recensie ,,O Scarpia, avanti a Dio!'' Met volumineuze, doordringende stem riep Tosca-zangeres Nelly Miricioiù donderdagavond Scarpia voor Gods aangezicht ter verantwoording, alvorens zich in de diepte te storten. Het was een aangrijpend en spannend uitgewerkt slot aan Puccini's populaire opera die met de millenniumwende precies honderd jaar oud zal worden.
De Nederlandse Opera hernam om die reden al na anderhalf jaar de succesvolle enscenering van Nikolaus Lehnhoff. De regisseur vergrootte prachtig de kitscherige clichés van het bloederige moord- en marteldrama uit en wist met een goede personenregie en enkele theatrale vondsten wederom de toeschouwer in spanning te houden. Magnifiek oogden nog steeds de vele manshoge kandelaars, die op mysterieuze wijze gaan branden tijdens Scarpia's 'Te Deum'. De rode-schoenen-opkomst van Tosca, de poes van Scarpia, de langzaam roterende schroef-ventilator als symbool voor de neermaaiende arm van Scarpia, de plots verdwenen trap nadat Tosca aan Scarpia haar doodskus heeft gegeven - het blijven komische, navrante en ingenieuze vondsten in een verhaal dat al zo vaak verteld is.
Een verhaal dat in deze reprise muzikaal moest opboksen tegen de herinnering van het Koninklijk Concertgebouworkest, Riccardo Chailly, Catherine Malfitano, Bryn Terfel en Richard Margison. Margison komt als Cavaradossi voor de laatste drie voorstellingen terug, maar verder is de reprise op alle hoofdpunten heel anders. In de bak zit nu het Nederlands Philharmonisch Orkest, gedirigeerd door Gustav Kuhn, een late vervanging voor Puccini-specialist Silvio Varviso. Kuhns kijk op de partituur klonk weinig Italiaans. Heel precies, detailrijk en met schitterend opgebouwde fragmenten (prelude derde akte bijvoorbeeld!), maar uiteindelijk minder meeslepend en onder de huid kruipend dan je in 'Tosca' mag verwachten.
Ongetwijfeld een bewuste keuze, zoals ook de ingehouden Tosca van Miricioiù een bewust ander portret van deze divarol bij uitstek is. Met af en toe vlammende uithalen (de beschrijving van de moord op Scarpia in de derde akte) snoerde Miricioiù bij voorbaat tegenstanders van haar interpretatie de mond. Volume, knallende hoogtes en dramatische uithalen behoren tot Miricioiù's vocale mogelijkheden, maar zij tekende een fijnzinnige Tosca vanuit het mezzoforte en vanuit het belcantoverleden. Haar tegendraadse Tosca, prachtig van toon en timbre overtuigde volkomen. Ze buitte de acteermogelijkheden die Lehnhoff haar aan het slot van het tweede bedrijf gaf volledig uit.
Philippe Rouillon (voor het eerst Puccini zingend) oogde en oorde ééndimensionaler dan zijn voorganger Terfel. Maar het stemtype (met weinig resonans rond de toon) paste bij de bruut Scarpia en in volume liet Rouillon weinig wensen onvervuld. Tenor Hugh Smith maakte een belangrijk roldebuut als Cavaradossi. Een prachtige, slanke stem, die in de hoogte nog iets te weinig Italiaans squillo (klaroengehalte) bezit, maar die alles in zich heeft om heel groot te worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.