*

 

Van joods komplot naar islamitische samenzwering

WOUTER PRONK − 03/03/95, 00:00

recensie Hans Jansen: Diagnose van racisme en antisemitisme in Europa (Raoul-Wallenberglezing 1993); Sdu, Den Haag, 200 blz. - ¿ 39,90. L. J. Hartog: Hoe ontstond de jodenmoord? Hitler, Amerika en de Endlösung; Sdu, Den Haag, 104 blz. - ¿ 24,90.

Sommige historici veronderstellen dat de antisemitische maatregelen als vanzelf radicaliseerden totdat de Endlösung 'uit eigen dynamiek', als een soort perpetuum mobile, op volle toeren draaide. Hartog laat echter zien hoe Hitler al in het begin van de jaren twintig het als zijn ultieme en hogere opdracht zag, de wereld van al het kwaad te verlossen door het joodse volk te vernietigen.

Toch werd het moment waarop Hitler uiteindelijk het sein tot uitroeiing gaf, bepaald door de internationale politieke situatie. Uitroeien wilde Hitler de joden hoe dan ook, maar eerst kon hij ze nog gebruiken als gijzelaars om Amerika ervan te weerhouden, aan de oorlog deel te nemen.

Toen Amerika op 7 december 1941, na de Japanse aanval op Pearl Harbor, in de oorlog betrokken raakte, hadden de Europese joden hun gijzelaarsfunctie verloren. Op 8 december, één dag later, begon de massamoord door middel van vergassing in het vernietigingskamp Chelmno in de Warthegau, de eerste moordfabriek in de geschiedenis der mensheid. Een schriftelijk bevel was onnodig. Hitler had zijn partijleiders op een geheime vergadering in 1937 al de raad gegeven die hij zelf nu opvolgde: “Was man mündlich mitteilen kann, soll man nicht schriftlich tun - nie!”

De op industriële schaal georganiseerde poging tot vernietiging van de Europese joden is een gebeurtenis van een zo onbevattelijke omvang, dat juist deze onbevattelijkheid je het gevoel geeft dat een regime met zulke plannen zich niet meer zal kunnen ontwikkelen: de Tweede Wereldoorlog lijkt voorgoed voorbij. Het gedachtengoed op basis waarvan die oorlog georganiseerd werd, is echter - zoals we bijna dagelijks kunnen ervaren - springlevend. In 'Diagnose van racisme en antisemitisme in Europa' brengt dr. Hans Jansen, historicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel, het heden en verleden van de verschillende racistische bewegingen in kaart.

Dit boek biedt de lezer geen comfortabele afstand tot afschuwelijke, maar gelukkig afgesloten gebeurtenissen. Jansens beschrijvingen van de enorme organisatie van verschillende partijen en groepen die het na-oorlogse racisme een krachtig nieuw leven hebben ingeblazen, zijn schokkend.

Van Spanje tot Rusland en van Noorwegen tot Griekenland denken grote groepen opnieuw de wereld van alle kwaad te kunnen verlossen door het uitbannen en verjagen van minderheden. Riepen ze vroeger over het diabolische gevaar van rassenvermenging heette, nu zweren ze bij de onverenigbaarheid van verschillende culturen. De asielzoekers en gastarbeiders van nu zijn de joden van toen. Het vroegere joodse komplot om de wereldheerschappij te veroveren, is de islamitische samenzwering tegen het christendom van nu.

In talloze geschriften ontkennen pseudo-historici dat de moord op zes miljoen joden ooit heeft plaatsgevonden. Daartegenover stellen zij dat er door de grote migratiestroom een genocide op de Europese cultuur gepleegd wordt, waar snel krachtdadig tegen moet worden opgetreden. Jansen voert hiervoor verschillende verklaringen aan, waaronder de eeuwenoude, op de Grieken en Romeinen teruggaande traditie van positieve waardering voor 'raszuiverheid'. Ook de verdringing van het verleden heeft in veel landen een afrekening met het eigen racisme in de weg gestaan. En verder is de kracht van vooroordelen tegen het onbekende onverwoestbaar.

Het gevaar dat het maatschappelijke probleem van toenemend racisme te veel aandacht krijgt, is minder groot dan het gevaar dat het ontkend wordt, stelt Jansen. Om dit aan te tonen verwijst hij naar de recente Duitse geschiedenis. Na de Duitse hereniging kwam de joden- en vreemdelingenhaat vooral tot uitbarsting in de steden van de ex-DDR. In West-Duitsland had men veel in het werk gesteld om met het eigen racistische verleden af te rekenen, terwijl de 'anti-facistische' Oostduitse staat het deed voorkomen alsof er alleen maar nazi's in de Bondsrepubliek leefden.

mailIcon print |