*

 

Ruth Prawer Jhabvala kruidt met vreemde specerijen

HUGO POS − 12/01/96, 00:00

recensie Ruth Prawer Jhabvala: Shards of Memory. John Murray, Londen; 272 blz. - ¿ 50,25.

Ruth Prawer Jhabvala heeft niet voor deze oplossing gekozen. 'Shards of Memory', de flarden van het geheugen, beschrijft het reilen en zeilen van vier generaties, dat zich voornamelijk in New York, maar gedeeltelijk in Londen en Bombay afspeelt. De stamvader in deze roman is Kavi, een Parsi uit Bombay, zoon van een eens schatrijke, maar aan de grond geraakte familie, getrouwd met een welgestelde Amerikaanse. Van de daarop volgende twee generaties is er telkens éeé dochter die eruit springt, om dan in het heden te eindigen met een zoon, Henry.

Hoewel er vanwege de voortplanting mannen in het boek voorkomen, gaat het boek vooral om de vrouwen, met dien verstande dat in de slotfase Henry de centrale plaats inneemt. Deze Henry, die na een auto-ongeluk moeilijk meer kan lopen, wordt gezien als de spirituele zoon van de Master, de overigens - daarop wordt voortdurend gezinspeeld - tevens de verwekker van Henry zou kunnen zijn.

De Master is een bijna onsterfelijke en moeilijk te duiden leermeester, een goeroe, die in het leven van al de geportretteerden een beslissende rol speelt. Dat verleent het boek een speciaal karakter, het heeft iets van een excellent diner, waarvan de gangen met vreemde specerijen gekruid zijn. Zo ervaar je het ook bij het lezen, de mannen en vrouwen zijn allemaal goed geschoold, maar hun karakter en ontwikkeling geven aan hun levensloop telkens iets afwijkends.

Ruth Prawer Jhabvala is een ervaren schrijfster, getrouwd met een Indiase architect, een Parsi, moeder van drie dochters, met vele meeslepende boeken op haar naam. De meesten daarvan spelen zich in India af, maar sedert ze in New York woont zijn het westerse romans geworden met een oosters aroma.

'Shards of Memory' is zeker niet haar beste, maar het verschaft een groot leesplezier en zelfs meer dan dat. Mijn bewondering gaat vooral uit naar de manier waarop de terughoudende relatie, die maar geen echte relatie wil worden, tussen de invalide Henry en zijn afwachtende secretaresse, Vera, is beschreven. Dialogen, zonder een onvertogen woord, maar wat een trillende spanning achter de kalme opervlakte. Toch kleeft er een bezwaar aan dit verhaal. De tekening van de goeroe verschilt niet veel van wat we van dit type gewend zijn, een vermenging van het spirituele met het lichamelijke, een voorkeur voor het goede leven afgewisseld met ascese, charisma op de rand van charlatanisme.

Ik kreeg op een gegeven ogenblik de idee dat de figuur van de befaamde Armeense meester Gurdjieff haar voor ogen moet hebben gestaan. Juist omdat de Master de spil is waarom de vier generaties draaien blijft het boek, hoe goed ook geschreven, onbevredigend. Wat we ook van zijn leer te weten komen, is niet veel meer dan “Ontken je ego, ga er bovenuit, treed buiten je ik.” Het is voor zijn volgelingen de remedie tegen het “Geef toe aan je ego, druk je zelf uit, verhevig je ik”, dat niet het verwachte geluk heeft gebracht.

Een specifiek vrouwenboek is dit zeker niet, al stellen de mannen die erin voorkomen, met uitzondering van Henry weinig voor. Kavi, de overgrootvader, is een beminnelijke slapjanus, Graeme die het niet ver heeft gebracht in de diplomatieke dienst, een cynicus, en Carl, de vader van Henry, een nietsnut onder het mom van een wereldverbeteraar. En toch, ondanks deze bezwaren, heb ik het boek met veel plezier gelezen.

mailIcon print |