recensie
Hongkongers in Brazilië, Polen in Nederland, en nu Italianen in Turkije; de hedendaagse culturele kruisbestuivingen hebben het afgelopen jaar al meerdere heel aardige speelfilms opgeleverd.
In sommige van deze films, zoals in 'Happy together' van Wong Kar-wai, leidt het verblijf in den vreemde tot innerlijke vervreemding en is een terugkeer naar huis nodig om weer samen te kunnen vallen met de wereld. Die films bieden de somberder, misschien ook wel realistischer kijk op het verblijf in een onbekende cultuur. De film 'Hamam, il bagno turco' van de Turkse Italiaan Ferzan Ozpetek geeft de meer romantische kijk, waarin het van huis zijn juist het onvermoede zelf aan bod laat komen en het vreemde land niet bedreigend is maar meer thuis nog dan thuis.
De strak Italiaans in het pak gegoten carrièreman Francesco (Alessandro Gassman, de mooie zoon van de legendarische Vittorio) reist af naar het roezemoezige Istanbul, omdat hij een huis heeft geërfd dat hij moet verkopen. Thuis in Rome is zijn huwelijk rijp voor de relatietherapie dus helemaal onwelkom is de trip niet. In Istanbul maakt Francesco kennis met het Turkse bad, de Hamam, en zoals bij de meeste moderne stresskonijnen zijn twee minuten stoom en hitte genoeg om grootse vrede en vergetelheid over hem neer te doen dalen. Als vervolgens het geerfde huis een monumentale Hamam blijkt te zijn en hij er de zwoele zoon van zijn Turkse familie zomaar bij krijgt, besluit hij niet te verkopen maar te gaan opknappen.
Regisseur Ozpetek is zelf een Turk die sinds twintig jaar in Italië woont en het is hem ook niet aan te rekenen dat zijn Istanbul-gevoel gedrenkt is in de nostalgie. Jammer is wel dat deze weemoed tot een wat voorspelbare pittoreske tekening leidt die Francesco's loutering tot een bijna even ijdele vertoning maakt als zijn eerdere Italiaans-glossy levensstijl.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.