recensie Het gaat als volgt: op de parterre van het warenhuizen liggen de hoeden feestelijk uitgestald. Het is er rustig, en je zet er eens een op. Een spiegel is nergens te bekennen, dus wil je al weer nijdig doorlopen. Ja toch, in die hoek, een spiegeltje. Geen gezicht. Die dan. Jasses wat een onderkin.
Soms koop je er toch een. Je draagt hem een uur, tot de wind er vat op krijgt en je weer weet waarom je ze eigenlijk niet kunt dragen in Nederland. Soms duurt het een dag. Of draag je hem een paar keer. Totdat je van jezelf vindt dat het er toch wel tuttig uitziet (kleine hoedjes). Of aanstellerig (grote hoeden). Als je een opmerking krijgt, is het meteen afgelopen. 'Hé Beertje Paddington' maakte een einde aan de laatste hoed. Die ligt klaar voor de vrijmarkt op Koninginnedag. De voorlaatste belandde in de kast nadat dochterlief 'muts af' siste, vlak voordat we samen haar school binnengingen. Ook de affaire-Monica Lewinski heeft het vrouwenhoofddeksel in de gevarenzone gebracht. Dat begerige bekkie onder die verzetsstrijdersmuts op het gazon van het Witte Huis, nou nee.
De lusten botvieren op de kinderen is vruchteloos gebleken. De schattigste strandhoedjes, fluwelen dopjes en sportieve honkbalpetten werden geweigerd. Ze vlogen met een elegante boog de kinderwagen uit, of verdwenen spoorloos. Vanaf het moment dat ze praten is ieder hoofddeksel met een gedecideerd NEE geweigerd. Het gevecht met een tweejarige die paniekerig weigerde een Russische wintermuts met oorkleppen op zijn hoofd te laten zetten, is beslecht door de vader, die partij koos voor het ventje. Die muts ligt sindsdien als een oorlogsmonument op de kapstok.
In eigen huis is de hoed niet haalbaar. Dan maar bij anderen. Op prinsjesdag altijd even kijken, naar de koningin en naar haar gehoor in de Ridderzaal. De hoed van de koningin is bijna altijd mooi, die van haar toehoorsters zijn meestal monsterlijk. Of misschien ligt het meer aan de draagsters. Hebben ze geen idee, omdat je van één keer per jaar niet leert hoe je een hoed moet dragen en wat wel en niet staat. Zoals je aan het bewegen van sommige bruiden kunt zien dat ze normaal gesproken een spijkerbroek dragen met gympen.
Het boek 'Van de Hoed en de Rand' geeft tips en ideeën om zoals het zelf zegt: 'een bestaande hoed om te toveren tot een spannende nieuwe creatie'. Net als op prinsjesdag is er voor elk wat wils. Er staat een vilthoedje in met een smalle rand, waar een gordijnkwast op is genaaid. Nog idioter is een hoedje met staafjes van wol, 'geschikt voor jonge draagsters'. De vilten cloche met een lus van panterstof is daarentegen om te kwijlen zo mooi. De strohoeden met bloemen inspireren tot een grootscheepse zomerse picknick, al weet je van tevoren dat je er als enige voor gek zult zitten met die hoed.
Het boek bevat 'geheimen van het hoedenmakersvak'. Er zijn tips over het aanbrengen van verstevigingen, haar-kammetjes, over het schoonmaken en opbergen en er staan patronen in voor de versieringen. Door lekenogen gezien moet je op zijn minst handig zijn om met de aanwijzingen uit de voeten te kunnen. En je moet de lef hebben om met een opgedirkte hoed te gaan rondlopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.