*

 

Victor Horta: meester van de golvende lijn

ROBBERT ROOS − 19/01/96, 00:00

recensie David Dernie en Alistair Carew-Cox: Victor Horta. Academy Editions. Importeur Nilsson & Lamm, Weesp; 200 illustraties in kleur, 224 blz. - ¿ 131,85.

De architectuur en toegepaste kunst (vooral meubelen) van Horta zijn een feest van ornamenten. Originaliteit, oorspronkelijkheid van vorm, vakmanschap en joie de vivre stonden voorop bij de discipelen van de nieuwe stijl. Eind negentiende eeuw was het een reactie op het eclecticisme en classicisme dat door de meeste academische architecten werd beleden. Zij grepen terug op wat al was geweest, maar de nieuwe eeuw had recht op een eigen vocabulair.

Horta vond de basis daarvan in de natuur. Zijn ornamentele vormentaal heeft referenties naar bladeren, kronkelende stengels en weelderige planten. Decoratie is bij hem vorm, een houding die in de decennia daarna door ascetische modernisten weer de kop in is gedrukt.

Victor Horta is echter niet louter de architect van swingende arabesken, niet louter de esthetische decorateur. In een briljant voorwoord in de monografie maakt Jean Delhaye dit haarscherp duidelijk: “In iedere compositie slaagde Horta erin een uitgebalanceerde combinatie te maken van rechte en curvende lijnen. (. . .) Hij wist precies wat hij van de curve kon vragen: attractief, persoonlijk en dynamisch, ze biedt mogelijkheden en subtiele nuances die de rechte lijn niet heeft. Hij begreep boven alles dat ze met mate gebruikt moest worden - een besef dat de vele plagiators ontging.”

Delhaye (1908-93) was een architect die nog les heeft gehad van Horta en verschillende bouwwerken van de meester heeft gerestaureerd om ze van verval te redden. Aan het einde van zijn tekst poneert hij zeven stellingen. De eerste daarvan is het meest veelbetekenend: “Horta is tegelijkertijd rebellie en orde.” Het maakt duidelijk dat aan Horta's ogenschijnlijk intuïtieve beeldtaal een gedegen stramien ten grondslag lag.

In zijn gebouwen hebben alle onderdelen - ijzerwerk, meubels, glas-in-lood, verlichting, beeldhouwwerk - een autonome status, maar ze zijn zo zorgvuldig op elkaar afgestemd, dat ze tezamen een harmonische en uitgebalanceerde symfonie vormen. Zoals in het Hotel Tassel in Brussel (1893), Horta's eerste werk in Art Nouveau-stijl, dat hem direct beroemd maakte. En natuurlijk zijn eigen woonhuis en atelier, ook in Brussel, dat inmiddels een museum is.

David Dernie en Alastair Carew-Cox borduren voort op de tekst van Delhaye. Zij halen niet de gepassioneerdheid van Delhaye, maar hun tekst is gedegen en inzichtelijk, met hier en daar ook kritische kanttekeningen, vooral over het late werk, waarin Horta weer teruggaat naar het ecclectisisme waar hij decennia eerder tegen streed.

Aan de hand van een zestal thema's brengen Dernie en Carew-Cox Horta's leven en artistieke opvattingen in kaart. Maar boven alles moet je natuurlijk kijken naar de prachtig gedetailleerde architectuur van Horta. En dat kan overvloedig in het zeer rijk geïllustreerde tweede deel, dat negentien projecten behandelt. Tezamen vormt het een dijk van een monografie, een groot architect waardig.

mailIcon print |