*

 

Hypocrisie en opportunisme vieren hoogtij

CHARLES FORCEVILLE − 23/08/96, 00:00

recensie Fay Weldon: Het Poppenhuis. Vert. Dorien Veldhuizen. Contact, Amsteram; 285 blz. - ¿ 32,90.

Het gaat om een vriendin van Alexandra - maar tot haar onaangename verrassing zijn er meerdere kandidaten. Naarmate Alexandra meer begrijpt van de omstandigheden rond Neds dood, stapelt zich het ene nare feit op het andere. Als Alexandra constateert dat haar leven in alle denkbare opzichten geruïneerd is en ze niets meer te verliezen heeft, besluit ze in de tegenaanval te gaan.

Naar goed Weldoniaans recept komt er in de hele roman geen vriendelijk en onbaatzuchtig mens voor. Mannen zijn alleen uit op seks en vrouwen laten geen gelegenheid onbenut zich door elkaars echtgenoten te laten verleiden en elkaar genadeloos zwart te maken. Hypocrisie en opportunisme vieren hoogtij. Met een forse dosis overdrijving en grimmige humor presenteert Weldon een nieuwe aflevering van haar visie op de jungle van menselijke relaties.

Het boek kent een wat merkwaardige tweedeling. Op tweederde lijkt het verhaal verteld, maar dan volgen nog honderd pagina's onder de titel 'Naschokken'. Hierin presenteert zich ene Rita, auteur, die het voorafgaande op schrift gesteld blijkt te hebben. Geheel onbevooroordeeld kan zij nauwelijks zijn, want Rita heeft, in haar drang naar het moederschap, Ned op zijn vruchtbaarheid beproeft. Ze verhaalt de lezer van de gebeurtenissen na Alexandra's represailles, en gunt de lezer en passant een blik op het schrijverschap. Hoewel dit af en toe aardige fragmenten oplevert (“Iedereen die zich schrijver noemt, moet eerst van zijn goede mening over zichzelf af”), voegt deze lange epiloog niets wezenlijks meer toe. Af en toe krijg je de indruk dat Weldon de persoon van Rita vooral gebruikt om een aantal van haar eigen ergernissen te ventileren, bijvoorbeeld als Rita over journalisten zegt dat die er “meer dan andere mensen moeite mee hebben te geloven dat schrijvers dingen verzinnen”.

Terwijl Weldon er in het eerste gedeelte goed in slaagt haar kritische bespiegelingen op natuurlijke wijze door de plot te weven, is het slotdeel te uitleggerig, te weinig verhaal. De vaart is eruit. Bovendien is het spelen met vertelperspectief geen sterk punt van Weldon; ook in 'Levenslust' haalde ze deze truc uit, en ook daar werkte hij niet. Het feit dat Alexandra's geschiedenis opgetekend blijkt te zijn door Rita maakt namelijk niets uit voor het verhaal. Om Rita's bestaan te rechtvaardigen, zou Weldon de lezer met terugwerkende kracht het idee moeten geven dat het eerste gedeelte "gekleurd" is geweest door Rita's eigenbelang, en daar blijkt weinig van.

Kortom, de 'Naschokken' zijn een lang uitgesponnen en nogal overbodig appendix voor de roman geworden. Dat neemt natuurlijk niet weg dat Weldon-fans zich ook met 'Het Poppenhuis' prima zullen vermaken.

mailIcon print |