recensie Malika Mokeddem: Dromen en moordenaars. Vert. Eveline van Hemert. De Geus, Breda; 152 blz. - ¿ 39,90.
De toon van de roman is inderdaad verbeten en het boek is compacter dan het eerdere werk van deze gepassioneerde schrijfster. Maar ook in haar andere romans, zoals 'De blauwe mensen' en 'De ontheemde', zijn opstandige vrouwen aan het woord, die zich niet neerleggen bij het gruwelijke feit dat Algerije sinds de onafhankelijkheidsoorlog steeds meer wordt gedomineerd door intolerantie en haat.
De ik-figuur uit 'Dromen en moordenaars', een intellectuele die lijkt op de schrijfster, vertoont veel overeenkomsten met Sultana, Dalila en Yasmine uit andere romans. In haar autobiografisch getinte werk vertelt Mokeddem het verhaal van in Algerije opgroeiende meisjes en vrouwen die een andere weg willen gaan dan hun kinderen barende moeders. Het zijn meisjes die boeken lezen en dromen van een onafhankelijk bestaan, waarin ze vrij zijn om al dan niet te trouwen met de man van hun keuze, om te studeren en kinderloos te blijven.
Deze vrijheid kon de schrijfster zelf, net als de hoofdpersoon uit haar debuut, 'De blauwe mensen', uiteindelijk in Frankrijk vinden. Ze begon daar een artsenpraktijk. Toch weten fundamentalisten, die al zovele Algerijnse schrijvers, intellectuelen, kunstenaars en zangers hebben vermoord, de schrijfster ook in haar nieuwe vaderland te bedreigen.
'Dromen en moordenaars' is opgedragen aan de vermoorde theatermaker Abdelkader Alloula. De woede in de roman is een uitlaatklep voor een vrouw die in de jaren zeventig tijdens een bezoek aan Algerije hals over kop moest vluchten, omdat haar vrijmoedige gedrag niet werd getolereerd. Dit gegeven verwerkte Mokeddem in 'De ontheemde'.
Zelf kan ze haar voormalige vaderland niet meer bezoeken vanwege de dagelijkse moordpartijen. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat ontheemding en ballingschap sleutelbegrippen zijn in Mokeddems werk. Ook Kenza uit haar meest recente boek vlucht naar Frankrijk om te ontkomen aan de haat en intolerantie van de islamitische fundamentalisten.
Realistisch beschrijft Mokeddem de stand van zaken in het huidige Algerije. Bedreigingen, verkrachtingen en 'nachtmerrie-achtige kronieken' in de krant en op de radio verstikken het leven van een groep in Oran wonende intellectuelen, die geen hoop meer hebben op een toekomst in hun gewelddadige vaderland.
Kenza vlucht naar Montpellier, niet alleen om te ontsnappen aan de algehele uitzichtsloosheid en de bedreigingen van haar vader en broers, maar ook om iets te weten te komen over haar in Frankrijk overleden moeder. In Montpellier ontmoet ze de half-Malinese, half-Algerijnse en half-Franse Slim, die haar helpt een dame op te sporen die haar moeder nog heeft gekend.
De multiculturele Slim verbeeldt als het ware een utopie van culturele vermenging en tolerantie die in het ooit zo multiculturele Algerije is verdwenen. Ook in 'De ontheemde' voert Mokeddem een multiculturele balling op met een christelijke vader, een Pools-joods moeder en een Maghrebijnse donornier, die de ander dus letterlijk in zijn lichaam meedraagt.
De 'Algerijnse trauma's' en woede laten Kenza ook in het buitenland niet los. Op het einde van het boek reist ze naar Canada om zich volstrekt vrij en vooral zonder roots te voelen. Het is Mokeddem niet om het verhaaltje te doen: ze stileert
haar woede, neemt geen blad voor de mond en vertelt ons waar het op staat. Haar boodschap is eenduidig en huiveringwekkend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.