recensie Vrijwel tegelijkertijd met de toekenning van de prestigieuze Salomon-onderscheiding in Duitsland voor haar hele oeuvre afgelopen maand, eert Nederland Eva Besnyö met een monument van een boek in de ooit door uitgeverij Fragment begonnen serie 'Monografieën van Nederlandse fotografen'.
Sinds het faillissement van Fragment een jaar of vijf geleden heeft Focus met steun van het Prins Bernhard Fonds de reeks, die ooit met boeken over Sanne Sannes en Koen Wessing begon, overgenomen en is zij uitgegroeid tot negen delen, terwijl deel tien en elf in voorbereiding zijn. Ze zijn respectievelijk gewijd aan het werk van Nico Jesse en Jacob Olle.
Maar nu Eva Besnyö dus, 89 is ze inmiddels, maar nog steeds volop aan het werk. Al fotografeert ze sinds het begin van de jaren tachtig weinig meer, nog steeds is ze actief achter de schermen in de fotowereld (onder meer voor het Maria Austria Instituut in Amsterdam) en werkt ze mee aan tentoonstellingen zoals onlangs in Porto.
Eva Besnyö werd in 1910 in Boedapest geboren. Eva's vader heette oorspronkelijk Bela Blumgrund, maar wijzigde zijn naam in Besnyö. Hij was een gerespecteerd jurist en behoorde tot de gegoede middenklasse. Hoewel zij een goede jeugd had, vond Eva het thuis in een huis vol regels toch al snel te benauwd en vertrok zij op haar twintigste alleen naar Berlijn. Dat was in 1930. Ze ontmoette er al snel haar landgenoot, de ontwerper György Kepes, die net in die tijd de praktijk van het boegbeeld van de Duitse avant-garde en het constructivisme in die periode, Moholy-Nagy draaiend hield. De invloed is in het Berlijnse werk van Besnyö goed terug te zien. Hier nog: weinig mensen en veel lijnen, nieuwe perspectieven (denk aan de straat-foto's van bovenaf) en vooral extreme close-ups. Wie Eva in Berlijn ook ontmoette: John Fernhout. Hij was het die haar uiteindelijk in 1932 in Nederland, Amsterdam en Rotterdam, deed belanden. Ze zou er nooit meer weggaan.
Via Fernhout kwam Eva in contact met Charley Toorop, met Joris Ivens, Menno ter Braak en de hele Nederlandse avant-garde uit die periode. De sfeer ervan is behalve in enkele opmerkelijke portretten (van onder meer Charley aan het werk) terug te zien in de prachtige foto's van Bergen en het strand en de duinen in de omgeving. Eva publiceert regelmatig in kranten en tijdschriften als NRC en Handelsblad, De Groene en de Wereldkroniek. Ook levert ze werk voor de nieuwe Avro-studio en wanden voor de grote cruiseschepen de Nieuw Amsterdam en de Pendrecht. Dan volgt de oorlog. Ze verloor haar ouders en veel andere familieleden en vrienden en daarmee definitief de sporen van haar jeugd. In 1942 dook Eva onder in Broek in Waterland, werkte met haar vriend Wim Brusse ook samen in het verzet en raakte zwanger van haar eerste kind, Berthus. De zwangerschap, bekende ze later, sleepte haar door de oorlog heen en de geboorte van Berthus kwam ,,als een verlosser. Het nieuwe leven'.
Na de oorlog verandert Besnyö's werk zichtbaar. Ze neemt afscheid van de nadrukkelijke compositie en de constructivistische lijnen en perspectieven en ontwikkelt zich tot een bewogen, typische 'sociale fotograaf'. Veel portretten van de wederopbouw, van gewone mensen, van gebeurtenissen als de Watersnoodramp en de opkomst van de vrouwenbeweging. De afstand verdwijnt en maakt plaats voor een ogenschijnlijk nonchalante stijl.
Wat daarbij het meest opvalt is de helderheid en spontaniteit van haar foto's. Zelf zei ze over die spontaniteit onlangs het volgende: ,,Veel situaties deden zich vanzelf voor. Daar dacht ik niet over na. Het gebeurt. Het gaat vanzelf. Op intuïtie. Ik zie iets en denk 'Ha, dat is het!' Dat in tegenstelling tot veel andere fotografen die situaties scheppen of zoeken. Natuurlijk, soms weet ik ook wel van tevoren 'dat en dat wil ik maken' maar toch vind ik het leukste als de situatie zich gewoon voordoet. Ik denk altijd aan Ed van der Elsken, die zei: 'Ik ben een straatfotograaf'. Dat idee heb ik ook vaak.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.