*

 

Sir Arthur Conan Doyle komt nergens echt tot leven

TON CRIJNEN − 05/01/96, 00:00

recensie Michael Coren: Conan Doyle. Bloomsbury, London; 213 blz. - ¿ 56,65.

Oh, alle belangrijke feiten staan er keurig in: hoe de Schotse arbeiderszoon huisarts in Engeland werd, maar al gauw de stethoscoop verruilde voor de pen en ging schrijven (naast detectives heeft Canon Doyle ondermeer historische romans op zijn naam staan), hoe hij in leven en werk sterk onder invloed van zijn moeder stond en hoe hij in later jaren steeds meer in de ban raakte van het spiritisme. Ook zijn vele reizen, sportieve prestaties en openlijke kritiek op de Engelsen tijdens de Boerenoorlog worden vermeld. Van alle romans en detectives, die hij in een verbluffend tempo schreef, krijgen we zelfs relatief uitvoerige beschrijvingen. Michael Coren heeft zijn huiswerk braaf gedaan en hij vertelt niet slecht. Maar nergens duikt de biograaf diep in, aan niets wordt meer dan een paar pagina's besteed. Zo blijft alles aan dit Victoriaanse vat vol tegenstrijdigheden nogal aan de oppervlakte en komt Conan Doyle niet echt tot leven. De man die het detectiveverhaal tot kunstvorm verhief en als gevolg van het aldus behaalde massasucces zijn eigen persoonlijkheid zag versmelten met de mythe van de door hem zelf gecreëerde speurdersfiguur, had een diepgaander analyse verdiend dan Coren hem heeft gegeven.

mailIcon print |