recensie Gegevens voor dit artikel werden mede ontleend aan 'Onverwachte gasten', de bundel die Dekker bij zijn afscheid krijgt aangeboden. Kok Kampen, ¿ 44,90.
Dr. Hijme Stoffels, leerling van Dekker en als universitair hoofddocent aan de VU tevens zijn opvolger: “Dekker is de grote socioloog van het protestantisme en dan met name de gereformeerden. Hij hoort thuis in het rijtje van Laeyendecker, Schreuder, Goddijn, Vrijhof en Thung. Mensen die meestal geen sociologische opleiding hadden maar zich vanuit hun kerkelijk engagement in de sociologie van kerk en godsdienst stortten.”
Dekker, zoon van een middenstandsgezin uit het Westland, studeerde sociale en economische wetenschappen. In 1957 kwam hij terecht op het enkele jaren daarvoor opgerichte Gereformeerd sociologisch instituut. Na de plotselinge dood van prof. dr. R. van Dijk in 1962 werd hij er directeur.
Stoffels: “Er is nauwelijks meer iets over. Drie hoogleraren nog, in Utrecht, Amsterdam en Nijmegen en een paar UD'tjes (universitaire docenten). Vanuit de sociologie is de belangstelling voor de godsdienst nooit groot geweest en in de theologische faculteiten zijn wij toch vreemdelingen en bijwoners. Zodra er bezuinigd moet worden - en dat moet - wordt er naar ons gekeken. De praktische theologie (waarbij godsdienstsocologie aan de VU is ondergebracht) weet zich goed te handhaven, maar de belangstelling gaat op het ogenblik eerder uit naar de godsdienstpsychologie. Godsdienst is een zaak van het individu geworden.”
In 1970 werd Dekker door hoogleraar praktische theologie Jaap Firet naar de VU gehaald. Het GSI was toen al ter ziele, evenals het hervormde en het humanistische instituut voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Inmiddels gingen de veranderingen in de gereformeerde kerken zo hard dat de kerk dringend behoefte had aan mensen die een koers konden aangeven. Van de sociologen werd wat dit betreft veel verwacht. Niet alleen van de gereformeerde Gerard Dekker, ook van zijn hervormde en rooms-katholieke collega's in hun kerken.
Dr. L. Laeyendecker, rooms-katholiek en emeritus hoogleraar van de Rijksuniversiteit Leiden: “Er is altijd een spanning tussen theologen en sociologen. De theologen benaderen ons altijd kritisch in de trant van 'Kun je God wel meten?'. En zodra je komt met suggesties voor verbetering van bijvoorbeeld de pastorale aanpak, dan, ik zal niet zeggen 'breekt de hel los', maar het komt er wel dicht in de buurt. Theologen claimen het alleenrecht op de interpretatie van wat er in kerk en religie gebeurt. In de leiding van een kerk zitten duizenden theologisch geschoolden. Daartegenover begin je met tien sociologen niet veel. Het is vechten tegen de bierkaai. Dat is sinds de opkomst van de op kerk en godsdienst gerichte sociologie zo geweest. Kijk bijvoorbeeld naar een man als Banning (in de na-oorlogse jaren oprichter van het hervormd sociologisch instituut). Die is er echt verbitterd over geraakt dat hij zo weinig gehoor vond.”
Kenmerkend voor Dekker is zijn grote betrokkenheid op de gereformeerde kerken waarvoor hij wetenschappelijk bezig is. Die betrokkenheid heeft een kritische toon jegens die kerken nooit in de weg gestaan. De gereformeerde kerkleiding ervoer hem zelfs zozeer als een lastpost dat de gereformeerde deputaten (deskundigen vanuit de kerken) in 1976 moeite hadden met zijn benoeming als lector aan de VU. Hoe snel en spectaculair de veranderingen in zijn gereformeerde kerken gingen, beschreef Dekker in waarschijnlijk zijn bekendste boek 'De stille revolutie', over de ontwikkelingen in de GKN tussen 1950 en 1990.
De vraag die bij Dekkers afscheid rijst is of dergelijke kerkelijk betrokken godsdienstsociologie nog wel kán in deze geseculariseerde samenleving.
“Jazeker”, zegt prof. dr. Jan Peters uit Nijmegen. “Ik ben daar niet zo somber over. Iedereen heeft antwoord op zinvragen nodig. Veel sociale wetenschappers zijn geïnteresseerd in het verschijnsel religie. Ook bij de huidige generatie studenten merk ik hier in Nijmegen een meer dan modale belangstelling. En religie doet zich, zeker getalsmatig, nog altijd meer voor in traditionele vormen, zoals kerkelijkheid, dan daarbuiten.
Natuurlijk moet je ook onderzoek doen naar alternatieve vormen van levensbeschouwing, maar de bestudering van de traditionele vormen is zeer legitiem. Gerard is weliswaar gereformeerd, ook in wetenschappelijke discussies, maar hij is een echte wetenschapper. Ik heb hem er nooit op betrapt dat hij datgene vindt wat hij wíl vinden. Hij bezit de goeie combinatie van een wetenschappelijke instelling en loyaliteit.'
Laeyendecker: “De toekomst is aan de verbreding. De samenleving is zich bewust van een dimensie aan het bestaan, die in het verlengde ligt van wat vroeger religie heette. Daar valt iets te onderzoeken. Er is voldoende materiaal om het vak overeind te houden. Kijk naar wat Peter van Rooden doet in Amsterdam, en Meerten ter Borg in Leiden.”
Dr. P. Hofstede, voorheen media- en godsdienstsocioloog te Groningen: “Die typisch gereformeerde sociologie heeft natuurlijk géén toekomst meer. Maar het lot van Gerard Dekker is daarmee niet tragischer dan dat van de gereformeerden in het algemeen. Want wat is er tragisch aan dat je je opdracht trouw blijft? Als het schip zinkt ga je mee ten onder. Aanvankelijk hebben de kerken de sociologie natuurlijk omhelsd. Ze dachten de loodgieters in huis te halen die het lek wel zouden dichten. Wat er gebeurde was dat elk onderzoek nieuwe jobstijdingen bracht. Daarvoor krijg je geen aai over je bol natuurlijk. Vanuit breed wetenschappelijk standpunt bekeken was Dekkers blikveld natuurlijk beperkt, maar hij had aan de andere kant wel degelijk oog voor het hele sociologische drama van de moderniteit.”
Dr. Meerten ter Borg, universitair docent in Leiden: “Het gaat slecht met de godsdienstsociologie. Er ligt een enorm veld, zowel voor de traditionele benadering als voor nieuwe vormen. Ik wil mij niet zozeer tegen Dekker afzetten, maar zijn aanpak is de dominante richting in de godsdienstsociologie, terwijl er zoveel nieuwe gebieden braak liggen. Neem het journaal van gisteravond. Over de armoede. Het grootste probleem is dat de mensen er geen zin aan kunnen geven. Of neem dat Ajax-strooiveld. 'Voetbal is religie' is een kreet om serieus te nemen. Zet daar eens mensen op. Je moet op een nieuwe manier gaan kijken en dan kom je terecht in vaagheden waar je koud van wordt. Maar de sociologie is bezig te verdwijnen, uiteengevallen in allerlei kundes. Sinds de jaren zestig is er geen echte interesse in zingevingsvraagstukken.”
Skepsis en tegenwind hebben Gerard Dekker niet uit het veld geslagen. Hij bleef zich bezighouden met de bestudering van de veranderingen die op het gereformeerde erf plaatsvonden, hoe ver naar de marge gedrongen ook. Oogstte hij in zijn eigen achterban weinig waardering, de laatste jaren vindt hij wel gehoor bij de kleine reformatorische kerkgenootschappen die zijn kritische signalen met graagte oppikken. Dekker blijft tot in zijn laatste publicaties ('Als het getij verloopt', 1995) manieren aandragen waarop de kerken op de omwentelingen zouden kunnen reageren. Met de gedrevenheid van een echte gereformeerde.
Laeyendecker: “Geloofsovertuiging. Ik durf het haast niet meer te zeggen, maar dat is toch wat Dekker, en anderen van onze generatie drijft.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.