-Club, de club van de blanke bevolkingsgroep, waarvan inheemsen, Chinezen, Japanners, Indiërs, Armeniërs en Arabieren geen lid kunnen worden.

Blank, dat wil zeggen dat Indo-Europeanen, die door familie of betrekking tot de bovenlaag behoren, evengoed lid kunnen worden. Welter wijst erop dat het schrappen van de beperking een politiek desideratum geworden is. Het bestuur stelt een statutenwijziging voor, ,,een stukje koloniale sociologie nieuwe stijl'. Het wil het lidmaatschap openstellen maar er is een struikelbok: de Japanners. ,,Die lieden bewegen zich niet individueel maar en masse.' Uitsluiting van de Japanners zou een politieke kwestie worden. Er wordt een oplossing gevonden: het lidmaatschap staat open voor wie in dit land geboren en getogen is.

Inmiddels is de auteur deel gaan uitmaken van de Landstorm in de rang van soldaat. Vandaar de titel van het boek. Als de oorlog ook Indië bereikt en Singapore, het onneembare bastion is gevallen, schrijft het Soerabajaasch Handelsblad dat de Jap nu voor de deur stond, maar dat Java een 'harde noot' voor hem zou zijn, immers 'honderdduizend' man stonden klaar om hem buiten de deur te houden. ,,Wie heeft dat onzinnige cijfer bedacht', verzucht de auteur die geen hoge dunk van de gevechtskracht van de Landstorm heeft.

Sinnige Damsté heeft als krijgsgevangene in drie kampen gezeten. Eerst op Java, toen op de Molukken, op Haroekoe, en later op Sumatra. Dat op Haroekoe was het ergst, over de twee andere kampen heeft hij minder te klagen. Opvallend is hoe hij en vele anderen hun geestkracht hebben weten te handhaven. Niet minder dan 225 causerieën hebben zij gezamenlijk in de avonden weten te houden, elkander opporrend om niet toe te geven aan het verlammende gevoel van onmacht.

Doordat men inzage kreeg in de plaatselijke krant, de Padang Nippon, wisten de krijgsgevangenen dat Duitsland zich had overgegeven en dat er zeeslagen gaande waren. De naam van de inheemse collaborateur Soekarno wordt genoemd. Buiten Padang hoort hij de kreet 'Potong léh'er' (snij ze de strot af). ,,Zijn dit nu de Padangse Bovenlanden waar juist de Nederlandse taal in vrij brede kring gesproken wordt? Intussen worden wij alleen bedreigd met woorden, wij staan onder de bescherming van de Dai Nippon.'

De uitgebreide beschrijving van het leven in de kampen verschilt overigens niet veel van soortgelijke verslagen. Wel begint hij in te zien dat alle constructieve plannen die hij en zijn lotgenoten in gevangenschap hebben gemaakt kunnen worden vergeten. ,,Wij zijn in een stroomversnelling terechtgekomen, een sterkere dan wij ooit hebben verwacht.' De radiorede van koningin Wilhelmina van 7 december 1942, waarin zij staatkundige hervormingen aankondigde en welke toch mede bedoeld was voor de inheemse bevolking, werd in Indië door geen sterveling gehoord, behalve waarschijnlijk door de Japanners.

In Batavia teruggekeerd, waar hij zijn vrouw en kinderen terugziet, wordt hij aangezocht als assistent van de Nederlandse openbare aanklager, Borgerhoff Mulder, naar Tokio te gaan waar het Tribunaal ter berechting van de Japanse oorlogsmisdaden is ingesteld. Met de grootste moeite weet hij in het wanordelijke Batavia de gegevens voor de aanklacht bij elkaar te brengen. Het ontlokt hem een citaat van Vergilius, als Aeneas zijn droef verhaal van de ondergang van Troje aan koningin Dido moet verhalen: ,,Gij beveelt mij, koningin, het onzegbare leed nogmaals te doorleven'.

De beschrijving van zijn werkzaamheden in Tokio is minder boeiend. Over de onenigheid binnen de kleine groep Nederlanders die met de vervolging belast waren geen woord. Voor het Tribunaal gold als zwaarste vergrijp het misdrijf tegen de vrede, het beginnen van een oorlog ,,declared or not declared'. Voor de Amerikanen die de rechtsgang beheersten viel de nadruk op de aanval op Pearl Harbor. Daarnaast speelden ook misdrijven tegen de menselijkheid en conventionele oorlogsmisdrijven een rol.

Een Japanse tolk stelt zich aan hem voor als hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de keizerlijke universiteit van Tokio. Hij had wat boeken en toneelstukken vertaald onder andere 'Beschuit met muisjes' van Herman Heijermans. ,,Ik was nogal verbaasd omdat dit een verhaal over een erfeniskwestie is. Maar het bleek dat dat stuk juist groot succes had gehad: wegens de gierigheid en de hebberigheid van die Hollanders!'

Terug in Batavia krijgt de auteur een belangrijke baan bij de Ondernemersraad. Met een verruimde blik op het internationale gebeuren verbaast hij zich over het benepen standpunt van Nederland dat het conflict met de republiek als een zuiver binnenlandse kwestie blijft beschouwen.

Damsté beeindigt zijn memoires als Nederland de soevereiniteit aan Indonesië overdraagt. In zijn voorwoord had hij opgemerkt dat zijn oorlogsherinneringen niet meer willen zijn dan een dwarslicht over het vele dat al over die tijd is verschenen. Zijn pogingen om het boek uitgegeven te krijgen lukten niet. Een noot van zijn zoon, W. Sinnige Damsté, vermeldt: ,,Mijn vader, die in mei 1995 overleed, heeft het helaas zelf niet meer mogen meemaken dat ik wel een uitgever bereid vond zijn oorlogsherinneringen bijna integraal uit te geven.'

mailIcon print |